Ka wil niet op de Bungee Trampoline

Regelmatig vraag ik me af hoe het toch mogelijk is dat er van alles verandert. Dat niets hetzelfde blijft. Vroeger had ik bijvoorbeeld geen last van hoogtevrees. Niet dat ik nou een enorme dare devil was, maar ik kon met een gerust hart op veertien hoog over de flatbalustrade kijken. Als ik er nu alleen maar aan denk, word ik al straalmisselijk. Als ik ergens veertien hoog over een balustrade naar de voordeur moet, plak ik mezelf als een krab tegen de gevel aan en loop zijwaarts naar de desbetreffende deur. Zwetend als een pakkendrager.

Karin-bungeejumpen-dp

Mijn boenders zijn nu nog klein en denken nog niet aan bungeejumpen. Maar oh, ik houd mijn hart vast. Kijk niet uit naar de dag dat ze zeggen: ‘zo, ik ga eens even fijn en berg beklimmen.’ Hoewel het al begint. Zo waren wij op het Scheveningse strand waar een Bungee Trampoline stond. Daar wilden ze in, die boenders. “De absolute topper op ieder evenement is toch wel de Bungee Trampoline”, schreeuwde het bord. “Veilig hangend aan elastieken kan men springend op trampolines spectaculaire hoogtes bereiken. Niet alleen voor de deelnemers een sensatie, maar ook het publiek zal graag blijven kijken naar deze spannende attractie.” Braaf betaalde ik twee kaartjes. Mijn angst wil ik vooral niet overbrengen op die twee bloedjes. Daar stond ie, een zongebruinde Marokkaan met een vet Haags accent. Brede schouders, roze hemdje, korte broek waar zijn eveneens roze Björn Borg-onderbroek uitpiepte. Indruk op de dames maakte hij door aan de buizen van de Bungee Trampoline te hangen waardoor zijn spieren goed zichtbaar opbolden in zijn schouders. En deze Bokito zou mijn hartjes in dat tuigje gespen zodat ze konden springen? Ja. Dat deed Bokito. Ik smeet wat schietgebedjes de lucht in. De Man stond er uiterst kalm bij en moedigde de boenders aan. Om hard te springen. Harder. Vrolijk zwaaide de kleinste van grote hoogte naar me. ‘Houd je vast’, siste ik. De oudste maakte aanstalten een salto te maken. Gelukkig lukte dat niet.

De Man kwam naast me staan. “Wil jij niet springen?” Wil jij niet springen? Wil jij niet springen?! Nee, natuurlijk wil ik niet springen. “Waarom niet?” Ik keek omhoog. Daar hingen ze, mijn kleine smurfen. “Omdat ik een zwakke blaas heb”, antwoordde ik De Man.

Geen woord van gelogen. Toen ik vorige zomer nietsvermoedend met de oudste op een trampoline sprong, ontdekte ik niet alleen dat ik daar een veel te stijf lijf voor heb, maar ook een veel te zwakke blaas. En opeens, opeens herinnerde ik me de weken na de geboorte van mijn oudste. Na een week of drie sloot ik aan bij het Na Zwanger Gym-groepje. “Om warm te worden, gaan we eerst vijf minuten touwtje springen, dames”, moedigde de Na Zwanger Gym-juf ons aan. Na dertig seconden waren mijn benen prima opgewarmd. Nat zelfs. De week erna sprong ik vrolijk touwtje met een Tena Lady in mijn onderbroek. “Gut jah, dat hangmatje is helemaal uitgerekt. Je moet de bekkenbodem gaan trainen.” Hangmatje? Uitgerekt?

Het leek me een prima excuus om nooit maar dan ook nooit meer te springen. En dat bevalt prima.

Karin-van-Leeuwen-portret-gemaakt-door-Tom-m
Karin van Leeuwen (41) jaar is in between jobs, maar drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes.  Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen. De andere blogs van Karin op Damespraatjes vind je hier

Lees hier de persoonlijke blog van Karin: www.kaleeuw.blogspot.com

Foto Karin: gemaakt door Tom Brekelmans

 


Reageer ook