Vanaf het begin was het meteen dikke mik. Ze deden vaak borrels op vrijdagmiddag en ook op doordeweekse avonden pakten ze soms samen een film. “We klikten gewoon vanaf dag één,” vertelt Lieke. “We begonnen tegelijk en trokken meteen naar elkaar toe. Het voelde veilig en vertrouwd.”
Lieke werkt inmiddels drie jaar bij hetzelfde bedrijf als Door. Samen leerden ze het bedrijf kennen, samen klaagden ze over lastige projecten en samen vierden ze successen. “Als ik een presentatie had die goed ging, was zij de eerste die me appte. En andersom ook.” Juist daarom komt wat er nu gebeurt zo hard aan.
Langzaam veranderde er iets
Een paar maanden geleden begon Lieke kleine veranderingen te merken. “Ze schoof minder vaak aan bij de lunch. Eerst dacht ik: druk, kan gebeuren.” Maar het bleef niet bij één keer. De vrijdagmiddagborrels werden minder vanzelfsprekend. Appjes bleven langer onbeantwoord. “Ik stelde voor om naar de film te gaan, zoals we vaker deden. Ze zei dat ze moe was. Dat kan natuurlijk, maar het werd een patroon.” Lieke probeerde het te relativeren. “Vriendschappen veranderen. Mensen zitten soms anders in hun vel. Ik wilde er niet meteen iets achter zoeken.”
Een ongemakkelijke lunch
Tijdens een lunch met collega Anne kreeg Lieke iets te horen wat haar wereld op z’n kop zette. Volgens Anne had Door tijdens een vergadering waar Lieke niet bij was, opvallend negatief gesproken over haar werk. Er zou kritiek zijn geweest op haar planning en haar manier van werken. Ook zou Door hebben gezegd dat Lieke’s aanpak niet toekomstbestendig genoeg was. “Toen Anne dat zei, voelde ik mijn maag samentrekken,” vertelt Lieke. “Ik dacht: dit kan niet waar zijn.”
Reorganisatie door AI: wie moet er straks weg?
Het bedrijf waar ze werken moet door de opmars van AI flink inkrimpen. Er verdwijnen banen, dat is al aangekondigd. “Iedereen weet dat er keuzes gemaakt gaan worden,” zegt Lieke. “Dat maakt het extra gevoelig.” Volgens Anne klonk het alsof Door zichzelf sterker wilde neerzetten door Lieke zwakker te maken. “Dat vond ik zó pijnlijk om te horen.”
“Waarom hoor ik dit niet van haar?”
Wat Lieke het meeste steekt, is dat Door haar niets heeft verteld. “Als je vindt dat ik iets niet goed doe, zeg het dan tegen mij. Dan kan ik er iets mee.” Ze besloot het gesprek aan te gaan. “Ik heb haar geappt of we samen konden lunchen. Gewoon even bijpraten.” Er kwamen steeds smoesjes. Druk, afspraken, deadlines. “Elke keer was er iets. Op een gegeven moment dacht ik: ze ontwijkt me.” Dat gevoel knaagt. “We waren altijd eerlijk tegen elkaar. Tenminste, dat dacht ik.”
Minder opdrachten: toeval of strategie?
Alsof het toeval wilde, merkte Lieke dat ze de laatste tijd minder opdrachten kreeg. “Normaal had ik meerdere grote projecten. Nu bleef het stil.” Ze vroeg haar leidinggevende hoe dat zat. “Er werd gezegd dat taken opnieuw werden verdeeld vanwege de veranderingen binnen het bedrijf.” Toch voelt het voor haar anders. “Het idee dat iemand achter je rug om twijfels zaait, maakt je onzeker.” Volgens Anne speelt Door een strategisch spel om zichzelf veilig te stellen. “Dat woord – spel – vind ik verschrikkelijk,” zegt Lieke. “Ik wil helemaal geen spel spelen. Ik wil gewoon mijn werk doen.”
Twijfel aan mezelf
Sinds het gesprek met Anne kijkt Lieke anders naar alles. “Ik betrap mezelf erop dat ik in vergaderingen extra op mijn woorden let.” Ze is zelfs oude projecten gaan terugkijken. “Misschien plant ik inderdaad te krap. Misschien zie ik iets over het hoofd.” Die zelftwijfel vindt ze het ergst. “Ik was altijd zeker van mijn werk. Nu denk ik: ben ik dan echt niet goed genoeg?” Tegelijkertijd krijgt ze van andere collega’s positieve reacties. “Dat maakt het verwarrend. Wat is nou de waarheid?”
Concurrenten geworden
De sfeer tussen haar en Door is voelbaar veranderd. “We praten nog wel, maar het is oppervlakkig. Het echte contact is weg.” Wat haar misschien nog het meest raakt, is het idee dat ze concurrenten zijn geworden. “We zaten altijd in hetzelfde team. Nu voelt het alsof er maar plek is voor één van ons.” Ze begrijpt dat iedereen zijn baan wil behouden. “Ik wil ook niet ontslagen worden. Natuurlijk niet.” Maar de manier waarop doet pijn. “Ik zou nooit iemand onder de bus gooien om zelf beter te lijken.”
Een gemiste kans
Lieke had liever een eerlijk gesprek gehad. “Al had ze gezegd: ik maak me zorgen over mijn plek hier. Dan had ik dat begrepen.” Nu blijft alles hangen in aannames en halve waarheden. “Ik weet niet eens zeker wat er precies is gezegd. Ik weet alleen hoe het voelt.” En dat gevoel is niet goed.
Wat nu?
Voorlopig focust Lieke zich op haar werk. “Ik zorg dat alles wat ik oplever klopt. Dat niemand kan zeggen dat ik mijn werk niet serieus neem.” Ze overweegt nog steeds om Door opnieuw aan te spreken. “Misschien moet ik het gewoon direct benoemen. Zeggen wat ik heb gehoord en vragen of het klopt.” Toch vindt ze dat spannend. “Wat als ze het ontkent? Wat als het dan nóg ongemakkelijker wordt?” Ondertussen probeert ze haar hoofd koel te houden. “Ik wil niet dat angst mijn gedrag bepaalt.” Maar makkelijk is het niet. “Het voelt alsof ik niet alleen bang moet zijn voor een reorganisatie, maar ook voor iemand die ooit mijn vriendin was.”
Meer dan alleen werk
Wat Lieke vooral verdrietig maakt, is het verlies van vertrouwen. “Werk is werk. Maar dit was meer dan dat.” Ze mist de vanzelfsprekendheid. Het samen lachen. Het gevoel dat ze elkaar steunden. “Nu voelt het alsof ik constant moet opletten.”
Of ze eruit komen? “Dat weet ik niet,” zegt ze eerlijk. “Misschien is dit gewoon hoe het gaat als het spannend wordt.” Wat ze wél weet, is dat het haar veranderd heeft. “Ik ben voorzichtiger geworden. Minder open.” En dat vindt ze misschien nog wel het ergste van alles. “Ik ben niet alleen bang mijn baan kwijt te raken,” zegt Lieke. “Ik ben ook een stukje vertrouwen kwijtgeraakt.”
Foto door MART PRODUCTION via Pexels

Petra van Dorp -
Je collega overstelpt je niet met kritiek. Je collega steekt je een mes in de rug. De klassieke weg van ‘laat ik mezelf zo goed mogelijk profileren door anderen af te kraken in de hoop dat ik dan mijn baan kan behouden’. Vergeet die vriendschap en die collegialiteit en die goede gesprekken maar, die zijn definitief voorbij. Ze heeft haar ware gezicht laten zien. Wegwezen ermee. Concentreer je op (het behouden van) je eigen functie, praat met HR en kijk eventueel om je heen naar een andere werkomgeving. Met recht is het vertrouwen in deze collega-vriendin weg. Waarom zou je er dan nog moeite en energie in steken met het voeren van gesprekken? Bij de eerstvolgende crisis op het werk zal ze het zo opnieuw doen. Trek je conclusies en handel daarnaar.