Ka vecht tegen een grote ziekmakende vlek

De Man werd maandag ziek. Griep. Met zijn haar door de war en zijn geruite pyjamabroek aan zuchtte hij zich een baan door het leven. Want wat was hij gammel. Hij zag er ook gammel uit. Ik hoopte maar dat hij de enige uit ons vrolijke gezin zou zijn die genadeloos door dat rottige virus onderuit werd gehaald.

Mijn oudste begon te hoesten als een zeehond. Ik voelde honderd keer op een dag zijn voorhoofd of het niet te warm werd. Nee, voor zover dokter Ka het kon inschatten, was dit een smerige verkoudheid maar geen griep.

Gisteren hing ik in onze meest comfortabele stoel, die tegen de verwarming is geplakt, en rilde. Ik had het koud. Hoofdpijn ook. Ik googlede. Geen idee waarom, maar ik deed het. ‘Griep, wat nu?’ tikte ik in. Ik kon een test doen. Alsof ik dat nodig had. Maar ik deed het wel. ‘U hebt waarschijnlijk griep’, concludeerde dokter Google. Veel drinken was het advies. Chillen, bij voorkeur op een bank, was ook een goede. En: ‘geef u er aan over’. Dat was mooi makkelijk. Hoe dan?

Gaandeweg de dag was ik helemaal lam gechilled, en hees mezelf, zuchtend, naar boven. Als een trillend rietje lag ik onder het dekbed. Elke keer als ik wegdommelde, kreeg ik een torenhoge hartslag omdat de jongetjes in de buurt alvast wat vuurwerk afstaken. Wat voelde ik me gammel. De Man zette kopjes thee bij mijn bed, ik moest van dokter Google immers goed drinken.

Niet veel later kwamen mijn kleinste en grootste boven. Met in hun hand een prachtige tekening. “Ik hoop echt dat je snel beter wordt, mam”, wreef mijn oudste over mijn voorhoofd. Mijn kleinste had zich naast mij in bed gewurmd. Met in zijn armpjes zijn vier allerliefste knuffels. Kleine muis mocht ik wel even vasthouden.

Hij lag op zijn rug, die kleinste van mij, en begon. “Als je ziek bent, dan zie ik voor me dat er rode en blauwe bolletjes met een karatehoofdband en een zwaard in je lijf aan het vechten zijn.” Ik knikte. En vroeg hem wie er dan moest winnen, de rode bolletjes, of de blauwe? Mijn kleinste dacht na. “Nee, mam, het is anders, die bolletjes moeten vechten tegen een grote vlek, dat is het dingetje dat je ziek maakt. Heb ik gezien op het Klokhuis.”

Dus dat ben ik dan maar aan het doen; aan het knokken tegen die grote vlek die mij ziek maakt. En in de tussentijd chill ik zowel op de bank als in bed.

Nadat ik mezelf volgepompt had met paracetamol, haalde ik twaalf uur en dus het nieuwe jaar. Met dit jaar een uiterst legitieme reden om er tien over twaalf in te liggen. Happy new year, guys!

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

 


Reageer ook