Damespraatjes Damespraatjes

Ka verlaat haar mannen

Ik knijp mijn ogen dicht. Ik moet slapen. Het moet. Morgen vroeg op. Spannende dag voor de boeg. Tien dagen lang was dit mijn thuis, een huis in een idyllisch straatje in Den Burg. Mijn drie mannen bouwden in Hilversum een man cave, haalden Turkse pizza terwijl ik zwoegde op mijn boek. Zocht naar woorden. Naar zinnen. Naar een clou.

Onderdeel van mijn zelfverkozen afzondering op een eiland is het er naar toe fietsen. Of ik wel goed bij mijn hoofd ben, werd me regelmatig gevraagd. Ik vind het niet zo heel gek. Het is een taai stukkie fietsen, maar niet onmogelijk. Ik hoor de kerkklok twee uur slaan. Drie uur later gaat mijn wekker. Ontbijten. Tassen pakken. Opruimen. Briefje voor de eigenaresse schrijven. Een laatste check. Een vette knipoog naar de poster van Jan Wolkers. Schrijvers onder elkaar. In het donker trap ik gehaast naar de boot. Geen idee hoe lang ik erover doe. Om zeven uur vertrekt ‘ie. Als ik ‘m niet haal moet ik een uur wachten.

Om 6.59 uur enter ik de pont. Zweet op mijn rug. Gered! Ik staar door het raam de donkerte in. Verlaat Texel, ga naar de overkant. Als ik voet aan wal zet, haal ik diep adem. Daar ga ik. Honderdtwintig kilometer vreten. Het eerste kwartier moet mijn lijf wakker worden, daarna kom ik in een flow. Ik maak tempo terwijl een dikke motregen neerdaalt. Ik denk na over mijn eilandavonturen. Over mijn boek. Over allerlei muizenissen die de zeewind er niet uit blies. Soms komen de tranen, soms knijp ik grijnzend in mijn stuur. Heerhugowaard. Ik verdwaal hopeloos. Ik zoek, vind en ben back on track. Ik knok tegen de vermoeidheid. De verveling. Ik zoek afleiding en vind die in de film die verder gaat in mijn hoofd. Ik nader IJburg. Amsterdam! Bekend terrein, nu duurt het niet lang meer voordat ik thuis ben. Als ik voor de vierde keer Eva Besnyöstraat inrijd weet ik dat het misgaat. Ik zet mijn fiets tegen een hek, app een vriend. Lost! ‘No! En nu?’ appt hij terug. Water drinken en cashewnootjes eten. Nadenken. Ik kom de wijk niet uit tot ik een paal met bordjes zie. Muiden!

Als ik er bijna ben en peddel door vertrouwd terrein, sla ik mezelf op mijn borst. Ben trots op dat lijf dat krachtig genoeg is om zes uur in beweging te zijn. Nog een kwartiertje en dan sluit ik de mannen in mijn armen. Ik voel de tranen prikken. Van vermoeidheid. Van blijdschap. Ik zeil de poort in en de mannen verlaten rennend de mannengrot. Bloemen. Knuffels. Blije gezichten.

Ruzie om wie het eerst zijn verhaal mag vertellen. Er gebeurt veel in tien dagen. Mannen onder elkaar. Ze zijn blij dat ik weer ben. Zien nu in wat ik allemaal regel. De was. De kliko’s. Een praatje met de buuf. De tuin. Afwas. Broodtrommels vullen. Boodschappen. “En koken,” vul ik het lijstje aan.

Latent talent komt bovendrijven als de vrouw des huizes er niet is. De meerderheid heeft besloten dat Robert beter kookt dan ik.

Komt mooi uit, ik verga van de honger. Laat maar eens wat zien, heren.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


1 reactie

Astrid -

Hou je mond is mijn favoriet!

Reageer ook