Evy was twaalf jaar toen ze wees werd. “Mijn broers waren veertien en negentien. We waren nog kinderen, maar ineens waren onze ouders er niet meer.” Haar oudste broer ging al snel het huis uit, terwijl Evy en haar andere broer bij hun opa en oma gingen wonen. Inmiddels zijn ook zij overleden. “We zijn nu allemaal volwassen, hebben ons eigen leven, maar toch voelt het soms alsof ik de enige ben die onze ouders nog echt dichtbij zich houdt.”
Elke maand reis ik naar hun graf
Evy woont inmiddels met een huisgenoot in Amsterdam en werkt daar ook. Het graf van haar ouders ligt echter ruim twee uur reizen bij haar vandaan. “Toch ga ik iedere maand. Ik zet nieuwe bloemen neer, steek een kaarsje aan en maak het graf schoon.” Voor Evy is dat geen verplichting. “Ik vind het juist fijn om daar te zijn. Het is een plek waar ik even aan mijn ouders kan denken en waar ik me, hoe gek dat misschien klinkt, toch weer een beetje kind voel.”
Dat haar broers daar veel minder (of zeg maar gerust niet) komen, vindt Evy moeilijk. “Mijn oudste broer woont vanwege zijn werk in Zwitserland. Hij heeft een goede baan, een gezin en natuurlijk zijn eigen drukke leven. Dat begrijp ik allemaal.” Haar andere broer woont ook in Amsterdam. “Hij woont praktisch bij mij in de buurt, maar is vooral druk met vrienden, feestjes en zijn eigen leven. Naar het graf gaan lijkt voor allebei gewoon geen prioriteit.”
Soms voel ik me daar erg alleen in
Evy probeert haar broers niets kwalijk te nemen, maar merkt dat het haar steeds meer raakt. “Het gaat me niet alleen om het graf. Ik heb soms het gevoel dat ik de enige ben die nog met onze ouders bezig is.” Ze praten volgens haar nauwelijks over vroeger. “We hebben het bijna nooit over onze jeugd of over dingen die we met papa en mama hebben meegemaakt. Dat vind ik ontzettend jammer, want die herinneringen zijn het enige wat we nog hebben.”
Juist omdat ze allemaal zo jong waren toen hun ouders overleden, vindt Evy het belangrijk om die herinneringen levend te houden. “We hebben natuurlijk allemaal andere herinneringen aan hen. Mijn oudste broer was al negentien, terwijl ik twaalf was. Hij heeft andere dingen meegemaakt dan ik.” Toch had ze gehoopt dat het graf een plek zou zijn waar ze af en toe samen konden komen. “Maar meestal sta ik daar alleen.”
Nu verlopen de grafrechten
Dat gevoel werd nog sterker toen Evy erachter kwam dat de grafrechten na twintig jaar zouden verlopen. “Ik wist dat daar een termijn aan zat, maar toen ik de brief kreeg, kwam het ineens heel dichtbij.” De grafrechten kunnen worden verlengd, maar daar zijn uiteraard kosten aan verbonden. “Voor mij was het eigenlijk geen seconde een vraag. Natuurlijk wilde ik het graf behouden. Het is de plek waar mijn ouders liggen.”
Daarom stuurde Evy haar broers een bericht. “Ik heb gewoon uitgelegd dat de grafrechten verliepen en gevraagd of zij mee wilden betalen aan de verlenging.” Ze verwachtte geen ingewikkeld gesprek. “Ik dacht eigenlijk: dit zijn onze ouders, we delen die verantwoordelijkheid. We hoeven het niet over enorme bedragen te hebben. We zouden het gewoon samen kunnen regelen.”
Mijn broer uit Zwitserland reageerde niet
Van haar oudste broer kreeg Evy helemaal geen reactie. “Dat vond ik misschien nog wel het meest pijnlijk. Ik had niet eens gevraagd of hij meteen geld wilde overmaken. Ik wilde gewoon weten hoe hij erover dacht.” Misschien had hij het druk of was hij vergeten te antwoorden. “Ik weet het niet. Maar na een paar dagen heb ik het bericht nog een keer gelezen en dacht ik: blijkbaar vindt hij het niet belangrijk genoeg om erop te reageren.”
Haar andere broer reageerde wel. “Hij zei eigenlijk heel eerlijk dat hij het geld er niet voor over had.” Evy wist even niet wat ze daarop moest zeggen. “Het is een paar honderd euro per jaar… Ik snap dat iedereen andere prioriteiten heeft en ik ga niet bepalen waar iemand zijn geld aan moet uitgeven.” Maar in dit geval voelde het voor haar anders. “Het gaat niet om een abonnement of een etentje. Het gaat om het graf van onze ouders.”
Ik kan het graf niet laten ruimen
Daarmee kwam Evy voor een moeilijke keuze te staan. “Ik heb serieus geprobeerd om te bedenken of ik het graf dan maar moest laten verlopen. Maar ik kan dat gewoon niet.” Alleen al het idee dat het graf zou worden geruimd, doet haar pijn. “Ik weet natuurlijk dat mijn ouders niet meer in dat graf zitten zoals wij leven, maar het is wel de plek waar ik al twintig jaar naartoe ga. Daar afscheid van nemen voelt alsof ik ze opnieuw kwijtraak.”
Dus besloot Evy de verlenging zelf te betalen. “Dat kan ik gelukkig wel. Ik hoef er geen boterham minder om te eten.” Toch zit daar volgens haar precies de pijn. “Het gaat me helemaal niet om het geld. Als het bedrag morgen verdubbelt, zou ik het waarschijnlijk nog steeds betalen. Het gaat mij om het idee dat ik blijkbaar de enige ben die vindt dat dit iets is wat we samen zouden moeten dragen.”
Het gaat mij niet om een doekje
Ook het onderhoud van het graf doet Evy veel meer dan haar lief is. “Ik vind het niet erg om bloemen neer te zetten of het graniet schoon te maken. Dat doe ik eigenlijk met liefde.” Maar ze vindt het pijnlijk dat haar broers dat nooit lijken te doen. “Ik zou het zo fijn vinden als ik daar een keer aankom en zie dat een van hen er is geweest. Een kaarsje, een bloemetje, desnoods alleen een doekje over de steen.”
Voor Evy zou zoiets ontzettend veel betekenen. “Het hoeft echt niet iedere maand. Ik verwacht niet dat mijn broer uit Zwitserland iedere vier weken naar Nederland vliegt.” Ze vindt het vooral jammer dat haar broer die in Amsterdam woont nauwelijks komt. “Ook hij zit twee uur bij het graf vandaan. Dan denk ik soms: hoe moeilijk kan het zijn om een keer langs te gaan?”
Afbeelding: Unsplash+


