Toen Eva ruim dertig jaar geleden verliefd werd op Mart, was hij een man die veel aandacht besteedde aan zijn uiterlijk. Zijn kleding was altijd netjes, zijn haar zat verzorgd en ook zijn gebit zag er piekfijn uit. “Dat verzorgde vond ik altijd ontzettend aantrekkelijk.” Juist daarom valt het haar de laatste jaren steeds meer op dat Mart langzaam lijkt te veranderen.
Ik herken hem soms niet meer
Eva en Mart hebben twee zoons die inmiddels allebei het huis uit zijn. Zelf werkt Eva 24 uur per week in de zorg, terwijl Mart bezig is met het afbouwen van zijn werk. Waar hij vroeger meerdere keren per week sportte, brengt hij zijn avonden nu vooral op de bank door. “Hij zegt vaak dat hij moe is.” Eva ziet ook dat hij minder vrolijk oogt dan vroeger en vraagt zich af of er misschien meer speelt. Toch wil ze hem niet voortdurend aanspreken op alles wat haar opvalt. “Ik wil niet de vrouw zijn die overal over zeurt.”
Zijn zoons laten hem opleven
Gelukkig zijn er ook momenten waarop Eva haar oude Mart weer even terugziet. Eens in de twee weken komen hun zoons eten. “Daar kijkt hij dagen van tevoren naar uit.” Na het eten trekken de drie mannen meestal hun wandelschoenen aan en maken ze een flinke wandeling. Eva blijft dan thuis om de tafel af te ruimen en de keuken weer netjes te maken. “Dat vind ik helemaal niet erg.” Ze geniet ervan om te zien hoeveel plezier Mart met zijn zoons heeft. Op zulke momenten straalt hij weer zoals vroeger.
De tandarts blijft een gevoelig onderwerp
Toch is er één ding waar Eva zich steeds meer aan stoort. “Mart is al zeker vijf jaar niet meer naar de tandarts geweest.” In het begin dacht ze dat hij een afspraak was vergeten of het druk had. Inmiddels weet ze dat het een bewuste keuze lijkt te zijn. Ze ziet dat zijn gebit achteruitgaat. Volgens Eva zou een bezoek aan de mondhygiënist geen overbodige luxe zijn. “Je ziet gewoon dat zijn tanden aandacht nodig hebben.”
Ik vind het steeds moeilijker
Wat Eva misschien nog wel het lastigst vindt, is dat ze het ook ruikt. “Soms is zijn adem echt niet te harden.” Vooral ’s ochtends of tijdens een autorit, wanneer de ramen dicht zijn, merkt ze hoe erg het is geworden. Ze schaamt zich bijna als ze dat hardop zegt. “Ik voel me daar een slecht mens door.” Toch kan ze niet ontkennen dat het haar steeds vaker tegenstaat om dicht bij hem te zitten of hem spontaan een kus te geven.
“Bemoei je er niet mee”
Meerdere keren heeft Eva voorzichtig voorgesteld om een afspraak voor hem te maken. “Ik vraag dan gewoon: zal ik de tandarts even bellen?” Maar iedere keer reageert Mart geïrriteerd. Hij kapt het gesprek direct af en zegt dat Eva zich er niet mee moet bemoeien. “Hij wil er gewoon niet over praten.” Juist dat maakt haar onzeker. Is hij bang voor de tandarts? Vindt hij de behandelingen te duur? Of zit er misschien een heel andere reden achter?
Moet ik de jongens erbij betrekken?
Steeds vaker vraagt Eva zich af of ze hun zoons in vertrouwen moet nemen. “Misschien luisteren mannen eerder naar elkaar.” Aan de andere kant wil ze absoluut niet dat haar zoons zich zorgen gaan maken of dat Mart zich verraden voelt. Ze weet hoeveel hun band voor hem betekent. “Ik zou het verschrikkelijk vinden als ik dat beschadig.” Daarom houdt ze haar twijfels voorlopig voor zichzelf.
Het gaat me niet alleen om zijn tanden
Voor Eva draait het allang niet meer alleen om een tandartsafspraak. “Ik maak me vooral zorgen om hem.” Ze ziet een man die minder energie heeft, minder sport, vaker moe is en steeds minder aandacht lijkt te besteden aan zichzelf. Juist omdat dit gedrag zo anders is dan vroeger, vraagt ze zich af of er misschien iets achter schuilgaat. “Ik mis de Mart op wie ik ooit verliefd ben werd.”
Wat is wijsheid?
Aan scheiden denkt Eva geen moment. “Daar is dit echt geen reden voor.” Ze houdt nog altijd veel van haar man. Toch vindt ze het moeilijk om eerlijk toe te geven dat ze soms walgt van zijn slechte adem en zijn verwaarloosde gebit. Ze wil hem niet kwetsen, maar ook niet blijven zwijgen. “Ik twijfel iedere keer opnieuw: blijf ik het benoemen, laat ik het rusten of vraag ik onze zoons om hulp?” Het antwoord weet ze zelf nog steeds niet. En juist dat maakt dit dilemma zo ingewikkeld.
Foto door Alimi Sandrine via Pexels

Petra van Dorp -
Ah, weer een ouderwets ‘ik twijfel want ik wil zijn gevoelens niet kwetsen dus hou ik mijn mond en blijft de situatie voortbestaan ik word er wanhopig van maar ik weet niet wat ik moet doen’ zeik en draaikonterij verhaal. Mijn God, zeg. Die vent van je stinkt uit zijn bek en jij bent bang om hem te kwetsen? Hij laat zichzelf verwaarlozen om wat voor reden dan ook en jij zegt niets want twijfel, twijfel. Mondzorg is superbelangrijk voor de algehele hygiëne en tandenpoetsen kosten maar twee keer twee minuten per dag. Als hij wil voorkomen dat hij aan zo’n fijn klikgebit later moet, zal hij nu toch actie ondernemen. Er zit niets anders op dan (ha ha) je mond open te trekken en ik zou juist die zoons erbij betrekken. Als hij het van hen wil aannemen, dan is je doel toch bereikt? Er is geen andere manier om dit met fluwelen handschoenen aan te pakken. Zeg het voor zijn raap want het is wel degelijk een probleem. Als meneer met zijn gekwetste gevoelentjes alsnog niet naar de tandarts wil, zijn de consequenties ook voor hem.