Philou is gek op haar man Florian. De twee zijn inmiddels drie jaar getrouwd en wonen samen in een klein appartement in Amsterdam. “Echt klein-klein,” lacht ze. “Maar wij vinden dat totaal niet erg.” Hun leven speelt zich namelijk vooral buiten de deur af. Ze gaan graag naar de bioscoop, lunchen bij hippe cafés, wandelen door de stad of bezoeken een concert in het Concertgebouw. “We zijn echt stadsmensen,” vertelt Philou. “Altijd onderweg, altijd iets doen.”
Dat kleine appartement voelt daardoor zelden benauwend. “We zitten eigenlijk bijna nooit thuis.” Pas als er ooit kinderen komen, denken ze erover om de stad misschien te verlaten. “Maar voorlopig vinden we Amsterdam heerlijk.” Toch is er één periode in het jaar waarin hun leven er ineens totaal anders uitziet: de zomer.
Florian leeft op van kou
Waar veel mensen uitkijken naar warme dagen, zon en terrasweer, begint Florian juist te mopperen zodra de temperatuur oploopt. “Hij functioneert gewoon beter in de kou,” zegt Philou. “Echt extreem ook.” Daalt het kwik richting het vriespunt? Dan is Florian op zijn gelukkigst. “Hij neemt vrijwillig ijsbaden, doucht iedere dag koud af en kijkt het hele jaar uit naar wintersport.” Volgens Philou bloeit haar man pas echt op bij koud weer. “Als het sneeuwt is hij letterlijk vrolijker.” Maar zodra de temperatuur boven de 24 graden uitkomt, verandert alles. “Dan trekt hij zich terug in huis alsof er een natuurramp bezig is.”
“Hij leeft praktisch onder de airco”
Terwijl Philou in de zomer juist alles uit het leven wil halen, sluit Florian zich het liefst op in hun appartement met de airconditioning aan. “Hij zegt dan serieus: ‘Waarom zou je vrijwillig buiten gaan zitten zweten?’” En dat botst behoorlijk met wat Philou juist leuk vindt aan de zomer. Zij wil varen met vrienden, picknicken in het park, borrelen aan de Amstel en tot laat buiten zitten. “Voor mij voelt zomer echt als vrijheid.” Maar Florian krijg je met warm weer nauwelijks naar buiten. “Dan zegt hij na vijf minuten al dat hij misselijk wordt van de hitte.” Volgens Philou is het ieder jaar opnieuw een terugkerende irritatie. “Het voelt soms alsof ik de hele zomer in mijn eentje leuke dingen moet doen.”
“Ik ga óók mee de kou in voor hem”
Wat het extra frustrerend maakt, is dat Philou zelf totaal geen wintermens is. “Ik haat kou eigenlijk echt.” Toch gaat ze in de winter wel overal in mee voor Florian. “Ik sta op een kerstmarkt terwijl mijn tenen eraf vriezen, ga mee naar wintersport en wandel in januari door de regen omdat hij daar gelukkig van wordt.” Natuurlijk doet ze dat uit liefde. “Ik vind het belangrijk om dingen samen te doen, ook als het niet helemaal mijn ding is.” Maar daardoor voelt het voor haar soms oneerlijk dat Florian in de zomer nauwelijks moeite lijkt te doen. “Dan denk ik: ik trotseer ook die kou voor jou.” Volgens Philou hoeft hij echt niet iedere dag enthousiast in de zon te zitten. “Maar een beetje meebewegen zou fijn zijn.”
Zomer in haar eentje
Inmiddels merkt ze dat ze steeds vaker alleen of met vriendinnen dingen onderneemt zodra het warm wordt. “Op de eerste mooie dag van het jaar gingen we met een groep varen en Florian bleef gewoon thuis in de airco.” In het begin vond ze dat nog prima. “Iedereen mag natuurlijk zijn eigen grenzen hebben.” Maar inmiddels begint het haar tegen te staan. “Je wilt die herinneringen toch samen maken.” Zeker omdat de zomer in Amsterdam volgens Philou juist zo gezellig is. “Iedereen leeft buiten. De stad bruist helemaal op.” En juist dan voelt het soms alsof zij en Florian compleet tegenovergesteld zijn. “Ik wil op een terras zitten tot middernacht en hij telt af tot september.”
“Hij meent het echt”
Toch weet Philou ook dat Florian zich niet aanstelt. “Hij heeft het écht zwaar met warmte.” Waar zij bij 28 graden vrolijk wordt, raakt Florian futloos en geïrriteerd. “Hij slaapt slecht, krijgt hoofdpijn en voelt zich gewoon niet lekker.” Daardoor vindt ze het lastig om boos op hem te worden. “Het is niet alsof hij expres ongezellig doet.” Maar tegelijkertijd merkt ze dat haar begrip soms opraakt. “Op een gegeven moment denk je ook: kom op, het is gewoon zomer.”
Kan je iemand dwingen?
Stiekem vraagt Philou zich soms af of ze harder moet zijn. “Moet ik gewoon zeggen: je gaat mee?” Maar diep van binnen weet ze dat dat waarschijnlijk alleen maar voor irritatie zorgt. “Als iemand zich echt ellendig voelt in de hitte, maak je hem niet vrolijk door hem drie uur op een boot in de volle zon te zetten.” Toch blijft ze zoeken naar een middenweg. “Misschien vroeger op de dag iets doen, of juist ’s avonds als het afkoelt.” Want ondanks alles wil ze de zomer graag samen beleven. “Ik ben verliefd op hem, niet op alleen de winterversie van hem.”
Tegenpolen
Eigenlijk zijn Philou en Florian op veel vlakken elkaars tegenpolen. Waar zij houdt van zon, drukte en spontane plannen, houdt hij van rust, kou en controle. “Normaal vullen we elkaar daarin juist goed aan,” zegt ze. “Alleen bij warmte botst het ineens.” En eerlijk is eerlijk: soms vindt ze het ook ergens grappig. “Welke gezonde volwassen man kijkt nou blijer naar een sneeuwstorm dan naar een zonnig terras?” Toch hoopt ze dat ze samen een manier vinden waarop ze allebei iets krijgen van wat ze nodig hebben. “Want ik wil niet iedere zomer het gevoel hebben dat ik single ben zodra het boven de 24 graden wordt.” En Florian? Die zit voorlopig nog even binnen. “Met de airco op standje vrieskist.”
Afbeelding: Alexey Demidov via Unsplash

Corrie -
Meid, ik hoop dat je ooit nog over dit vreselijke probleem heen raakt. Ik ben er kapot van dat je je elke zomer zo vreselijk moet aanstellen omdat je man niet van de zomer houdt.