“Mijn man zegt dat ik het moet loslaten. Het schooljaar is voorbij, de kinderen hebben een leuke dag gehad en er is uiteindelijk niets gebeurd. Toch blijft het me bezighouden. Iedere keer als ik eraan terugdenk, krijg ik weer hetzelfde gevoel in mijn buik. Want wat als er wel iets was gebeurd?”
Laatste keer
Odille was het afgelopen schooljaar klassenmoeder van de groep van haar jongste zoon. Het was niet de eerste keer dat ze die rol vervulde. “Ik heb het voor al mijn kinderen een keer gedaan. Ik vind het leuk om betrokken te zijn bij school. Cadeautjes regelen voor de juf of meester, helpen bij activiteiten, ondersteunen tijdens uitjes; ik doe dat graag. Nu mijn jongste in groep 3 zit, wist ik dat dit waarschijnlijk de laatste keer zou zijn.”
Niet georganiseerd
Hoewel ze het contact met de meeste leerkrachten altijd prettig vond, verliep de samenwerking met meester Folkert soms moeizaam. “Laat ik vooropstellen dat hij een aardige man is. Kinderen vinden hem lief en hij heeft absoluut zijn hart op de juiste plek. Maar georganiseerd is hij niet.”
Volgens Odille werden er regelmatig dingen vergeten. “Briefjes kwamen te laat mee naar huis, afspraken werden soms door elkaar gehaald en er was vaak een bepaalde chaos in de klas. Dat vond ik al lastig. Daarnaast hoorde ik van meerdere ouders dat hun kinderen moeite hadden met lezen en dat ze zich zorgen maakten over achterstanden.”
Zelfs de meester maakte daar geen geheim van. “Hij vertelde openlijk dat hij zelf dyslectisch is. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar soms kreeg ik wel het gevoel dat structuur niet zijn sterkste kant was.”
Eerst zwemmen
De gebeurtenis die haar nu nog steeds bezighoudt, vond plaats tijdens het schoolreisje aan het einde van het schooljaar. “De kinderen gingen naar een pretpark. Daar was iedereen al weken enthousiast over. Vooral omdat het zo warm zou worden.”
De kinderen hadden hun zwemkleren mee, omdat het park ook een strandje heeft. “Het was echt een tropische dag. Zodra de kinderen het water zagen, wilden ze daarheen. De attracties konden wachten. Eerst afkoelen.” Aanvankelijk vond Odille dat een prima idee. “Kinderen vinden water geweldig en met die temperaturen snapte ik het helemaal. Maar toen ik rondkeek, viel me iets op.”
Waar is hij?!
Ze zag tientallen kinderen uit groep 3 spelen aan de waterkant. “Er waren ongeveer dertig kinderen. Sommigen stonden pootjebadend in het water, anderen renden heen en weer langs het strand. Het was druk en onoverzichtelijk.” Wat ze niet zag, was de meester.
“Ik keek eerst om me heen omdat ik dacht dat ik hem misschien over het hoofd zag. Maar hij was nergens bij het strand te bekennen.” Na even zoeken ontdekte ze hem verderop. “Onder een boom, in de schaduw. Hij zat rustig een boek te lezen met een blikje cola erbij. Op flinke afstand van de kinderen.”
Net zwemmen
Odille kon haar ogen nauwelijks geloven. “Mijn eerste gedachte was: dit meen je niet. We hebben hier een groep kinderen van zes en zeven jaar oud bij open water.”
Ze besloot direct naar hem toe te lopen. “Ik vroeg of het niet verstandig was om bij de kinderen toezicht te houden. Niet alle kinderen hadden immers hun A- en B-diploma. Sommige kinderen konden nog maar net zwemmen.” De reactie van meester Folkert verbaasde haar nog meer. “Hij keek op van zijn boek en zei iets in de trant van: ‘Ze kunnen daar toch gewoon staan?'”
Onverantwoord
Odille voelde de frustratie meteen oplopen. “Ik dacht echt dat ik hem verkeerd had verstaan. Natuurlijk kunnen ze daar staan, totdat er eentje uitglijdt, een ander kind meetrekt of iets onverwachts gebeurt.” Ze besloot duidelijk te zijn. “Ik zei dat ik het onverantwoord vond. Wij hadden op dat moment de verantwoordelijkheid over die kinderen. Hun ouders vertrouwden erop dat er toezicht was.”
Volgens Odille leek de meester haar reactie overdreven te vinden. “Hij haalde zijn schouders op en vond dat ik me te druk maakte.” Toch stond ze erop dat er iemand bij het water zou blijven. “Uiteindelijk liep hij mee naar het strand. Maar dat deed hij duidelijk met tegenzin.” Wat daarna gebeurde, zit haar nog steeds dwars. “Toen we eenmaal aan de waterkant zaten, keek hij me aan en zei: ‘Ben je nu gerustgesteld?'”
Steek onderwater
Voor Odille voelde dat als een steek onder water. “Alsof ik een overbezorgde moeder was die overal een probleem van maakt. Terwijl ik alleen maar dacht aan de veiligheid van die kinderen.” De rest van de dag verliep zonder incidenten. “Gelukkig maar. Geen enkel kind raakte in de problemen.”
Toch vindt Odille dat geen argument. “Mensen zeggen nu: zie je wel, er is niks gebeurd. Maar zo werkt veiligheid toch niet? Je doet toch juist toezicht houden om te voorkomen dat er iets gebeurt?”
Klacht indienen?
Sindsdien twijfelt ze over wat ze moet doen. “Een deel van mij denkt dat ik een officiële melding moet maken bij de schooldirectie. Niet om iemand te pesten, maar omdat dit volgens mij niet normaal is.” Aan de andere kant wil ze ook geen zeurende ouder zijn. “Misschien ziet iedereen het anders dan ik. Misschien ben ik inderdaad te voorzichtig.”
Toch blijft één gedachte terugkomen. “Als er op die dag één kind in de problemen was gekomen, had iedereen zich afgevraagd waarom er geen toezicht was. Dan had niemand gezegd dat ik overdreef.” Nu vraagt Odille zich af hoe anderen hiernaar kijken. “Moet een leerkracht actief toezicht houden wanneer een groep jonge kinderen bij water speelt? Of is het inderdaad prima om op afstand te zitten zolang er niets aan de hand lijkt? En zouden jullie hier alsnog een officiële klacht over indienen, of is het beter om het na al die weken gewoon te laten rusten?”
Afbeelding: Sasha Matveeva via Unsplash

Sanderien van Mul -
Ik zou een officiële klacht indienen. Dertig kinderen van zes en zeven jaar zonder toezicht bij open water omdat ‘meester’ een boekje wilde lezen? Die gast is totaal ongeschikt voor zijn werk. Elke school zou zich kapot moeten schrikken van zulke laksheid. Dan maar een zeurende ouder! Waren er geen andere ouders bij die je mening delen? Dit kan echt niet. Als een kind dat niet goed kon zwemmen in het water was gevallen en paniek was ontstaan, dan was de meester nooit op tijd om het kind te redden of had de paniek niet in eerste instantie gehoord of begrepen. Ik zou er op zijn minst een melding van maken. Is die gast helemaal besnuffeld?