fb
Damespraatjes Damespraatjes

Lonneke: “Mijn man wil niet inzien dat ze een beperking heeft”

Mijn man wil niet inzien dat ze een beperking heeft

Toen Lonneke en haar man Gerjan de trotse ouders werden van Janna, waren ze in de zevende hemel. Alles klopte: een gezond meisje, roze wangetjes en een toekomst vol dromen. “We waren zó trots,” vertelt Lonneke. “En dat zijn we nog steeds. Alleen… het is nu wel een stuk minder zorgeloos.” Janna is inmiddels zeven jaar en zit in groep 3. Waar andere kinderen vrolijk leren lezen en sommen maken, gaat het bij Janna allemaal een stuk moeizamer. En dat gevoel, dat er ‘iets anders’ is, dat hebben Lonneke en Gerjan eigenlijk al vanaf het begin.

Eigen wereldje

Al op de crèche viel het op. Janna reageerde minder op wat er om haar heen gebeurde. Waar andere kinderen druk speelden en contact zochten, leek Janna vaak in haar eigen wereldje te zitten. “Het leven leek soms een beetje aan haar voorbij te trekken,” zegt Lonneke. Ook praten ging niet vanzelf. Tot haar derde zei Janna nauwelijks iets. Huilen deed ze daarentegen des te meer. “We dachten eerst: het komt wel. Elk kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo,” vertelt Lonneke. Maar toen het consultatiebureau aangaf dat het goed was om even verder te kijken, besloten ze naar de huisarts te gaan.

Daar kwam een duidelijke oorzaak naar voren: Janna hoorde slecht door viezigheid in haar oren en had vergrote keelamandelen, waardoor praten lastig was. Ze kreeg buisjes en haar amandelen werden verwijderd. “We dachten echt: dit is het keerpunt. Nu gaat het beter worden. Dat hoorden we ook van veel ouders om ons heen.”

Toch bleef ze achter

In het begin leek er inderdaad wat vooruitgang. Janna begon iets meer te praten en leek alerter. Maar toen ze naar de basisschool ging, bleek al snel dat ze nog steeds achterliep. “Ze was slecht verstaanbaar en kon moeilijk meekomen,” vertelt Lonneke. In overleg met school bleef Janna een extra jaar kleuteren. Met veel begeleiding en extra hulp lukte het uiteindelijk om dit schooljaar naar groep 3 te gaan. Maar ook daar loopt ze vast. “Het lezen gaat moeizaam, rekenen is eigenlijk nog te moeilijk en langer dan vijftien minuten aan een werkje zitten lukt gewoon niet,” zegt Lonneke. “En dat terwijl ze een jaar ouder is dan de rest van de klas.”

De twijfel slaat om

Lonneke had lange tijd hoop. Hoop dat Janna het gewoon wat rustiger aan moest doen, dat het kwartje vanzelf zou vallen. Maar inmiddels begint die hoop plaats te maken voor twijfel. “Ook de juf geeft nu aan dat Janna misschien meer hulp nodig heeft,” vertelt ze. “En toen dacht ik: misschien is er wel meer aan de hand.”

Ze ziet het ook buiten school. Zwemles gaat moeizaam; waar andere kinderen doorgaan naar het volgende badje, blijft Janna hangen. En vriendinnetjes? Die heeft ze eigenlijk niet. “Ze speelt wel eens met iemand, maar echte aansluiting mist ze.” Voor Lonneke begint het plaatje steeds duidelijker te worden. “Misschien heeft ze wel een lichte beperking,” zegt ze voorzichtig. “En hoe moeilijk ik dat ook vind, het zou wel verklaren waarom alles zo stroef gaat.”

Stempels plakken

Maar waar Lonneke langzaam richting acceptatie beweegt, blijft Gerjan juist stilstaan. Of misschien zelfs een beetje achter. “Hij wil er niet aan,” zegt Lonneke. “Hij vindt dat er tegenwoordig veel te snel stempels op kinderen worden geplakt.” Volgens hem is Janna gewoon een laatbloeier. Iemand die meer tijd nodig heeft.

Lonneke begrijpt zijn gevoel. “Natuurlijk wil je niet dat je kind in een hokje wordt geplaatst,” zegt ze. “Dat wil ik ook niet. Maar ik wil haar wél helpen.” Tijdens het laatste gesprek op school adviseerde de intern begeleider om via de huisarts een verwijzing te vragen voor verder onderzoek. Maar Gerjan wil daar niets van weten. “Hij weigert gewoon,” zegt Lonneke. “Hij zegt: ‘We gaan haar niet meteen een label geven.’”

Het schuurt steeds meer

En daar zit Lonneke nu. Tussen haar gevoel en dat van haar man in. Aan de ene kant wil ze hem niet voorbijlopen. Het is hun kind, en dit soort beslissingen maak je samen. Aan de andere kant ziet ze haar dochter worstelen. Elke dag weer. “Ze doet zo haar best,” zegt Lonneke. “Maar je ziet gewoon dat het niet lukt. En dan denk ik: hoe langer we wachten, hoe moeilijker het voor haar wordt.” Soms heeft ze kleine momenten waarop het haar raakt. Zoals laatst, toen Janna gefrustreerd haar boekje dichtklapte en zei: “Ik kan het toch niet.” Of wanneer ze ziet dat andere kinderen samen spelen en Janna er een beetje naast staat. “Dan breekt mijn hart,” zegt ze zacht.

Wat is het juiste moment?

Lonneke zit met een dilemma waar veel ouders zich misschien in herkennen. Wanneer grijp je in? Wanneer zeg je: dit is niet alleen ‘later komen’, maar misschien iets anders? En hoe ga je om met een partner die daar heel anders in staat? Ze overweegt om toch zelf naar de huisarts te gaan. “Misschien kan ik in ieder geval het gesprek starten,” zegt ze. Maar tegelijkertijd voelt dat ook als iets groots. “Ik wil Gerjan niet buitensluiten.” Voor nu blijft Lonneke zoeken naar een manier om haar man mee te nemen in haar zorgen, zonder dat het een strijd wordt. Want uiteindelijk willen ze allebei hetzelfde: het beste voor Janna. “Alleen zien we dat ‘beste’ nu anders,” zegt ze.

Afbeelding: Freepik

Volg jij ons al?

Facebook Instagram Threads Twitter Pinterest TikTok Newsletter

3 reacties

Joris -

Zijn er hulpverleners die aan de slag gaan als niet beide ouders toestemming geven terwijl er sprake is van tweehoofdig gezag?

Petra van Dorp -

Eens met Ria. Schakel het CJG in, neem stappen (hou op met overwegen, dóe iets!) via school of professionele hulp. Laat je man maar schuiven, wil hij soms dat zijn dochter nog met zestien jaar op de lagere school zit omdat hij het vertikt om in te zien dat ze niet kan meekomen? Er moet iets gedaan worden om je dochter te helpen, voor haar (geestelijke) gezondheid en geluk. Dat laat je toch niet van een dwarse echtgenoot afhangen? Dan wordt hij maar teleurgesteld of pissig, het gaat om zijn dochter en niet om hem. Er zijn zorgen om je dochter, handel daarnaar. Help haar. En daar mag de vader moeite mee hebben, hij mag niet die hulp verhinderen. Vind je ruggengraat en onderneem actie!

Ria -

In het belang van je kind is het nodig om erachter te komen wat maakt dat leren zo moeizaam gaat. Dat je man hier nog niet aan toe is is lastig. Misschien dat je school kan vragen om wat zij signaleren helder naar je man te verwoorden en dat ze dat overleg wat groter aankleden (een mdo). Ook kan de leerkracht zelf iemand van centrum jeugd en gezin/ of een orthopedagoog vanuit de basisschool zelf vragen om een observatie van je dochter te doen in de klas. Dat mag ook omdat school zich zorgen maakt en vader hoeft geen toestemming te geven hiervoor. Hem vervolgens rustig uitleggen welke (leer)problemen worden gesignaleerd zou moeten helpen

Reageer ook