fb
Damespraatjes Damespraatjes

Zoé: “Ze pakt onze kleding bij de gevonden voorwerpen”

Ze pakt onze kleding bij de gevonden voorwerpen

Zoé weet inmiddels precies waar ze moet kijken als haar dochter Eveline weer eens iets kwijt is. “Eveline is een ontzettende sloddervos. Ze laat overal spullen liggen en is regelmatig haar jas, vest of sportkleding kwijt.” Gelukkig worden veel gevonden spullen bij de school en hockeyclub verzameld. “Soms staat ze een week later ineens met een jas thuis waarvan ik dacht dat die voorgoed verdwenen was.” Maar de laatste tijd valt Zoé iets op. “Een meisje van school loopt opvallend vaak rond in kleding die ik herken. Kleding van Eveline.”

Eveline is regelmatig iets kwijt

Zoé heeft zich er inmiddels bij neergelegd dat haar dochter niet bepaald zuinig is op haar spullen. “Ik kan honderd keer zeggen: kijk voordat je weggaat even onder de bank, in de kleedkamer of op het veld. Maar toch vergeet ze het steeds.” Daarom koopt Zoé al jaren geen dure kleding meer voor haar dochter. “Dat heb ik echt afgeleerd. Het heeft geen zin om een jas van tweehonderd euro te kopen als je weet dat hij binnen een maand ergens blijft hangen.”

Eveline vindt dat zelf overigens niet zo’n probleem. “Die zegt altijd: ‘Mam, hij komt wel weer terecht.’ En soms heeft ze daar nog gelijk in ook.” Bij de hockeyclub en op school zijn bakken met gevonden voorwerpen. “Daar hebben we inmiddels behoorlijk wat kledingstukken uit teruggevonden. Een vest, een jas, een paar shirts. Soms denk ik echt: hoe krijgt ze het voor elkaar?”

Toen zag ik ineens een bekend vest

Een paar maanden geleden zag Zoé een meisje van school op het hockeyveld. “Ik zag haar lopen en dacht meteen: hé, dat vest ken ik.” Het bleek een vest te zijn dat Eveline eerder was kwijtgeraakt. “Het was niet een simpel zwart vest dat je bij iedere winkel kunt kopen. Het was een bepaald model en ik wist gewoon dat Eveline dat had gehad.”

Toch besloot Zoé er niets van te zeggen. “Ik dacht: misschien heeft zij precies dezelfde gekocht. Dat kan natuurlijk. Ik wilde mezelf ook niet meteen voor gek zetten.” Maar kort daarna gebeurde het opnieuw. “Een paar weken later zag ik hetzelfde meisje op het schoolplein in een shirt waarvan ik óók wist dat het van Eveline was geweest. Toen begon ik het wel heel toevallig te vinden.”

Het gebeurt steeds nadat Eveline iets kwijt is

Volgens Zoé zit daar precies het vreemde. “Het is niet zo dat dat meisje eerst in dezelfde kleding loopt en Eveline daarna denkt: hé, die wil ik ook. Het is iedere keer andersom. Eveline raakt iets kwijt en vervolgens zie ik dat meisje er een tijdje later mee.” Dat gebeurde inmiddels meerdere keren. “Een vest, een shirt en een jas. En ik herken die dingen gewoon.” Zoé heeft er zelfs op gelet wanneer ze de kledingstukken terugziet. “Het meisje droeg die spullen nooit voordat Eveline ze kwijt was. Dat vind ik zo bizar.”

Natuurlijk probeert Zoé ook naar andere verklaringen te zoeken. “Misschien heeft ze dezelfde kleding gekregen van iemand. Misschien heeft haar moeder iets gekocht wat toevallig hetzelfde is. Ik wil helemaal niet meteen denken dat iemand iets fout doet.” Maar volgens Zoé wordt het steeds moeilijker om het als toeval te zien.

Shoppen bij de gevonden voorwerpen?

“Ik vraag me serieus af of sommige mensen gewoon tussen die bakken kijken om te zien of er iets leuks tussen zit.” Het idee vindt Zoé ongemakkelijk. “Ik snap dat spullen die maanden blijven liggen uiteindelijk misschien worden weggegooid of geschonken. Daar heb ik geen moeite mee. Maar als iets net gevonden is en de eigenaar kan het nog komen ophalen, vind ik het een ander verhaal.”

Toch weet Zoé niet precies hoe de regels bij de school en hockeyclub zijn. “Misschien mag het na een bepaalde periode wel. Dat zou ik eigenlijk moeten uitzoeken.” Maar zelfs als de kleding uiteindelijk wordt geschonken, blijft er iets knagen. “Als ik weet dat het van Eveline is en ik zie het daarna bij een ander kind, voelt dat gewoon raar.”

Natuurlijk moet Eveline beter opletten

Tegelijkertijd wil Zoé niet doen alsof haar dochter geen verantwoordelijkheid heeft. “Ik zeg ook tegen Eveline: als jij je spullen steeds laat slingeren, kun je niet verwachten dat iedereen achter je aan blijft lopen. Daar ben ik het volledig mee eens.”

Ze vindt dan ook dat Eveline beter op haar spullen moet letten. “Als je iets op het hockeyveld laat liggen en het is de volgende dag weg, kun je niet iedereen de schuld geven.” Maar volgens haar is dat niet hetzelfde als wat er nu mogelijk gebeurt. “Als iemand een jas vindt, breng je hem naar de gevonden voorwerpen. Je neemt hem toch niet gewoon mee naar huis omdat je hem mooi vindt?”

Ik durf haar moeder niet aan te spreken

Het lastigste vindt Zoé dat ze de moeder van het meisje kent. “Ik zie haar regelmatig bij de hockeyclub en op school. We maken gewoon een praatje en doen normaal tegen elkaar. En dan zou ik ineens moeten zeggen: ‘Goh, volgens mij loopt jouw dochter in allemaal kleding van mijn dochter.'”

Alleen al bij het idee krijgt Zoé een ongemakkelijk gevoel. “Wat als ik het verkeerd heb? Dan heb ik iemand beschuldigd van iets wat helemaal niet waar is.”

Aan de andere kant blijft ze ermee zitten. “Ik heb inmiddels zoveel kledingstukken herkend dat ik het niet meer zomaar van me af kan zetten.” Ze heeft zelfs overwogen om een keer voorzichtig te vragen waar het meisje haar kleding vandaan heeft. “Maar dat klinkt natuurlijk ook verschrikkelijk. Ik zie mezelf al staan langs het hockeyveld.”

Afbeelding: Daria Trofimova on Unsplash

Volg jij ons al?

Facebook Instagram Threads Twitter Pinterest TikTok Newsletter

Reageer ook