Ka redt in nood verkerende vrouw en maakt de coronabalans op

Onhandig stond ze langs de weg. Haar hoofd rood, haar been gestrekt. Ik vond het een redelijk onnatuurlijke houding op de fiets, maar toen ik dichterbij kwam zag ik onmiddellijk wat er aan de hand was. Ik kneep hard in mijn remmen, klaar om te redden. Maar hoe doe je dat als je van de minister anderhalve meter afstand moet houden? Week 7 van de coronacrisis is begonnen.

Met zijn tong uit zijn mond tikt Tommie driftig op zijn laptop. Hoewel de dagen dat hij noodgedwongen thuiszit lijken op een aaneengesloten eindeloos lang durende vakantie, heeft hij nu echt vrij. “Wat doe je?” vraag ik. Gestrest kijkt hij me aan. “Ik moet werk inhalen van de meester. Nog drie rekenlessen en vier verkeersboekjes. Maar meester bekijkt het maar, ik ga fietsen.” Hij beent naar de schuur, gooit de poortdeur hard dicht en ik weet wat er gebeurt: de wind waait door zijn haren, blaast zijn muizenissen weg terwijl hij in rustig wordt van de fietsflow.

Ik hoor gestommel op de trap. Daar zul je mijn oudste hebben. Bob kijkt me gapend aan. “Yo, mam. Hoe is ie?” Ik kijk op de klok. Half twaalf. Zeg hem dat hij misschien weer ’s een wekker moet zetten om in het ritme te komen voor als hij weer naar school moet. “Doe normaal. Dat zien we dan wel. Laten we nou niet op de zaken vooruitlopen en gewoon in onze elleboog blijven niezen en binnen blijven. Heb je nog oranjevla?” Hij stiefelt naar de keuken, ik rol met mijn ogen.

Maak een tussenbalans op. Wat heeft corona met ons gedaan? Het hardnekkige virus heeft ons bij elkaar gedreven. Ons uithoudingsvermogen getest en de tolerantiegrens opgerekt. Ons netjes leren niezen, laten zien wat anderhalve meter is en geleerd hoe we het samen kunnen cheffen.

Ik heb mijn les geleerd, weet het nu allemaal wel en wil weer los. Wil mijn harten omhelzen, ze net zo lang in mijn armen sluiten tot ze geen lucht meer krijgen, ik wil slap ouwehoeren aan de bar in mijn stamkroeg, in de bios zachtjes huilen omdat de film zo zielig is. In plaats van dat alles, stap ik dagelijks op mijn fiets. Snuif de lente op, zwaai naar de koeien en zie hoe de natuur zich geen zak aantrekt van corona.

Ik zing hard mee als ik de hoek omzeil. En zie haar staan. Wanhopige blik, gestrekt been. Ik rem en trek mijn oordoppen los. Ze vloekt binnensmonds, ik grijns. Zet mijn fiets tegen een boom, vraag of ik mag helpen. Ze knikt. Voorzichtig maak ik de veter die om haar trapper is gedraaid, los. Opgelucht zet ze haar voet neer. “Hee, idioten, anderhalve meter afstand houden,” wappert een vrouw op een e-bike driftig met haar hand.

Ik zucht. Diep. Denk aan mijn corona-tussenbalans en vul ‘m aan. Wapperen. Zijn we sinds maart dit jaar ook kampioen in.

Reageer ook