Openhartig: Kelly liet kind aborteren vanwege het syndroom van Down

Sinds enige tijd kunnen alle zwangere vrouwen in Nederland een NIPT laten doen. NIPT staat voor Niet Invasieve Prenatale Test en deze is bedoeld voor het vroeg opsporen van verschillende aandoeningen die mogelijk bij een ongeboren kind aanwezig zijn. In deze prenatale screening wordt getest op down- edwards- en patausyndroom. Hoewel het resultaat voor veel vrouwen geen verschil maakt of ze het kind willen krijgen, zijn er ook vrouwen die daar anders over denken. Als het kind iets heeft, dan laten ze het weghalen.

Voor dit verhaal in onze Openhartig-reeks was het lastig om een vrouw te vinden die wilde meewerken. Uiteindelijk kwam ik via-via in contact met Kelly van 33 jaar oud. Zij besloot naar aanleiding van de uitkomst van de NIPT haar ongeboren kind te laten aborteren.

Groot gezin

“Ik kom uit een groot gezin en heb zeven broertjes en zusjes. Thuis was het niet altijd makkelijk. Ik had geen eigen kamer, privacy kende ik niet en er was eigenlijk nooit echt aandacht voor mij.” Dat de aandacht niet naar Kelly ging, was niet gek. Eén van haar broertjes had het syndroom van Down en dit vroeg veel aandacht van haar ouders. “Natuurlijk begreep ik dat mijn broertje nou eenmaal meer aandacht en zorg nodig had, maar ik neem het mijn ouders nog steeds kwalijk dat er zo weinig oog voor mij was.”

Anderhalf jaar geleden is Kelly getrouwd met Tom en al snel beginnen ze met het stichten van hun eigen gezin. “Hoewel ik geen fijn gevoel heb overgehouden aan het gezinsleven van vroeger, weet ik wel dat ik zelf graag een gezin wil. Ik hou heel veel van Tom en ik denk dat we samen goede ouders zouden zijn.”

Snel zwanger

Al vrij snel na het huwelijk is het ‘raak’. “Drie maanden na onze huwelijksreis had ik een positieve zwangerschapstest in handen. Tom en ik waren door het dolle heen! Ik begon direct met het slikken van foliumzuur en stopte met drinken. Alles voor de gezondheid van ons kindje!” Tijdens de eerste afspraak bij de verloskundige krijgt Kelly heel veel informatie. “Heel fijn, want ik wist niks van zwanger zijn! En wat ook mooi was, was dat we tijdens de zwangerschap al heel veel over de gezondheid van het kindje konden ontdekken.”

Tijdens het eerste gesprek met de verloskundige vertelt ze over het doen van een NIPT. “Ik kende het eerst niet, maar Tom en ik besluiten de test graag te doen. Ik weet hoe het is met een  kindje met het syndroom van Down en daar zat ik echt niet op te wachten. En Tom ook niet trouwens!”

Geen goede NIPT

“In week 11 van mijn zwangerschap werd er bloed voor de test afgenomen. Ik was best zenuwachtig omdat ik heel graag een kindje wilde en zo graag wilde dat het goed zat. De nachten na het bloedprikken heb ik slecht geslapen. Ergens had ik toen al het idee dat het niet goed zou zitten.”

Tien dagen na het afnemen van het bloed, wordt Kelly gebeld door haar verloskundige. “Ze vroeg of ik langs wilde komen om de testresultaten samen door te nemen. Toen wist ik het zeker: dit was niet goed.” En inderdaad, uit de test was naar voren gekomen dat de kans zeer groot was dat Kelly’s kind het syndroom van Down had.

“De NIPT geeft geen 100 procent zekere uitslag. Om vast te stellen of het ook echt zo was, was er vervolgonderzoek nodig. Wij kozen voor een vruchtwaterpunctie die in week 15 zou worden afgenomen.” In de weken tussen de uitslag van de NIPT en de vruchtwaterpunctie habben Kelly en Tom veel gesprekken met elkaar. De beslissing was zwaar, maar ze besloten de zwangerschap af te breken als ook de vruchtwaterpunctie niet goed was.

Vruchtwaterpunctie

“Op de dag van de vruchtwaterpunctie zat ik misselijk van de zenuwen in de auto naar het ziekenhuis. Hoe het daar allemaal is gegaan weet ik niet meer. Het lijkt wel of ik het heb verdrongen. Dat ik toen al wist wat het resultaat zou zijn.” Vier dagen na de test kwam de uitslag: het kindje van Kelly heeft het syndroom van Down.

Verslagen en verdrietig nemen Kelly en Tom nogmaals de beslissing: ze kiezen ervoor het kindje weg te laten halen. “Snel na de uitslag hebben we een afspraak gemaakt met een abortuskliniek. We hadden nog een week bedenktijd, maar in deze week werd het gevoel dat het afbreken van de zwangerschap de beste keuze was, alleen maar groter. Ik dacht terug aan mijn gezin vroeger, hoe ongelofelijk veel aandacht naar mijn broertje ging en niet naar mij. Dit wil ik in ons gezin niet.”

Abortus

“Op een regenachtige maandagochtend zijn Tom en ik samen naar de abortuskliniek gereden. Hier hadden we eerst nog een kort gesprek en daarna werd ik in slaap gebracht. Toen ik wakker werd, vertelde Tom dat alles goed gegaan was. Ik had veel buikpijn en was enorm verdrietig.” Een paar uur na de abortus mogen Kelly en Tom naar huis. De dagen daarna blijft Kelly verdrietig in bed liggen en heeft ze weinig behoefte aan contact. “Na de abortus raakte ik in een enorme dip. Ik wist dat we (voor ons) de beste keuze hadden gemaakt, maar ik was wel mijn kindje kwijt. Tom is er deze weken goed voor me geweest en hij bleef mij eraan herinneren waarom we dit hebben gedaan: wij willen geen gezin met een ziek kindje.”

Inmiddels is de abortus een paar maanden geleden, maar Kelly’s hoofd staat er niet naar om weer te proberen zwanger te worden. “Het heeft mij zo veel pijn gedaan en ik ben daar nog niet overheen. Uiteindelijk zou ik het wel weer willen proberen, maar daar ben ik nu nog niet aan toe. Ook praat ik tegenwoordig met een psycholoog. Natuurlijk over de abortus, maar ook over mijn vervelende gevoelens over mijn gezin vroeger. Ik merk dat het werkt, maar ik heb nog een lange weg te gaan.”

Reageer op dit artikel

Wij bedanken Kelly voor haar openhartigheid. We nodigen jullie van harte uit om met ons mee te praten over het verhaal van Kelly, maar vragen jullie wel met respect te reageren. 

Reageer ook