“Als mijn kinderen tegen mij zeggen dat ik beter Nederlands moet leren of eindelijk mijn rijbewijs moet halen, dan snap ik ergens wel waar het vandaan komt. Ze zijn hier geboren en opgegroeid. Voor hen is Nederland vanzelfsprekend. Maar wat me pijn doet, is de manier waarop ze soms naar mij kijken. Alsof ik niet slim ben. Alsof ik niet genoeg mijn best heb gedaan. Alsof alles wat ik heb opgebouwd niets waard is.”
Gloria groeide op in Brazilië en droomde al jong van een beter leven. De economische situatie was moeilijk en ze wilde meer kansen voor zichzelf. “Ik ben niet opgegroeid met veel geld. Mijn ouders werkten hard, maar er was altijd onzekerheid. Toen ik jong was, dacht ik vaak: als ik ooit de kans krijg om ergens anders opnieuw te beginnen, dan grijp ik die.” Die kans kwam uiteindelijk toen ze naar Europa verhuisde.
Eerst woonde Gloria bijna tien jaar in Portugal. Daar werkte ze hard, leerde ze de taal en probeerde ze een bestaan op te bouwen. Uiteindelijk ontmoette ze haar man en verhuisden ze samen naar Nederland. “Je laat alles achter. Je familie, je vrienden en je vertrouwde omgeving. Mensen onderschatten soms hoeveel moed dat vraagt. Ik begon eigenlijk opnieuw, zonder precies te weten hoe mijn toekomst eruit zou zien.”
Trots
Inmiddels woont Gloria al jarenlang in Nederland. Ze werkt als schoonmaakmedewerker in hotels en verdient daarmee haar eigen inkomen. “Het is zwaar werk. Ik sta vroeg op, loop veel en ben de hele dag bezig. Maar ik ben er trots op dat ik mijn eigen geld verdien.” Ook op haar gezin is ze trots. “Ik heb een lieve man, drie gezonde kinderen en een veilig leven opgebouwd. Als ik terugkijk, heb ik meer bereikt dan ik vroeger ooit had durven dromen.”
Toch merkt Gloria dat haar kinderen daar anders naar kijken. Waar zij vooral ziet hoeveel ze heeft opgebouwd, lijken haar kinderen zich juist te richten op wat ze niet kan. Dat doet haar verdriet. “Soms heb ik het gevoel dat ze vergeten waar ik vandaan kom. Ze zien alleen dat ik anders ben dan veel andere moeders. Maar ze zien niet hoeveel werk er achter dat leven hier zit.”
Gebrekkig Nederlands
Hoewel Gloria al lange tijd in Nederland woont, spreekt ze nog steeds geen vloeiend Nederlands. “Ik kan mezelf prima redden. Ik doe boodschappen, praat met collega’s en regel alles wat nodig is. Maar ik maak fouten en ik hoor zelf ook dat mijn Nederlands niet perfect is.” Volgens Gloria is dat niet zo vreemd. Thuis spreekt ze met haar man en kinderen vooral Portugees en ook veel van haar vriendinnen hebben dezelfde achtergrond.
Daardoor oefent ze minder Nederlands dan sommige andere immigranten misschien doen. Ze heeft in het verleden meerdere cursussen gevolgd en haar taal is zeker verbeterd. Toch merkt ze dat haar ontwikkeling de laatste jaren minder snel gaat. “Ik kan me verstaanbaar maken en functioneer prima. Daardoor verdwijnt soms ook de noodzaak om nog uren per week te studeren. Misschien is dat niet ideaal, maar het is wel de realiteit.”
Schamen
Wat Gloria het meest raakt, is dat haar kinderen zich soms voor haar lijken te schamen. “Als ik een woord verkeerd uitspreek, rollen ze met hun ogen. Soms verbeteren ze me waar andere mensen bij zijn. Of ze lachen om een fout die ik maak.” Dat zijn misschien kleine momenten, maar voor Gloria voelen ze groot. “Het voelt alsof ze denken dat ik dom ben. Alsof iemand die niet perfect Nederlands spreekt automatisch minder intelligent is.”
Vooral haar oudste kinderen van vijftien en zeventien laten steeds vaker merken dat ze kritisch zijn. “Ze zeggen dat ik harder mijn best moet doen. Dat ik inmiddels al zo lang in Nederland woon. Soms vergelijken ze me met andere ouders die perfect Nederlands spreken.” Gloria probeert dat niet persoonlijk op te vatten, maar dat lukt niet altijd. “Het blijven je kinderen. Hun mening doet meer met je dan die van een willekeurige voorbijganger.”
Geen rijbewijs
Ook het feit dat Gloria geen rijbewijs heeft, is regelmatig onderwerp van discussie binnen het gezin. “Ik heb nooit leren autorijden. Niet omdat ik lui ben, maar omdat ik het verkeer spannend vind. Alles gaat snel en ik ben bang om fouten te maken.” Bovendien heeft ze zich altijd prima kunnen redden zonder auto. Ze gaat met het openbaar vervoer naar haar werk en doet veel lopend of met de fiets.
Voor haar kinderen is dat moeilijk te begrijpen. Zij groeien op in een omgeving waarin bijna alle ouders autorijden. “Ze noemen het soms zelfs kansloos dat hun moeder geen rijbewijs heeft. Dat woord blijft hangen. Als je eigen kind jou kansloos noemt, doet dat pijn. Dan vraag je jezelf automatisch af of ze zich misschien echt voor je schamen.”
Loser
De laatste jaren merkt Gloria dat haar kinderen steeds vaker vergelijkingen maken met andere gezinnen. “Ze zien moeders met een goede baan, een leaseauto en perfect Nederlands. Vervolgens kijken ze naar mij.” Volgens Gloria lijkt het alsof haar kinderen daardoor minder waardering hebben voor wat zij wél heeft bereikt. “Soms krijg ik het gevoel dat ze me een loser vinden. Dat klinkt hard, maar zo voelt het op sommige momenten echt.”
Dat maakt haar onzeker. Niet omdat ze zich schaamt voor haar leven, maar omdat ze graag wil dat haar kinderen trots op haar zijn. “Ik heb een continent verlaten, meerdere talen geleerd en altijd gewerkt. Ik heb mijn kinderen kansen gegeven die ik zelf nooit heb gehad. Soms vraag ik me af waarom dat niet genoeg lijkt te zijn.”
Pubers
Haar man denkt dat een groot deel van het probleem met de leeftijd te maken heeft. Volgens hem zoeken pubers vaak naar verschillen tussen hun eigen gezin en dat van anderen. “Hij zegt dat veel kinderen zich tijdelijk schamen voor hun ouders. Dat het erbij hoort.” Gloria begrijpt dat ergens wel. Ze weet dat pubers kritisch kunnen zijn en niet altijd nadenken over de impact van hun woorden.
Meer doen?
Soms vraagt Gloria zich af of haar kinderen misschien toch een punt hebben. Misschien zou ze opnieuw Nederlandse les moeten nemen. Misschien zou ze alsnog een rijbewijs moeten proberen te halen. “Ik sluit dat niet uit. Ik wil mezelf best blijven ontwikkelen.” Tegelijkertijd vindt ze het lastig dat haar waarde als persoon daar blijkbaar van af lijkt te hangen.
Volgens Gloria zijn er veel manieren waarop iemand succesvol kan zijn. “Ik ben misschien geen directeur of advocaat. Maar ik werk hard, zorg voor mijn gezin en heb mijn leven opnieuw opgebouwd in een vreemd land. Daar ben ik trots op.” Toch blijft de kritiek van haar kinderen haar raken. “Het ergste is niet dat ze vinden dat ik beter Nederlands moet leren. Het ergste is dat ik soms het gevoel krijg dat ze zich voor mij schamen.”
Daarom vraagt Gloria zich af hoe anderen hiernaar kijken. Moet zij zichzelf blijven verbeteren om haar kinderen te laten zien dat ze ambitie heeft? Of zouden haar kinderen juist meer respect moeten hebben voor alles wat hun moeder heeft opgeofferd en bereikt? Wat zouden jullie tegen Gloria zeggen? Hebben haar kinderen een punt, of zien ze niet hoeveel hun moeder eigenlijk heeft bereikt?
Afbeelding: Vinicius das Neves via Unsplash

Petra van Dorp -
Ben jij nu helemaal betoeterd om je uit te gaan sloven voor die ondankbare blagen? De (puber)leeftijd zal misschien wel meespelen, maar ronduit denigrerend je moeder behandelen en je dom vinden, is gewoon beschamend. Je hebt tot twee keer toe een nieuw leven opgebouwd, je kunt je overal mee redden, je kunt je verstaanbaar maken, je hebt werk én je bent financieel onafhankelijk. Jij bent juist hét voorbeeld van een sterke vrouw die haar eigen kansen gecreëerd en gegrepen heeft. En dan lopen die koters te zeiken dat je geen auto rijdt (zodat jij ze naar allerlei leuke afspraakjes kan brengen, zeker)? Laat het pubergedrag bij de pubers. Ga alleen verder studeren of leren autorijden voor JEZELF, niet wat je kinderen ervan vinden. Oh, en vertel ze even dat het bijzonder schaamteloos en respectloos is als ze jou in het openbaar corrigeren of met hun ogen rollen. Dat je dat absoluut niet op prijs stelt. Het is minderwaardig, onbeschoft gedrag. En die man van je, ook weer zo’n lamlul waarin Damespraatjes-dames in grossieren, mag ook wel eens voor zijn vrouw opkomen en zijn kinderen aanspreken op hun absoluut onbeschofte gedrag. Je hoeft niet alles op puberleeftijd te schuiven. Respect en fatsoen is wel het minste wat ze op kunnen brengen!