Toen Kate zelf een kind was, stond haar leven al vroeg in het teken van sport. “Vanaf mijn zevende liep ik met een hockeystick rond,” vertelt ze. “Ik vond het heerlijk: trainen, wedstrijden spelen, beter worden.” Die passie is nooit verdwenen. Ook tijdens haar studententijd bleef ze fanatiek hockeyen en nog steeds staat ze meerdere keren per week op het veld. “Ik speel nu in een veteranenteam, en dat vind ik geweldig. Even alles loslaten en gewoon lekker sporten.”
Die liefde voor hockey heeft ze doorgegeven aan haar kinderen. “Ze zijn er allebei mee opgegroeid,” zegt Kate. “En dat vind ik zó leuk om te zien.” Haar man is trainer en coach van hun jongste zoon, terwijl Kate zelf het team van hun 16-jarige dochter Harriet onder haar hoede heeft. “Ik geef twee trainingen per week en sta elk weekend langs de lijn. Het is intensief, maar ook heel leuk om zo betrokken te zijn.”
Herkenning in haar dochter
In Harriet herkent Kate veel van zichzelf. “Ze is gedreven, komt altijd opdagen en geeft alles wat ze heeft,” zegt ze trots. “Ze slaat geen training over en is altijd gefocust.” Voor Kate is dat precies de mentaliteit die ze belangrijk vindt binnen een team. “Ik geloof heel erg in inzet. Als je er bent, je best doet en verantwoordelijkheid neemt, dan mag dat ook beloond worden.” Dat betekent in de praktijk dat speelminuten verdiend worden. “Als iemand zonder goede reden een training mist, dan speelt ze dat weekend minder of soms helemaal niet,” legt Kate uit. “Dat is vanaf het begin duidelijk geweest.” Volgens haar zorgt die aanpak voor structuur en eerlijkheid. “Iedereen weet waar ze aan toe is.” Toch blijkt dat niet voor iedereen zo te voelen.
De eerste opmerkingen
Sinds dit seizoen krijgt Kate steeds vaker opmerkingen van ouders en speelsters. “Er wordt gezegd dat ik mijn eigen dochter voortrek,” vertelt ze. “Dat zij meer speeltijd krijgt en dat ik minder streng voor haar zou zijn dan voor de rest.” Kate schrikt van die feedback. “Ik herken me daar totaal niet in.” Volgens haar is het juist andersom. “Harriet werkt keihard en doet altijd wat er van haar gevraagd wordt. Ze verdient die speelminuten,” zegt ze stellig. “Het is niet omdat ze mijn dochter is, maar omdat ze laat zien dat ze ervoor gaat.” Toch blijven de opmerkingen komen. “Eerst hoorde ik het via via, maar inmiddels wordt het ook rechtstreeks gezegd,” vertelt Kate. “En dat vind ik lastig.”
Botsende visies
Wat het ingewikkeld maakt, is dat de visie van andere ouders soms anders is. “Zij vinden dat je rekening moet houden met het feit dat het pubermeisjes zijn,” zegt Kate. “Als iemand een keer niet kan trainen vanwege school of iets anders, dan vinden zij dat dat niet meteen gevolgen moet hebben.” Maar daar denkt Kate anders over. “Natuurlijk begrijp ik dat school belangrijk is,” zegt ze. “Maar als je in een team zit, heb je ook een verantwoordelijkheid naar elkaar.” Ze vindt dat inzet en aanwezigheid de basis moeten zijn. “Anders wordt het vrijblijvend, en dat werkt niet in een teamsport.” Voor haar voelt het daarom oneerlijk dat haar aanpak nu ter discussie staat. “Ik ben juist consequent. Voor iedereen,” benadrukt ze.
Twijfel en frustratie
Toch laat de kritiek haar niet koud. “Ik vraag me soms af: doe ik het wel goed?” geeft ze toe. “Je wilt niet dat speelsters zich benadeeld voelen.” Tegelijkertijd vindt ze het moeilijk om haar principes los te laten. “Als ik ineens soepeler word, voelt dat ook niet eerlijk tegenover de meiden die er altijd zijn.” Ook richting Harriet is het een lastige situatie. “Zij krijgt het natuurlijk ook mee,” zegt Kate. “En dat vind ik misschien nog wel het vervelendst.” Harriet werkt hard en doet haar best, maar krijgt nu het gevoel dat haar inzet niet wordt gezien. “Dat raakt haar,” vertelt Kate. “Ze heeft zoiets van: wat ik ook doe, het is blijkbaar nooit goed.” Dat doet Kate pijn. “Je wilt je kind beschermen, maar ook eerlijk blijven naar de rest van het team.”
Reacties uit de omgeving
Opvallend genoeg krijgt Kate ook steun, maar die is minder luid. “Er zijn ouders die zeggen dat ze mijn aanpak juist goed vinden,” vertelt ze. “Maar die spreken zich minder snel uit.” De kritiek komt vaak harder binnen. “Dat blijft toch hangen.” Laatst kreeg haar man een opmerking van een vriend. “Hij zei: ‘Als ik dit zou doen bij mijn vrouw, dan zou ik op de bank slapen.’” Kate moet er een beetje om lachen, maar ziet er ook de kern van in. “Het laat wel zien dat anderen het ook opvalt.” Volgens haar zit er een bredere vraag onder. “Wanneer ben je nog objectief als ouder-coach?” vraagt ze zich af. “En hoe bewijs je dat?”
Balans zoeken
Kate probeert nu een middenweg te vinden. “Ik wil blijven coachen op inzet en discipline,” zegt ze. “Maar ik wil ook dat het team zich eerlijk behandeld voelt.” Ze denkt na over hoe ze dat beter kan communiceren. “Misschien moet ik nog duidelijker uitleggen waarom ik bepaalde keuzes maak.” Ook overweegt ze om iemand anders mee te laten kijken. “Een assistent of een ouder die objectief kan meekijken,” zegt ze. “Zodat het niet alleen mijn beslissing is.” Voor nu blijft het zoeken. “Ik sta achter mijn dochter, maar ik sta ook achter mijn team,” zegt Kate. “En die twee wil ik niet tegenover elkaar laten staan.”
Afbeelding: Freepik

Petra van Dorp -
Het is een teamsport, geen topsport. Projecteer je eigen discipline, normen en waarden niet op de rest van de meisjes die het heus wel leuk vinden om te hockeyen, maar niet dezelfde gedrevenheid hebben. En oh ja, coach nooit het team waar je kind in zit. Dan krijg je dit soort situaties. En die opmerking van die vriend slaat natuurlijk helemaal nergens op. Wat bedoelt hij met ‘als ik dit zou doen’? Kritiek geven? Teamspelers aan de regels laten houden? Fijne relatie als hij dan op de bank moet gaan slapen.