Marleen is de ingebeelde kwaaltjes van haar zus zat: “Het is altijd wat…”

Natuurlijk kan ze niet hardmaken dat haar zus niets mankeert, maar Marleen kan het geklaag van Hanna niet meer aanhoren. “Ze heeft werkelijk altijd wat als ik haar zie. Altijd klaagt ze over pijn en vertelt ze in geuren en kleuren over doktersbezoeken. Ik vind het vanzelf niet leuk als ze daadwerkelijk pijn heeft, maar ik heb mijn twijfels erover.”

Marleen en Hanna komen uit een gezin waar ‘niet klagen, maar dragen’ hoog in het vaandel stond. Haar ouders hadden een eigen supermarkt en waren dag en nacht aan het werk. “En dat was echt hard werken. Ik heb mijn moeder ’s ochtends wel naar de winkel zien gaan terwijl ze doodziek was. Twee paracetamolletjes erin en daar ging ze.” Zelf klaagt Marleen nauwelijks als ze niet lekker is. Voor een verkoudheidje of stijve nek blijft ze niet thuis, ze moet echt hoge koorts hebben wil ze haar werk bellen dat ze niet kan komen.

Altijd pijntjes
Hanna is uit ander hout gesneden. Als klein meisje had zij altijd al pijntjes. Als ze struikelde en op haar knie viel, maakte ze daarvan een groot drama. “Terwijl andere kinderen even huilen en over hun knie wrijven, liep zij dagenlang mank. Mijn ouders sloegen er aanvankelijk nauwelijks acht op. Hadden ze dat nou maar wel gedaan, want dan had Hanna sneller op gehouden met aandacht te vragen. Nu bleef ze maar doorgaan.” Toen Hanna ouder werd deed ze op school negen van de tien keer niet mee met gymles. Altijd had ze wel wat. Dan had ze een zere arm, een verzwikte enkel of oorpijn en zat ze op de bank naar haar gymmende klasgenootjes te kijken. Toen ze naar de schoolarts moest, checkte hij haar grondig. Nam haar klachten serieus, maar kon niets vinden.

Ziekmelden
Inmiddels is Hanna 38 en om de haverklap meldt ze zich ziek op haar werk. “Ik snap werkelijk niet dat ze nog niet is ontslagen. Ik denk dat ze een keer in de twee weken minimaal een dag ziek op de bank hangt. Ik ga dan naar haar toe en doe boodschappen als dat nodig is, maar ik merk dat ik het steeds lastiger vind om mijn geduld te bewaren. Ik heb gewoon echt het idee dat er niets aan de hand is. Sterker: ik denk dat het psychisch is en dat het haar meer zou helpen als ze eens met iemand ging praten dan steeds naar de huisarts te gaan.”

Karma
Marleen zegt nooit tegen haar zus dat ze haar niet gelooft. “Dat kan ik niet over mijn hart verkrijgen. Laatst vroeg ik aan haar, toen ze weer bij de dokter zat, wat hij ervan zegt. Eerlijk gezegd vind ik dat hij moet doorpakken maar hij schrijft haar telkens weer medicijnen voor. Ik denk dat ze het allemaal heel overtuigend brengt. Ik vind het zo lastig en voel me echt slecht dat ik er zo over oordeel. Ik denk dan: karma, Mar, karma. Straks verzint ze het helemaal niet en heb ik haar al haar hele leven niet serieus genomen.”

Hoe denk jij dat Marleen het beste met haar zus kan omgaan? Heb jij er ervaring mee en heb je tips? Laat het ons weten in de comments onder dit artikel!


Reageer ook