Een vriendin die in de buurt van Alphen aan den Rijn woont, stuurde me onlangs een berichtje waar ik even van opkeek. In de polders bij haar in de buurt ziet ze momenteel enorme groepen ooievaars. Honderden, volgens haar. Prachtig natuurlijk, zo veel van die statige zwart-witte vogels bij elkaar, maar inmiddels begint ze er ook een beetje genoeg van te krijgen. Volgens haar lijken de ooievaars de omgeving bovendien flink leeg te eten van kleine beestjes. Ik werd nieuwsgierig: is er iets bijzonders aan de hand met de ooievaars rond Alphen aan den Rijn?
Geen ooievaarsplaag, maar wel een bijzonder moment
Wie op dit moment grote groepen ooievaars ziet, hoeft zich geen zorgen te maken. Er is geen sprake van een officiële ‘ooievaarsplaag’. Wat we nu vooral zien, is een heel natuurlijk verschijnsel: het is trektijd. Volgens STORK, de organisatie die zich bezighoudt met onderzoek naar en bescherming van ooievaars, zoeken vooral jonge ooievaars elkaar in deze periode op. Zij maken zich klaar voor hun eerste lange reis. Op verschillende plekken in Nederland worden daarom momenteel grote groepen gezien.
Dat past ook bij de levenscyclus van de ooievaar. Nederlandse ooievaars zijn vanaf ongeveer maart in ons land aanwezig en de meeste trekvogels vertrekken vanaf augustus weer. Vooral de jongen die dit jaar zijn geboren, verzamelen zich nu voordat ze aan hun reis beginnen. Sommige ooievaars blijven overigens wel in Nederland overwinteren.
Waarom juist zoveel ooievaars rond Alphen aan den Rijn?
De omgeving van Alphen aan den Rijn is voor ooievaars eigenlijk een soort ideale vakantiebestemming. De open polders en vochtige weilanden bieden precies het landschap waarin ze graag naar voedsel zoeken. Ooievaars leven graag in extensief beheerde weilanden en veenweidegebieden waar de bodem vochtig is en voldoende voedsel te vinden is.
Daar komt bij dat Alphen natuurlijk onlosmakelijk verbonden is met vogels. Vogelpark Avifauna ligt midden in de stad en heeft een lange geschiedenis met vogels en natuureducatie. In de omliggende polders en natuurgebieden zijn bovendien regelmatig ooievaars te zien. Het is dus niet zo vreemd dat je juist in deze omgeving grote groepen tegenkomt.
Wat eten al die ooievaars eigenlijk?
En dan komen we bij het punt waar mijn vriendin zich het meest over verbaast: wat eten al die vogels eigenlijk? Het antwoord is: behoorlijk veel. Een ooievaar heeft een gevarieerd menu en eet onder andere regenwormen, insecten, kikkers, muizen en mollen. Ook slakken en andere kleine dieren kunnen op het menu staan.
Vooral regenwormen zijn belangrijk. Wat er precies wordt gegeten, hangt sterk af van wat er op dat moment in een gebied beschikbaar is. In een periode met veel wormen zullen die een groter deel van het menu vormen, terwijl ooievaars op andere momenten bijvoorbeeld meer muizen of insecten vangen.
Dat betekent dus inderdaad dat een grote groep ooievaars flink wat kleine dieren kan verorberen. Maar daaruit kun je niet zomaar concluderen dat ze een gebied ‘leeg eten’. De natuur werkt nu eenmaal met roofdieren en prooidieren en ooievaars zijn daar onderdeel van.
Eten ooievaars ook andere vogels?
Daarover bestaan nogal wat misverstanden. Een ooievaar is technisch gezien een roofvogelachtige eter: hij eet dieren. Maar het beeld dat ooievaars massaal jonge weidevogels zouden opeten, klopt volgens Vogelbescherming niet. Onderzoek naar het voedsel van ooievaars laat vooral veel regenwormen, kevers en emelten zien, aangevuld met bijvoorbeeld muizen en mollen. Er is volgens Vogelbescherming geen wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat ooievaars een belangrijke predator van weidevogelkuikens zijn.
Natuurlijk kan een ooievaar incidenteel wel een jonge vogel eten. Ook gewonde of dode dieren kunnen op het menu staan. Maar de ooievaar aanwijzen als belangrijke oorzaak van de achteruitgang van weidevogels gaat volgens de beschikbare informatie veel te ver. Daar spelen andere factoren, waaronder veranderingen en intensivering van het landbouwgebied, een veel grotere rol.
Waarom staan ze soms allemaal bij elkaar?
Misschien heb je het zelf ook weleens gezien: een weiland vol ooievaars die rustig naast elkaar staan te zoeken naar voedsel. Het ziet er bijna een beetje onwerkelijk uit. Juist in deze periode is dat niet zo vreemd. Jonge ooievaars zoeken elkaar op en kunnen gezamenlijk geschikte plekken vinden om te foerageren en te rusten voordat ze verder trekken. STORK noemt deze periode dan ook nadrukkelijk de trektijd.
Voor ons is het een bijzonder gezicht, voor de ooievaars is het vooral een belangrijke voorbereiding op een enorme reis. Nederlandse ooievaars trekken voornamelijk via Spanje en Gibraltar richting Afrika. Daarbij maken ze gebruik van opstijgende warme lucht om energie te besparen tijdens het vliegen.
Dus: genieten zolang ze er nog zijn
Ik begrijp mijn vriendin wel. Als je ineens iedere dag tientallen of misschien honderden ooievaars in je omgeving ziet, kan het best bijzonder zijn. En als ze vervolgens fanatiek op zoek gaan naar alles wat beweegt in het weiland, vraag je je misschien af wat dat betekent voor de rest van de natuur.
Toch zou ik vooral genieten van het bijzondere schouwspel. Want de kans is groot dat veel van deze ooievaars over niet al te lange tijd weer verdwenen zijn. Ze maken zich op voor hun trek naar het zuiden en laten de Nederlandse polders voorlopig achter zich.
En eerlijk gezegd vind ik het ergens ook wel een mooie gedachte. Waar wij een weiland vol ooievaars zien als iets bijzonders, zijn deze vogels bezig met een van de indrukwekkendste reizen uit hun leven. Misschien moeten we dus niet denken: wat doen al die ooievaars hier?, maar vooral: wat bijzonder dat we ze juist nu met zoveel tegelijk kunnen zien.
Foto door Mariana Serban via Pexels
