Openhartig: Sigrid (43) vindt het vreselijk om voor haar gehandicapte man te zorgen

De dag dat Sigrid werd gebeld door de leidinggevende van haar man Rob, vergeet ze haar leven niet meer. “Het was een woensdagmiddag in mei. Een prachtige lentedag. Ik had die dag vrij en zat in de tuin. Ik dronk koffie en las een boek. Sloot mijn ogen en dacht: ‘wat heb ik toch een fijn leven.’” Dat fijne leven maakte een kanteling van honderdtachtig graden na het telefoontje. “Ik hoor Ewout nog vragen: ‘Sieg, zit je? Er is iets ergs met Rob gebeurd.’”

Ze verstijfde van angst. Haar hart bonkte in haar keel. Rob werkte al twintig jaar voor het hoveniersbedrijf van Ewout. “Rob had geen zin meer om naar school te gaan en solliciteerde als hovenier. Hij begon onderop, maar leerde snel. Ewout gaf hem de ruimte om zich te ontwikkelen en al snel was Rob één van zijn beste krachten. Door de crisis viel er een aantal gedwongen ontslagen; mensen bezuinigden op de tuinman. Maar mijn man mocht blijven, tot zijn grote vreugde.”

Goed leven
Elke dag ging Rob fluitend naar zijn werk. “Ik werk vier dagen op een administratiekantoor en heb het naar mijn zin. We hadden dus samen een goed inkomen. Kinderen hebben we niet, we hadden allebei geen kinderwens. Daardoor konden we prachtige reizen maken. We hebben de mooiste plekken op aarde gezien.” Daarnaast hebben Sigrid en Rob een grote en levendige vriendenkring. Een bruisend, onbezorgd leven. “Natuurlijk hadden we onze problemen bijvoorbeeld met onze ouder wordende ouders, maar over het algemeen scheen bij ons altijd de zon.”

Dwarslaesie
Op die woensdagmiddag in mei schoof er een grote wolk voor die zon. Nadat Ewout Sigrid vertelde dat Rob tijdens het snoeien van een enorm hoge boom uit het bakje van de hoogwerker was gevallen, haastte zij zich naar het ziekenhuis. “In eerste instantie dacht ik dat het meeviel. Ewout had gezegd dat Rob nog bij was. Ik dacht: ‘die heeft vast het één en ander gebroken,  maar dat komt goed.” Toen ze haar man zag, schrok ze. Hij zag er verschrikkelijk uit. De arts die haar apart nam, vertelde dat Rob een dwarslaesie had. “Ik hoorde wat hij zei, maar het drong niet door. Eigenlijk wist ik niet veel van een dwarslaesie.”

Verlamd van kin tot teen
Inmiddels weet ze er alles van. “Rob is van zijn kin tot zijn teen verlamd. Hij zit in een rolstoel en kan eigenlijk niets meer. In het begin had ik nog hoop dat er misschien toch nog wat functies zouden terugkomen. Hij krijgt fysiotherapie en oefent thuis driftig, hij doet echt zijn best. Ik steunde hem, maar merk dat ik nu na een jaar moe word. En me afvraag of ik nog wel bij hem wil blijven. Ik ben drieënveertig, in de bloei van mijn leven en moet er niet aan denken dat ik bijvoorbeeld nooit meer seks heb. Rob krijgt geen erectie meer en heeft geen behoefte aan seks. Ik wel. Ik wil niet tot zijn dood een verpleegster zijn.”

Hou op! Ik wil weg!
Ze heeft haar beste vriendin in vertrouwen genomen, gezegd dat ze overweegt te scheiden van Rob. “Ik vind het een moeilijke stap, maar vind dat ik ‘m moet zetten. Ik weet zeker dat sommige vrienden en familieleden mij egoïstisch vinden. Vooral zijn ouders. Mijn schoonmoeder prees me laatst nog de hemel in. Dat ze haar handen dichtkneep met een schoondochter zoals ik. Ik kon alleen maar denken: hou op! Ik overweeg je zoon te verlaten.”

Hoe Sigrid het Rob gaat vertellen weet ze niet. “Ik lig er soms nachten wakker van. Maar het idee dat ik niet meer voor hem hoef te zorgen en dat ik weer lekker seks kan hebben, houd me op de been. Ik heb mezelf een deadline gesteld: voor 1 mei wil ik het hebben gezegd. Maar misschien dat ik het wel eerder vertel.”

 


Reageer ook