Damespraatjes Damespraatjes

Ka schiet tekort

Met meer aandacht dan anders maak ik een slordige knot. Het is half zes en op mijn weerapp heb ik gezien dat de zon over zevenendertig minuten wakker wordt. Ik zorg dat ik er bij ben. Dat ik haar goedemorgen kan wensen als ik langs het water fiets. Ik voel of het bolletje op mijn hoofd stevig zit en lepel mijn havermout naar binnen.  

Twee jaar geleden vond ik dat ik wel weer ’s wat kon betekenen voor de medemens. Als ik mijn haar liet groeien en dat maar lang genoeg vol hield, kon ik het doneren. Stichting Haarwensen zou er blij mee zijn en zou mijn vlecht verwerken in een pruik voor kinderen met kanker.

Je haar laten groeien kent afschuwelijke fases. Het stadium ‘net niet’ is lastig. Als je het bij elkaar bindt met een elastiekje zie je eruit als een kleuter. Maar ongebonden ziet het er armoedig uit met van die opkrullende uiteinden. Er zit niets anders op dan tanden op elkaar en doorbijten. De momenten dat je vloekend voor de spiegel staat te modelleren, komen maar gaan ook weer voorbij.

Nadat ik me manmoedig door alle bad hair-days had geslagen, belandde ik in een paradijs. Ik kon een lange hoge staart, of een slordige vrouwelijke knot, en los raakte het de bovenkant van mijn bh-bandje. Ergens in de verte hoorde ik soms een stemmetje ‘het is lang genoeg, je kunt het doneren’. Ik hield me doof want ik had helemaal geen zin in kort haar, ik koesterde mijn lange lokken. Tot het lente werd. Zodra de temperaturen boven nul komen krijg ik de kriebels. Dan verruil ik mijn zwarte kleding voor gekleurde, is mijn humeur een stuk beter en wil ik iets anders met mijn haar. Twijfelend sta ik voor ik voor de spiegel. Doen of niet?

Of ik zaterdagochtend om negen uur kan. Ik knik en slik. Hij vraagt wat er moet gebeuren en als ik het hem zeg, slaat hij zijn hand voor zijn mond. “Dat is een mooie uitdaging.” Ik fiets een prachtige route. Met gevoel voor drama besef ik dat het mijn laatste fietsrondje met een slordige knot is, haast me naar huis, en precies op de afgesproken tijd neem ik in de kappersstoel een slokje van de koffie.

Hij kijkt me via de spiegel aan. Legt zijn handen op mijn schouders en vraagt of ik het zeker weet. The first cut won’t hurt at all, the second only makes you wonder. Mario legt de plukken zorgvuldig op de kaptafel neer en knipt met zijn tong uit zijn mond. Föhnt hij mijn haar met grote ronde borstels. Als hij klaar is pakt hij een handspiegel en laat mijn achterkant zien. Ik fluit tussen mijn tanden. Om het afgeknipte haar frommelt hij een elastiekje en legt het langs een meetlat.

Te kort. Onthutst kijk ik hem aan als hij uitlegt dat voor die pruiken minimaal dertig centimeter nodig is, want het haar moet worden geknoopt. Vijf centimeter schiet ik tekort. Geen doodzieke kindertjes die ik blij kan maken met mijn haar. Als ik het niet net boven maar over mijn bh-bandje had laten groeien, was ik een held.

Nu ben ik een verliezer. Met prachtig, nieuw haar, dat wel.


Reageer ook