Dianne’s zoons kijken op haar neer: “Ze lachen me in mijn gezicht uit!”

Regelmatig krabde Dianne zichzelf achter haar oren toen haar Jurre en Bas van de basisschool met huiswerk thuiskwamen. “Ik had vroeger op de basisschool nooit huiswerk op het voorbereiden van een spreekbeurt of werkstuk na. Dat was bij mijn jongens wel anders. Soms moest ik het heel goed lezen en wist ik het eigenlijk ook niet. Dat was toen ze klein waren geen probleem. Inmiddels lachen ze me uit. Ik voel me dan zo onnozel.”

Haar zonen zijn veertien en zestien en doen allebei vwo. Het zijn slimme jongens. “Niet alleen op school, maar ook daarnaast. Ze weten wat ze willen en gaan recht op hun doel af. Toen ze klein waren, was ik nog een held. Werd ik op een voetstuk geplaatst, maar daar ben ik een tijd geleden al vanaf gevallen.” Haar ouders vonden een opleiding niet belangrijk. Haar moeder had nooit gewerkt, had altijd voor haar en haar broers en zussen gezorgd. Haar vader werkte als ambtenaar. Had geen juichende baan, maar bracht voldoende geld binnen om zijn gezin te onderhouden. Wie wilde studeren moest maar geld van de bank lenen, want dat was er niet.

Domme ouders
“De mavo doorliep ik met gemak. En ik twijfelde of ik havo zou doen. Toen mij een baan werd aangeboden op de receptie van een verzorgingshuis bij ons in de buurt, leek me dat leuk. Nog steeds werk ik er.” Dianne vond studeren al niet leuk en heeft er in vanaf het moment dat ze haar mavodiploma in haar zak had, nooit meer geleerd; ze was juist blij dat ze ervan af was. Ze leerde haar man kennen, trouwde en werd dus moeder van Jurre en Bas. “Mijn man heeft een goede job en is ook slimmer. Hij helpt de jongens nu met hun huiswerk, want ik snap er niks van. Als ik die wiskundesommen zie raak ik al een soort van in paniek. Ik begrijp het gewoon niet. Maar het komt steeds vaker voor dat mijn man het ook niet meer begrijpt en sommige dingen moet uitzoeken. Jurre en Bas vinden dat belachelijk. Het kan er bij die jongens maar niet in dat hun ouders ze niet meer kunnen helpen bij het huiswerk, terwijl vaders en moeders van vriendjes het allemaal glashelder kunnen uitleggen.”

Ze lachen me uit
Dianne merkt dat ze zich minderwaardig gaat voelen. “Jurre en Bas kregen op de basisschool al Engels en spreken dat dus vloeiend. Ook omdat al die games die ze spelen en films die ze zien in het Engels zijn. Toen we vorig jaar op vakantie waren en ik in mijn beste Engels de tijd vroeg, lagen ze in een deuk. Ik spreek het namelijk niet zo goed, komt ook omdat ik jarenlang het niet durfde. Sinds die tijd doen ze me regelmatig na. Zetten ze een gek stemmetje op. Ik vroeg namelijk aan een man: ‘do you know how late it is?’ en op het moment dat ik het zei, dacht ik: ach, dat is niet goed. Maar die man begreep me en keek op zijn horloge. Die jongens roepen die zin nu te pas en te onpas en komen dan niet meer bij van het lachen. Ik voel me daardoor heel ongelukkig en minderwaardig.”

Wat moet  ik doen?
Dianne voelt zich vernederd als die jongens de draak met haar steken. “Mijn man zegt dat ik het me niet zo moet aantrekken, dat het pubers zijn en dat pubers nu eenmaal zo zijn. Sterker: ik zag dat mijn man een zelfs een beetje mee stond te lachen met de jongens. Ik voel me echt zo eenzaam binnen ons gezin en weet niet goed hoe ik dat moet oplossen.”


Reageer ook