Ka valt af – deel 4

“Morgen, he, dan is het de grote dag”, lacht Ratna. Ik knik. Op vrijdag de 13e stap ik weer op de weegschaal. Met lood in mijn schoenen, want het gaat niet zoals ik wil. Ik loop de hele dag te grazen en trek alle kastjes open. Op zoek naar vergeten koekjes. Naar chocola die ik verstopte voor barre tijden maar die ik, nu die barre tijden zijn aangebroken, tot mijn grote wanhoop niet meer kan vinden. Bij gebrek aan beter prop ik koekjes die voor mijn kleinste mannen zijn bedoeld naar binnen. Mister Bean-biscuitjes met chocola, Dora-koekjes met aarbeienvulling, het maakt mij niet uit. Ik heb zin in zoet. Gedurende de hele dag. Een zak gekleurde dropstaafjes jaag ik er in no-time doorheen. Echt, ik draai mijn hand er niet voor om. Of ik me daar lekker bij voel? Nee. Zeker niet. Maar als mijn sportmaatje Josefien op onze ‘afval-groepsapp’ meldt dat ze zoveel eet, en as we speak een taartje naar binnenschuift, voel ik me minder ellendig. “Ik ben meer dan een kilo aangekomen”, schreeuwt Josefien op de app. Gedeelde smart, is halve smart.

Als ik vrijdag de dertiende wakker word, is het eerste wat ik denk: ik ga niet. Ratna zoekt het maar uit met haar weegschaal. Ik realiseer me ogenblikkelijk dat dat kinderachtig is. Immers: meten is weten. Ik vind het makkelijker om mijn kop in het zand te steken. Heel diep. En wie weet valt het allemaal enorm mee, praat ik mezelf moed in.

Ik trek mijn sokken uit, kijk Ratna aan en zucht hard. Ik stap op de weegschaal, die van alles berekent. Zwijgend vult Ratna de voor mij onbegrijpelijke getallen in op een formuliertje.

Ka en Ratna

“Koffie?”, vraagt ze. We nemen het lijstje door. Ik ben een ons afgevallen. Een ons! Mijn lichaamsvet is gedaald, vetvrije massa is toegenomen en hoera er is een centimeter van mijn taille af. Nee, dat schiet allemaal lekker op. Inmiddels is het de clubmanager van HWF erbij komen zitten. Kritisch kijkt ze naar mijn formuliertje. “Spieren kweken. Zwaarder trainen”, zegt ze streng. Ratna zit met haar armen over elkaar en kijkt me aan met een ik-zei-het-je-toch-blik. De clubmanager legt een foodlog neer. “Houd een week lang bij wat je allemaal eet. Alles. En train. Train hard. Over twee maanden hebben wij jou onder die tachtig kilo”, zegt ze beslist. Het klinkt als muziek in mijn oren. Er wordt een ander Ratna-rondje op de fitnesstoestellen voor me gemaakt. “Oh jah, Ka, jij gaat walking lunges door de sportschool maken.” Walking lunges door de sportschool? Dat ziet er prachtig uit als een ander dat doet, maar als ik met megastappen door de fitness raas is het lachwekkend. “En toch ga jij ze doen”, weet Ratna, “met gewichten in je handen.” En ik moet ook van haar opdrukken. Minimaal 25 keer achter elkaar. Ik piep nog dat ik daar veel te zware heupen voor heb. Het maakt geen enkele indruk op Ratna en de clubmanager. “Vrijdag om 8.45 uur gaan we aan de slag. Zorg dat je goed hebt geslapen”, waarschuwt Ratna.

Ondanks dat ik zwaar aan de bak moet, ben ik supergemotiveerd en besluit er voor te gaan. Doel: onder de tachtig duiken. Let’s go!

LEES HIER DE EERSTE DRIE DELEN VAN KA VALT AF!


1 reactie

Reageer ook