“Normaal tel ik het hele jaar af naar onze vakantie. We komen al jaren op dezelfde camping in Zuid-Frankrijk en het voelt bijna als een tweede thuis. Maar dit jaar is er in de eerste week iets gebeurd waardoor ik me geen moment meer echt ontspannen heb gevoeld.” Benthe (39) merkt dat één vervelende gebeurtenis haar hele vakantie overschaduwt. “Ik voel me bekeken zodra ik de buurvrouw zie.”
Al jaren dezelfde camping
Benthe gaat samen met haar man en kinderen iedere zomer naar dezelfde camping. “Onze kinderen hebben daar vaste vakantievriendjes en kijken er maanden naar uit. Ook wij vinden het een heerlijke plek. Iedereen kent elkaar een beetje en normaal gesproken hangt er een ontspannen sfeer.” Juist daarom kwam de ruzie extra hard aan. “Dit is echt de laatste plek waar ik ooit een conflict had verwacht.”
Nog snel een was draaien
Het begon volgens Benthe met iets heel onschuldigs. “Eén van onze kinderen had tijdens het eten een hele kom tomatensoep over zijn nieuwe kleren gegooid. Ik vond het zonde om die vlekken de hele nacht te laten intrekken.” Laat op de avond liep ze daarom nog naar het washok. “Normaal staan daar drie wasmachines, maar twee waren kapot. Er was dus nog maar één machine beschikbaar.”
Hoewel het washok bijna zou sluiten, besloot Benthe de was toch aan te zetten. “Ik wist dat het programma pas klaar zou zijn nadat het washok dicht was. Mijn plan was om de volgende ochtend meteen om zeven uur de was eruit te halen.” Ze zette zelfs een wekker. “Ik wist ook wel dat één wasmachine voor zo’n grote camping niet ideaal was. Daarom wilde ik er zo vroeg mogelijk bij zijn.”
Alles liep anders
De nacht verliep alleen totaal anders dan gepland. “Het onweerde urenlang, de tent lekte en de kinderen sliepen slecht. We waren allemaal moe en er ontstond ’s ochtends meteen gedoe in de tent.” Voor Benthe het wist, was het al acht uur. “Ik schrok toen ik op de klok keek en ben meteen naar het washok gelopen.” Ze verwachtte dat iemand haar was inmiddels uit de machine had gehaald. “Dat had ik zelf waarschijnlijk ook gedaan als ik had moeten wachten.”
Wat ze aantrof, had ze alleen nooit zien aankomen. “Mijn kleding lag niet op een tafel of in een wasmand, maar verspreid over de vieze grond.” Door de regen lag er modder en gras in het washok. “Alle schone kleren zaten weer onder de viezigheid. Ik kon opnieuw beginnen.”
Jullie onbeschofte Hollanders
Vrijwel meteen zag Benthe wie de was uit de machine had gehaald. “Het was onze directe buurvrouw. Ik vroeg rustig waarom ze mijn was op de grond had gegooid.” Volgens Benthe ontplofte de vrouw vrijwel direct. “Ze begon te schreeuwen dat wij onbeschofte Hollanders zijn die denken dat de wereld van ons is.” De verwijten bleven maar komen. “Ze zei dat we altijd herrie maken, onze kinderen niet opvoeden en geen rekening houden met andere mensen op de camping. Volgens haar was het asociaal dat ik de wasmachine de hele ochtend bezet hield.” Daarna voegde ze eraan toe: “Ik ga jouw was echt niet netjes opruimen. Je had maar een wekker moeten zetten. Dit is je eigen schuld.”
Ik wist niet wat ik hoorde
Benthe stond met haar mond vol tanden. “Ik was compleet overdonderd. Ik had verwacht dat iemand misschien geïrriteerd zou zijn, maar niet dat ik zo werd uitgescholden.” Ze besloot niet verder in discussie te gaan. “Ik heb mijn vieze was bij elkaar geraapt en ben teruggelopen naar onze plek.” Daar barstte ze in tranen uit. “Het voelde zo vernederend.” Sinds dat moment is de sfeer compleet veranderd. “Iedere keer als we elkaar tegenkomen, kijkt ze me boos aan. En eerlijk gezegd kijk ik haar inmiddels net zo boos terug.” Dat maakt de vakantie allesbehalve ontspannen. “Ik merk dat ik voortdurend oplet of zij ergens loopt.”
De vakantie voelt anders
Waar Benthe normaal volledig tot rust komt op de camping, lukt dat nu niet meer. “Ik voel me ongemakkelijk als ik naar het zwembad loop of koffie ga halen. Steeds ben ik bang dat we haar tegenkomen.” Ze merkt dat de ruzie veel meer met haar doet dan ze had verwacht. “Ik blijf die woorden maar in mijn hoofd horen. Vooral dat we slechte ouders zouden zijn en denken dat alles om ons draait.” Volgens Benthe herkennen vrienden en familie haar niet. “Mijn man zegt dat ik het veel te veel laat binnenkomen. Hij vindt dat die buurvrouw zich onmogelijk heeft gedragen en dat we ons daardoor niet moeten laten wegjagen.” Toch voelt dat voor Benthe niet zo eenvoudig. “Je zit de hele dag vlak naast elkaar. Dat kun je niet zomaar negeren.”
Moet zij de eerste stap zetten?
Inmiddels twijfelt Benthe of ze zelf nog een gesprek moet aangaan. “Een deel van mij denkt dat het misschien beter is om de lucht te klaren. We zitten hier tenslotte nog een tijd naast elkaar.” Tegelijkertijd voelt dat oneerlijk. “Waarom zou ík degene moeten zijn die het gesprek begint? Zij heeft mijn schone was op de grond gegooid en mij uitgescholden.” Ze vraagt zich ook af of een gesprek überhaupt iets oplost. “Misschien wordt ze alleen maar opnieuw boos.” Toch vindt Benthe het moeilijk om de spanning te laten voortduren. “Ik wil gewoon weer met plezier over de camping kunnen lopen, zonder steeds dat nare gevoel.”
Weggaan of blijven?
Heel even heeft Benthe zelfs overwogen om eerder naar huis te gaan of een andere camping te zoeken. “Dat klinkt misschien overdreven, maar ik voel me hier echt niet meer op mijn gemak.” Haar man wil daar niets van weten. “Hij zegt dat we ons niet laten wegpesten door één vervelende buurvrouw. We komen hier al jaren en laten onze vakantie niet verpesten.”
Benthe begrijpt zijn standpunt, maar merkt dat haar gevoel iets anders zegt. “Ik wil eigenlijk gewoon weer dat fijne vakantiegevoel terug. Nu voelt het alsof één ruzie alles heeft overschaduwd.” Ze weet nog niet of ze de buurvrouw alsnog zal aanspreken of dat ze de rest van de vakantie afstand houdt. “Ik hoop alleen dat ik straks niet met deze ruzie als belangrijkste herinnering naar huis ga. Dat zou ontzettend zonde zijn van een plek waar we altijd zo graag kwamen.”
Afbeelding: Unsplash+
