Saskia werkt al ruim tien jaar op een administratiekantoor en kan zich eigenlijk niet voorstellen dat ze ooit ergens anders zou gaan werken. Ze heeft plezier in haar werk, kan goed overweg met haar collega’s en vindt de inhoud van haar functie nog altijd uitdagend genoeg. “Ik heb weleens vacatures bekeken, maar telkens kom ik tot dezelfde conclusie: waarom zou ik weggaan als ik het hier zo naar mijn zin heb?”
Weet nooit wat er binnenkomt
Een paar maanden geleden kreeg het bedrijf een nieuwe directeur. Na jarenlang dezelfde leidinggevende te hebben gehad, was dat voor veel medewerkers best even spannend. “Je weet nooit wat voor type er binnenkomt,” vertelt Saskia. “Sommige nieuwe bazen willen meteen alles veranderen of luisteren nauwelijks naar het personeel. Gelukkig bleek dat bij Willem totaal anders te zijn.”
Vroeger anders
Volgens Saskia bracht Willem juist een frisse wind door het bedrijf. Hij is een stuk jonger dan zijn voorganger en heeft veel aandacht voor het welzijn van medewerkers. “We hebben nu elke week een sportles op kantoor, er staat altijd vers fruit klaar en mentale gezondheid is echt bespreekbaar geworden. Als iemand ergens mee zit, wordt daar serieus naar gekeken. Dat was vroeger toch anders.”
Verbeterd
De veranderingen lijken volgens Saskia ook daadwerkelijk effect te hebben. “Ik merk dat collega’s energieker zijn. Het ziekteverzuim is lager geworden en de sfeer op kantoor is verbeterd. Mensen hebben meer plezier in hun werk en voelen zich gezien. Daar heeft Willem echt een grote rol in gespeeld.” Toch is er één probleem waar inmiddels steeds meer collega’s zich aan storen. En dat probleem heeft alles te maken met de directeur zelf. “Het voelt bijna ondankbaar om het te zeggen, want hij doet zoveel goede dingen voor het bedrijf. Maar Willem stinkt echt ontzettend.”
Niet voldoende
Willem is een fanatieke sporter en komt elke dag met de racefiets naar kantoor. Daarbij gaat het niet om een rustig ritje door de wijk. “Hij woont behoorlijk ver weg en fietst elke ochtend bijna dertig kilometer naar zijn werk. Dat doet hij in ongeveer een uur. Op zich hartstikke knap natuurlijk, maar hij komt vervolgens compleet bezweet binnen.” Eenmaal op kantoor gaat Willem naar het toilet om zich om te kleden. Daarna spuit hij wat deodorant onder zijn armen, wast zijn gezicht en begint aan zijn werkdag. Volgens Saskia is dat alleen niet voldoende. “Hij denkt waarschijnlijk dat hij daarmee weer fris is, maar dat is echt niet zo. Zeker niet na zo’n intensieve fietstocht.”
Wordt over gesproken
Vooral op warme dagen wordt het probleem volgens haar steeds duidelijker merkbaar. “Soms komt hij een vergaderruimte binnen en ruik je meteen dat hij net een uur heeft gefietst. Dat klinkt misschien hard, maar het is echt zo. Het gaat niet om een klein beetje transpiratiegeur. Het is een geur waar mensen daadwerkelijk last van hebben.” Inmiddels wordt er onder collega’s regelmatig over gesproken. “Niemand vindt het prettig om over iemand anders te roddelen, zeker niet over een directeur die verder heel aardig is. Maar als meerdere mensen hetzelfde ervaren, dan wordt het vanzelf onderwerp van gesprek.”
Ga je nog douchen?
Sommige collega’s hebben al geprobeerd om voorzichtig een hint te geven. “Dan zegt iemand bijvoorbeeld: ‘Zo, dat was vast een warme rit. Ga je nog even douchen?’ Maar Willem reageert daar heel luchtig op. Hij zegt dan: ‘Nee hoor, ik douche altijd thuis al.’ Vervolgens gaat hij gewoon aan het werk.” Volgens Saskia lijkt Willem zich er totaal niet van bewust te zijn dat anderen zijn lichaamsgeur opmerken. “Ik denk eerlijk gezegd dat hij echt denkt dat deodorant voldoende is. Misschien ruik je jezelf na verloop van tijd ook minder goed. Maar voor de rest van het kantoor is het behoorlijk aanwezig.” Dat maakt de situatie lastig. Als het om een gewone collega zou gaan, zou het misschien eenvoudiger zijn om het onderwerp bespreekbaar te maken. Maar Willem is niet zomaar een collega. Hij is de directeur. “Dat maakt de drempel veel hoger. Niemand wil de nieuwe baas kwetsen. We willen ook niet dat hij denkt dat we hem afvallen of belachelijk maken.”
Veel goodwill
Bovendien heeft Willem veel goodwill opgebouwd binnen het bedrijf. “Hij doet oprecht zijn best om een fijne werkgever te zijn. Daardoor voelt het bijna gemeen om juist dit punt aan te kaarten. Tegelijkertijd verandert dat niets aan het feit dat veel mensen er last van hebben.” Saskia merkt dat collega’s elkaar inmiddels vragend aankijken wanneer Willem na zijn fietstocht binnenkomt. “Niemand zegt iets rechtstreeks, maar je ziet aan iedereen dat ze hetzelfde denken. Zeker tijdens vergaderingen in kleinere ruimtes wordt het soms echt ongemakkelijk.”
Tactvol brengen
Volgens haar begint het probleem inmiddels invloed te krijgen op de werksfeer. “Niet omdat mensen Willem niet mogen, maar omdat niemand weet hoe dit opgelost moet worden. Iedereen wacht eigenlijk tot iemand anders het gesprek aangaat.” Zelf denkt Saskia dat eerlijkheid uiteindelijk de enige oplossing is. Toch weet ze niet hoe je zo’n gevoelig onderwerp tactvol brengt. “Je wilt niet zeggen: ‘Je stinkt.’ Dat is natuurlijk verschrikkelijk om te horen. Maar je wilt wel duidelijk maken dat een uur intensief fietsen en vervolgens niet douchen misschien niet ideaal is in een kantooromgeving.”
Hoe breng je dit?
Misschien zou een vertrouwenspersoon, HR-medewerker of iemand uit het managementteam het gesprek kunnen voeren. Maar ook daar zitten risico’s aan. “Straks voelt hij zich aangevallen of schaamt hij zich enorm. Dat wil niemand veroorzaken.” Toch lijkt niets zeggen volgens Saskia ook geen optie meer. “Het gaat niet om een keer een beetje zweten. Dit speelt inmiddels al maanden. En als meerdere collega’s er dagelijks hinder van ondervinden, moet er eigenlijk iets gebeuren.”
Saskia vraagt zich daarom af hoe anderen dit zouden aanpakken. Hoe breng je zo’n gevoelig onderwerp ter sprake bij iemand die nieuw is, geliefd is én bovendien je leidinggevende? Is het beter om het rechtstreeks te zeggen, of juist via HR? En hoe zorg je ervoor dat de boodschap aankomt zonder dat iemand zich gekwetst of aangevallen voelt?
Foto door MART PRODUCTION

Sanderien van Mul -
In plaats van ‘je stinkt’ kun je ook zeggen ‘Willem, je verspreidt een bepaalde lichaamsgeur als je na je fietsen het kantoor binnenkomt, en het is niet fris om te ruiken. De meeste collega’s hebben er last van.’ Kwestie van diplomatiek brengen. Het is nooit een leuk bericht om te horen, sterker nog, ik heb het zelf ook een keer moeten horen en ik schaamde me kapot. Maar ik ben achteraf wel dankbaar dat het tegen me gezegd is, al was het op het moment niet fijn. Ik vind dit juist bij uitstek iets voor het HR en/of het managementteam, zij kunnen deze boodschap het best overbrengen. Tja, hij zal niet staan te juichen, dat is zeker. Misschien is het ook een mogelijkheid om een douche te laten plaatsen? Geen roddels achter de rug om, hem (laten) aanspreken. Als het echt zo’n toffe peer is, komt hij dit ook wel te boven.