Ka gaat met haar mannen naar de Kermis

Koningsdag 2016. Het was de koudste sinds weet ik veel wanneer zeiden ze op het nieuws. Ik vond het nogal meevallen. Maar dat komt omdat ik mij op het ergste had voorbereid. Thermo-ondergoed lag voor het hele gezin klaar, mijn Palladiums met bont stonden voor het grijpen en de snowbootsen had ik afgestoft. Hele winter niet gedragen maar op Koningsdag zouden we ze lekker aan kunnen.

Mijn mannen telden driftig hun kleine geld. Wreven in hun handen, waren klaar om die hele kleedjesmarkt leeg te kopen. Voorzichtig opperde ik dat waarschijnlijk heel veel kinderen niet op de kleedjesmarkt zouden zitten. Het was nogal koud. Vonden ze belachelijk. Een beetje koopman trotseert wind en regen, waren ze van mening. De portemonneetjes werden veilig opgeborgen. We konden naar de kleedjesmarkt.

Het was bedroevend. Was de dijk voorgaande jaren tijdens het feest van de koning en de koningin afgeladen vol, nu zat er slechts een aantal die-hards. Ze hadden het koud. En waren chagrijnig. Zou ik ook worden als ik naar de rommeltjes die ze op hun kleedje hadden liggen, keek. Werd niemand vrolijk van. Zelfs mijn oudste en kleinste niet. Babyrompertjes. Een zingend bloemetje. Boek Bevallen op eigen kracht. Oude voetbalschoenen. Het geld brandde in de zakken van mijn kleinste en grootste. Maar om het uit te geven aan de bagger die op de kleedjes lag, vonden ze te ver gaan. Dat sierden ze, vond ik. Ik had inmiddels een snoekduik op een kleedje genomen. De opbrengst: drie boeken van Dummie de Mummie.

Van ellende kocht mijn kleinste een bak popcorn voor veel te veel geld van een meisje met oranje haar. Het boeide hem niks. Zowel het haar als de prijs niet.

We besloten de trieste bedoening te verlaten en naar een ander dorpje te gaan. Daar was het leuk. Heel leuk. Klein detail: de kooplieden ruimden hun kleedjes op; de markt was tot twaalf uur en het was vijf voor twaalf toen wij er arriveerden. “Een goede voor volgend jaar”, hield ik de moed erin. Woest keken mijn mannen mij aan.

Maar ik maakte het goed met ze. We gingen naar de kermis. Ik heb werkelijk niks met de kermis, maar mijn mannen –alledrie- wel. Ooit ben ik kotsend uit de Enterprise gekomen; de medewerker van deze ziekmakende attractie trok me nors naar achteren en spoot de door mij uitgespuugde sperziebonen met een krachtige waterstraal van mijn jas. Dat was het moment dat ik besloot nooit, maar dan ook nooit meer in wat voor een attractie dan ook te stappen.

De achtbaan waar De Man en mijn oudste en kleinste in gingen, was voor mij dus een no-go. Spaans benauwd kreeg ik het toen ik zag dat de controleur van de wagentjes een hijs van een dikke joint nam en een blikje Red Bull achterover sloeg alsof het een colaatje was. Zwieren en zwaaien. Ik stond groen van ellende te wachten tot ik mijn kuikens weer onder mijn vleugels had.

Toen ze voor een godsvermogen daarna touwtje trokken en een plastic pistool gemaakt door Chinezen wonnen, glunderden mijn mannen als opgepoetste appeltjes. Ze hadden de dag van hun leven, vertrouwden ze me toe. Ik grijnsde. Een kinderhand is gewoon zo gevuld.

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook