Damespraatjes Damespraatjes

Roos (41): ‘Ik vind het vreselijk om voor mijn grieperige kind te zorgen’

Ze kent ze genoeg, moeders die het heerlijk vinden als hun kind ziek is om ze te verwennen. En Roos zou willen dat ze dat ook zo fijn zou vinden. Maar dat is niet zo. “Ik kan gewoon niet lekker op de bank kruipen onder hetzelfde dekentje als mijn zieke kind en stompzinnige kinderseries kijken die dood zijn herhaald. Ik heb daarvoor de rust niet.” Ze schrok zich rot toen haar zoon van zes laatst tegen haar moeder zei dat Roos altijd zo onaardig is als hij ziek is. “Koren op de molen van mijn moeder. Haar wenkbrauw schoot omhoog en bestraffend keek ze me aan.”

Roos zucht diep. Ze had ook graag gezien dat ze een rustige, begripvolle, zorgzame moeder zou zijn, maar dat is ze niet. “Ik gedij het beste als er actie in de taxi is. Voetbalcoach nodig? Ik sta vooraan en schreeuw die voetballertjes naar de overwinning. Carnaval op school? Ik loop voorop in de polonaise. Maar van een ziek koortsig kind krijg ik geen energie.”

Stinkend en doodziek

Als er een griepgolf heerst, vreest Roos het ergste. Want een dagje kan ze nog wel verdragen, maar een dikke week een ziek kind in bed, trekt ze nauwelijks. “En helemaal gek word ik als mijn man griep heeft. Hij verwacht dan dat ik als een Florence Nightingale stralend zijn thee en beschuit op bed breng, zijn gloeiende voorhoofd met een nat washandje koel dep en dat ik bij elke kik onmiddellijk aan zijn bed sta. Dacht het niet. Ik gruwel van die stinkende, zogenaamd doodzieke man. Bij Joris, mijn zoon, kan ik me nog bedenken dat het een kind is en dat ik hem moet helpen, maar Bert zoekt het maar uit.”

Slechte moeder

Nee, Roos maakt zich met haar rol als verpleegster niet populair. “Vriendinnen doen er lacherig over, kennen me langer dan vandaag, maar keuren mijn hardheid wel af. Ik zou het ook wel anders willen, maar het lukt niet. Echt niet.” Toen Joris de moeder van Roos vertelde dat zijn moeder er niet tegen kon als hij ziek was, kreeg ze een veeg uit de pan. “Ze nam me apart in de keuken en verweet me dat ik een slechte moeder ben. Ze siste dat kinderen juist de liefde die ze ontvangen als ze ziek zijn, onthouden. En dat ik me niet zo moet aanstellen met mijn ongeduld, maar gewoon er moet zijn als de mensen in mijn omgeving ziek zijn. Zeker Joris. Ik onderging haar tirade gelaten en liet het van me schouders glijden. Wat moet ik ermee? Als iets niet in je zit, dan wordt het een lastig verhaal.”

Groene klodders

Het is niet alleen het gebrek aan verplegend vermogen, ook vindt Roos veel vies. “Ik gruwel van snot, pies en poep. Zakdoekjes met groene klodders ruim ik echt niet op, ik ga ervan over mijn nek. Vind dat zo verschrikkelijk smerig. En zodra ik in de gaten heb dat Joris moet overgeven, zet ik hem in de wc voor de pot. Als ik iets smerig vind is het kots. Die zure lucht met die stukjes, gadverdamme.”

Au pair

Natuurlijk heeft Roos nagedacht over wat haar moeder zei. “Maar weet je, mama was er nooit voor me als ik ziek was. De oppas zette thee en beschuitjes naast me bed terwijl mijn moeder carrière maakte. Dus de pot verwijt de ketel. Om de lieve vrede te bewaren, zeg ik dat maar niet. En hoop ik dat Joris zo min mogelijk ziek wordt en later een lieve verpleegster trouwt. Zijn we overal van af.”

Wat vind jij? Moet Roos zich niet zo aanstellen en gewoon lief voor haar zieke naasten zorgen? Of snap jij haar wel en vind je de reactie van haar moeder overdreven? Praat met ons mee in de comments onder dit artikel.

 


Reageer ook