Ka wil geen knuffels

Hij lag in zijn bed met dakje. Ogen wagenwijd open. Ik vroeg wat er was. “Ik was aan het denken. Als er nu brand uitbreekt, welke knuffels ik zou redden.” Hij wees naar het eind van zijn bed. Dertig, veertig vriendjes in alle kleuren en maten keken hem aan. “Ik kan ze natuurlijk nooit allemaal meenemen.” Daar was ik het mee eens.

Dat ik wekelijks zuchtend al die knuffels op de grond mikte om zijn bed te verschonen en ze vervolgens weer alle veertig terugzette, verzweeg ik. Tommie liet zich in zijn kussen vallen. “Ik moet er echt even goed over nadenken, mam. Ik vind het moeilijk om er maar een paar mee te nemen. Ik slaap er een nachtje over.” Hij keek er alvast serieus bij. Ik kuste hem goedenacht en liep zijn kamer uit om Bob welterusten te zoenen.

Mijn oudste lag in de hoogslaper met zijn twee olifanten en Timber de beer. Lekker overzichtelijk. De twee grijze vrienden drapeerde hij elke avond over zijn gezicht om zo in een diepe slaap te vallen. Zelden hoorde ik hem praten tegen ze en buiten kwamen ze al nooit.

Tommie houdt hele verhalen tegen zijn pluizige vriendjes. Vanaf zijn geboorte heeft hij een blauwe kraakmuis. Gekregen van oma. Om te voorkomen dat het huis te klein zou worden als Jerry de pootjes zou nemen, kocht ik er nog een. Voor ik het wist rekende ik ook een grote blauwe muis af. Sinds een jaar of twee wordt dit trio vergezeld door clowntje Bart. Ik houd niet van grappenmakers met een rode neus. Lang voor de horrorclowns ten tonele verschenen, vond ik ze al stom en eng. Als ik op de overloop ben, roept Tommie me.

“Ik ben eruit mam. Als er brand uitbreekt, neem ik mijn drie muizen en clowntje mee.” Hij leek me opgelucht. Zijn vingertje stak hij in de lucht. “Al die andere die gooi ik uit het raam. Misschien kunnen jij en papa ze dan opvangen. En als ze in de tuin vallen, is het ook niet zo erg. Dat overleven ze wel.” Ik gaf hem groot gelijk. Het waren taaie bikkels. “Had jij vroeger ook heel veel knuffels? En welke vond je het leukste?” Ik leunde op zijn bedrand. Daar moest ik over nadenken.

Ik had als kind niet zoveel met knuffels geloof ik. Ik kan me niet herinneren dat ik dag en nacht sleepte met een afgelebberd konijn of verfrommelde muis. Ook het poppenmoeder-gen ontbrak. Ik had wel een paar popjes, maar die verwaarloosde ik. Ze sliepen in een lap met vakjes boven mijn bed en er gingen dagen voorbij dat ik niet aan ze dacht. Dat ik hun stugge haar in een pittig kort kapsel had geknipt, namen ze me niet in dank af.

Met open mond keek ik naar mijn schoolvriendinnetje die als een heuse moeder voor haar plastic kinderen zorgde. Hoe ze ze lief toesprak en tegen zich aandrukte. Elke dag legde ze een kind of drie in haar poppenwagen en ging een blokje om. “Als ze buiten zijn geweest slapen ze beter.”

Ik weet niet of ik toen al met mijn ogen kon rollen.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook