Ka verdwaalt hopeloos in Frankrijk

Het is op het heetst van de dag als ik de stenen trappen opsjok. De mannen willen zwemmen, ik richting dorpje. Op naar het winkeltje dat hemels geurende blokken verkoopt. Old skool zeep. Dat moet mee in mijn koffer.

“Kan je het wel vinden, die zeeptempel?” vraagt De Man als ik de auto start. Ik rol met mijn ogen. Steek zwijgend mijn hand op en scheur weg. Vond ik het de eerste dagen belachelijk om legaal de negentig kilometer op de teller aan te tikken, nu geef ik plankgas en rijd als een Fransoos. Hard, egoïstisch en roekeloos zoef ik over de gammele wegen. Volg de borden en vind het dorpje. En een parkeerplek. Ik loop de trappen af. Herken de straat. Bij de bakker moet ik links. Of was het rechts? Niet twijfelen nu. Ik loop door ansichtkaartstraatjes. Bloeiende planten in azuurblauwe potten. Oude, naar knoflook stinkende mannen op een bankje voor hun huisjes met luiken. Ik herken het plein. Als ik daar ben, moet ik die trap op. Hijgend kom ik boven. Ik zet mijn zonnebril op mijn hoofd zodat ik beter om me heen kan kijken. Ik zit goed zie ik op het bordje aan de muur. Ik herinner me dat die temple de la savonnerie aan de Rue des Amoureux zit. Dus moet ik nu naar links en dan de trap op.

Nadat ik in een kwartier tijd vier keer de grijnzende kerel op het bankje ben gepasseerd, word ik het zat. Ik kan die winkel niet vinden. Hoezo niet? Hoe groot is dat dorpje nou helemaal? Zonder brokken zeep de camping oprijden, weiger ik. Dan ben ik voor de rest van de vakantie het mikpunt. Ik loop verder. Met het zweet op mijn rug. Mijn wenkbrauwen in een rechte streep. Voor de tweede keer ziet een gezin mij langskomen. Met een verbeten blik. Ik doe alsof ik niet zoek. In plaats daarvan veins ik interesse in de planten waaraan naamkaartjes hangen. Voor de vorm fotograaf ik er een paar om vervolgens mijn missie te voltooien. Bijna wil ik het opgeven als ik voel dat ik op de goede weg zit. Twee blokken zeep en een luchtje rijker verlaat ik het pittoreske plaatsje met zijn nauwe straatjes.

Nee natuurlijk vertel ik dit thuis niet. Door drie mannen met een ingebouwde TomTom word ik uitgelachen. Keihard.

Zo verzwijg ik ook dat ik de eerste dag dat we op de camping waren, de vouwwagen niet meer kon vinden. Met twee loodzware boodschappentassen in mijn hand liep ik als een kip zonder kop tussen de vakantievierende gasten. Die me telkens wanhopiger zagen worden. Ik ging terug naar de ingang van de camping. Startte vanaf daar mijn zoektocht naar de Allee des Oliviers. Nummer 57. Ik kreeg onderweg nog net geen natte sponsen en bekertjes water aangereikt. Van een heel verrassende kant vond ik na een half uur de vouwwagen met daarvoor drie mannen in hun tuinstoel. De Man had een biertje in zijn hand en keek me geamuseerd aan.

“Toeristische route,” grijnsde ik.

Karin van Leeuwen (44 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook