Margot: ‘Ik word bijna depressief van de gedachte dat ik nog veertien jaar moet werken’

Ze had het zich allemaal zo anders voorgesteld, dat leven. “Ik dacht: als de kinderen uit huis zijn en hun eigen broek ophouden, kan ik lekker genieten. Hoef ik niet meer te werken, mijn man nog een paar jaar en dan kunnen we samen genieten.” Het liep anders: Margot is gescheiden en heeft het geld hard nodig. “Dat betekent: werken tot mijn 67ste. Wat een drama.”

Toen Margot Wilco leerde kennen, zei hij: ‘wat mij betreft hoef je niet te werken.’ “Wilco heeft een eigen zaak en verdient geld als water. Hij benadrukte altijd dat als ik graag wilde werken, dat dat prima was. Ik hoefde het alleen niet te doen voor het geld.” Margot werkte bij een grote bank en toen de kinderen werden geboren, stopte ze daarmee. “Ik vond het heerlijk om voor mijn zonen te zorgen. Ik had geld genoeg om te kopen en te doen wat ik wilde en had plenty vriendinnen. We gingen naar de speeltuin, dronken koffie en wijn terwijl onze kinderen speelden, het was een fantastische tijd.”

Zeg het: je hebt een ander

Het tij keerde. Wilco had een affaire waar Margot achter kwam. “Toen een vriendin me zei dat ze Wilco met een blonde bimbo had zien zoenen in een café bij ons in het dorp, wist ik dat het foute boel was. Het vermoeden was er al eerder maar ik kon het niet hard maken. Wilco kwam op een avond heel laat thuis en kroop in bed. Ik rook het parfum van een andere vrouw. Ik siste: ‘Wie is het?’ en eerst deed Wilco alsof hij geen idee had waarover ik het had. Woest was ik. “Je hebt een ander, zeg het nou maar gewoon.” Wilco brak en biechtte zijn affaire op. Hij vertelde dat nadat de kinderen waren geboren, hij vreemd is gegaan.”

God, wat valt het tegen

De situatie werd onhoudbaar en Margot wilde niet meer met Wilco in één huis wonen. “Het begon met niet meer in één bed slapen. Papa snurkt zo, dus we slapen apart. Maar de waarheid was dat ik walgde van hem. Ik kon niet meer en heb de jongens opgepakt, de nodige spullen ingepakt en ik ben in ons vakantiehuisje gaan wonen. Wilco was reddeloos en radeloos en smeekte of ik terug kwam. Neen. Eens een vreemdganger altijd een vreemdganger. Ik voelde me zo vernederd. Zijn geld wilde ik ook niet meer, ik zou voor mezelf gaan zorgen. Dat deed ik en doe ik nog steeds, maar god, wat valt me dat tegen. Ik kon weer terugkomen bij de bank waar ik voordat ik moeder werd werkte. Ze boden me een baan als leidinggevende aan en hoewel ik helemaal niet zo’n goede leider ben, heb ik ja gezegd.”

Nog 14 jaar, hoe houd ik dat vol?

De functie leverde immers meer geld op. “Maar ik moet er ook veel voor doen. De sfeer onderling is verziekt en er is veel onrust. Ook omdat steeds meer bankfilialen hun deuren moeten sluiten. Ik ben meer bezig om het personeel gerust te stellen dan dat ik moet doen waarvoor ik ben aangenomen. Soms zakt de moed me zo in de schoenen als iedereen weer klagend en steunend aan mijn bureau staat. Dan denk ik: donder op, ga aan jullie werk. Maar ja, dat kan natuurlijk niet. Dus zit er niets anders op dan gesprekken te houden, praten, praten en zorgen dat de rust weerkeert. Steeds vaker denk ik: ‘ik moet nog veertien jaar werken, hoe ga ik dat in godsnaam volhouden? Ik heb er geen zin meer in. Ik ben ’s avonds bekaf, ik heb last van overgangsverschijnselen, slaap slecht, ben prikkelbaar en mijn lijf doet zeer.”

Mijn koppigheid nekt me

Er zit weinig anders op voor Margot. “Wilco betaalt voor de kinderen en wil ook heel graag voor mij betalen, maar ik weiger zijn geld aan te pakken. Voor de kinderen accepteer ik het. Ik wil dat ze een gewone band met hun vader hebben, maar ik wil geen ene rotcent van hem. Ik kan mijn eigen boontjes doppen en ben niet zoals die blonde bimbo met wie hij nu samenwoont.” De trots van Margot staat haar in de weg. Want diep in haar hart weet zij ook: als Wilco bijspringt, hoeft ze niet meer te werken, in elk geval niet meer fulltime. “Door mijn eigen koppigheid moet ik nog veertien jaar aan de bak. Mijn jongens wonen nog thuis, studeren en kosten een godsvermogen. Het maakt me niet uit, ik wil dat ze kunnen studeren en dat het ze aan niets ontbreekt.”

Ik meld me soms ziek

Sinds de scheiding heeft Margot geen noemenswaardige relaties gehad. “Ik zou het leuk vinden hoor, want alleen is ook maar alleen. Ik merk alleen dat het bedrog van Wilco mij heeft beschadigd. Dat ik moeite heb om me open te stellen en mannen te vertrouwen. Bovendien: we hebben het gezellig met zijn drieën, ik vind het wel even goed zo.” Het werk bij de bank gaat haar steeds meer tegenstaan. “Ik heb me al een aantal keer ziek gemeld terwijl ik niet ziek was. Soms trek ik het gewoon echt niet om te gaan werken. Om dat gezeur aan te horen. Op heel slechte dagen denk ik wel eens: ‘had ik maar een chronische ziekte, dan werd ik afgekeurd. Maar dat is natuurlijk een belachelijke gedachte en ik schrik daar zelf ook van. Het zit kennelijk diep. Heel diep.”

Wat vind jij? Snap jij Margot? Of denk je: maak het je niet zo moeilijk, pak het geld van je ex aan en ga lekker genieten? Wat raad jij haar aan? Praat mee in de comments onder dit artikel.

Foto door Kampus Production via Pexels

Lees ook: Ik word bloednerveus van mijn nieuwe leidinggevende

3 reacties

Joris -

Ik moet nog veel langer als ik tot m’n 67e zou werken. Er is er mij veel aan gelegen (veel) eerder te kunnen stoppen/ Maar als je financieel afhankelijk geworden bent, dan moet je wel… Helaas. Keuzes hebben consequenties.

ANN -

Zoek eerst en vooral een andere job, eentje die je graag doet. En werken tot je 67ste is niet eens zo bijzonder. Als je je job graag doet, zal je dat met plezier doen, eventueel halftijds. Stop met dat zelfmedelijden. Je hebt het moeilijk met het gezaag op het werk maar wat doe jij? Je bent een en al zelfbeklag en chagrijn. Blijf zo niet in het verleden steken en maak er iets van. Over een paar jaar zijn je kinderen het huis uit. Maak plannen, maak nieuwe vrienden, doe iets zinvols …

Joris -

Waarom is het voor haar financieel zo zwaar om kinderen te laten studeren als haar ex daarvoor betaalt?

Reageer ook