Ka wurmt zich in een wetsuit

Al een aantal weken ligt ie vanuit mijn kledingkast naar me te grijnzen. Een jaar geleden had ik m hard nodig toen het water in de grachten slechts 16 graden was. Toen ik de ALS City Swim had gezwommen, waste ik hem zorgvuldig uit en ruimde hem op. Sinds april weet ik dat ik ook dit jaar weer de grachten inspring om geld bij elkaar te zwemmen voor de stichting ALS. Ook weet ik dat ik een aantal kilo’s meer meezeul sinds vorig jaar. Vaag herinner ik me dat het pak toen al nauwsluitend was.

Ik moet moed verzamelen om te kijken of ik er nog in pas. Veel moed. Maar zolang het mooi weer is, negeer ik het pak en trek mijn altijd meerekkende badpakje aan als ik train. Prima. Die past goed. Ontspannen zwem ik in het open water. Kijk om me heen, geniet van de rust, de vrijheid en constateer dat ik het zwemmen niet ben verleerd. Heel soms denk ik aan dat pak. Heel soms.

Lees ook:  Wat zijn hardloopkleding trends van 2016 ?

Josefien staat juichend op mijn voicemail; we gaan met zijn allen zwemmen in het open water. Trainen voor de swim. Met, en daarmee trekt ze me zo mak als een lammetje over de streep, een barbecue na afloop bij Katie. Weet je hoe fijn het is na een flink stuk gezwommen te hebben in het open water, een stokkie saté in satésaus te roeren? Maar voordat ik die hompjes vlees door de saus kan sleuren, zal ik toch eerst in pak moeten zwemmen.

Het is woensdagmiddag. Mijn oudste staat onder de douche na een uur bootcamp. Ik sluip naar mijn kledingkast en trek de wetsuit eruit. Hou het voor me. Het zweet loopt over mijn rug. Van warmte. Maar ook van angst. Tot mijn grote vreugde gaat het pak redelijk soepel over mijn benen. Maar dan. Dan bereikt mijn pak mijn heupen. Ik prop ze er met veel geduw en gesjor in. De volgende hobbel die ik moet nemen is mijn buik. Ik stroop het pak op. Draai mijn armen erin. Vraag me niet hoe, maar alles zit in het pak. Ik strompel naar mijn oudste en vraag hem mijn rits op mijn rug dicht te trekken. Ik draai me om. Mijn oudste kijkt naar me. “Je ziet wel alles he?”, constateert hij voorzichtig, “gelukkig zit je straks in het water”, steekt hij op geheel eigen wijze mij een hart onder de riem.

Ik besluit het pak niet uit trekken en stap de auto in, op weg naar Josefien. Ik sta in de file. Het is bloedheet en mijn pak sluit zeer nauw aan. Stel dat ik nu een ongeluk krijg en buiten westen raak en ze vinden mij? Wat zullen ze denken? ‘He, maar dat is een grote Pokemon?’.

Levend kom ik bij Josefien aan. Als we met ons zwemclubje de open plas in duiken, vult mijn pak zich met water dat razendsnel door mijn Pokemonlijf  omhuld met een laagje vet wordt verwarmd. Het ultieme bewijs dat elk nadeel weer zijn voordeel heeft.

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

 


Reageer ook