Zeven jaar geleden nam Inez na een conflict met haar manager spontaan ontslag. Ze had jarenlang gewerkt bij een bedrijf met, zoals ze het zelf noemt, een “toxische werkcultuur” en was er helemaal klaar mee. “Het ging echt zoals in films,” vertelt ze. “Na de zoveelste discussie en weer een avond doorwerken, knapte er iets. Ik zei: ‘Ik stop ermee’ en ben gewoon opgestaan en weggegaan.” Diezelfde middag schreef ze haar ontslagbrief en een dag later zat ze al bij een headhunter. Inez wil daar wel iets over kwijt: “Ik ben absoluut niet bang om hard te werken. Maar structureel 50 uur per week op kantoor zitten, geen waardering krijgen en continu in een nare sfeer werken… dat was ik zat.”
Een frisse start
Via de headhunter kwam ze bij haar huidige werkgever terecht. En dat voelde meteen goed. “Het was echt een verademing. Fijne collega’s, normale werktijden en gewoon respect voor elkaar.” Toen de coronaperiode aanbrak en iedereen thuis ging werken, bleek dat voor Inez perfect te werken. “Ik was productief, had meer rust en kon mijn werk en privéleven beter combineren.” Het bedrijf zag dat ook en besloot na corona het thuiswerken deels te behouden. “We werkten drie dagen thuis en twee dagen op kantoor. Dat was echt ideaal. Mijn hele leven is daar inmiddels op ingericht.”
Alles verandert met een nieuwe directeur
Maar negen maanden geleden veranderde de situatie. Er kwam een nieuwe directeur en die had een andere visie op werken. “Langzaam kwamen er signalen dat thuiswerken misschien zou verdwijnen,” vertelt Inez. “Eerst dachten we nog: dat zal wel meevallen. Maar toen kwam het bericht dat een deel van het team niet meer thuis mag werken.” De reden? Volgens het management zou thuiswerken een negatieve invloed hebben op de productiviteit. “Ik moest op gesprek komen en daar werd letterlijk gezegd: ‘We zien dat je op kantoor veel meer werk verzet dan thuis.’”
Eerlijk is eerlijk…
Inez weet dat ze daar niet helemaal tegenin kan gaan. “Ik wilde eigenlijk meteen zeggen dat het onzin is… maar ergens klopt het wel een beetje.” Ze legt uit hoe haar thuiswerkdagen eruitzien. “Ik begin vroeg, werk een paar uur geconcentreerd, maar tussendoor doe ik ook dingen. Ik breng mijn zoontje naar voetbal, gooi een wasje in de machine of loop even naar de supermarkt.” Volgens haar zijn dat geen grote dingen. “Ik werk mijn uren gewoon en haal mijn deadlines. Maar ja… blijkbaar valt het toch op.” En daar zit haar twijfel. “Aan de ene kant denk ik: iedereen doet dit toch? Aan de andere kant snap ik ook wel dat mijn manager ziet dat ik op kantoor misschien nét iets productiever ben.”
Terug naar vijf dagen kantoor
De boodschap was duidelijk: Inez moet weer vijf dagen per week op kantoor werken. “Toen ik dat hoorde, baalde ik echt enorm,” zegt ze. “Mijn hele leven is afgestemd op die drie thuiswerkdagen. Mijn oppas, mijn sportmomenten, zelfs mijn boodschappenroutine.” Ze merkt dat het haar meer doet dan ze had verwacht. “Het voelt alsof ik een stukje vrijheid kwijt ben. Alsof ik weer terugga naar hoe het vroeger was – en dat wil ik juist niet.”
Kleine dingen, groot verschil
Wat voor anderen misschien klein lijkt, maakt voor Inez een groot verschil. “Op thuiswerkdagen ontbijt ik rustig met mijn zoontje, kan ik even een rondje lopen en heb ik gewoon meer balans. Op kantoor zit ik de hele dag binnen en ben ik ’s avonds kapot.” Ook praktisch wordt het lastiger. “Mijn zoontje moet nu vaker naar de BSO en dat wil ik eigenlijk niet. En alles moet ineens strakker gepland worden.”
Wat kan en mag eigenlijk?
Inez zit nu met een belangrijke vraag: kan ze dit weigeren? “Ik wil echt niet weer ontslag nemen,” zegt ze. “Ik heb het hier naar mijn zin en wil geen drama. Maar vijf dagen kantoor… dat voelt als een stap terug.” Ze heeft het er voorzichtig met collega’s over gehad. “Sommigen balen ook, anderen vinden het prima. Maar iedereen gaat er anders mee om.” Zelf twijfelt ze nog over haar volgende stap. “Moet ik het gewoon accepteren? Of toch opnieuw het gesprek aangaan?”
Op zoek naar een middenweg
Wat ze wél weet, is dat ze het niet zomaar wil laten gebeuren. “Ik denk dat ik opnieuw met mijn manager ga praten. Misschien kan ik voorstellen om één of twee dagen thuis te blijven werken. Of duidelijke afspraken maken over bereikbaarheid en productiviteit.” Ze beseft dat ze ook zelf iets moet aanpassen. “Misschien moet ik thuis wat strakker werken en minder ‘even tussendoor dingen doen’. Dan kan ik laten zien dat het wél werkt.”
Twijfel en frustratie
Toch blijft het knagen. “Het voelt oneerlijk. Jarenlang ging het goed en ineens moet alles anders, omdat er een nieuwe directeur is.” Ze probeert het positief te bekijken, maar dat lukt niet altijd. “Ik snap dat bedrijven keuzes maken, maar het voelt alsof er weinig vertrouwen is. Alsof we moeten bewijzen dat we werken, in plaats van dat ze kijken naar wat we opleveren.”
Afbeelding: Freepik



