Ka stuurt een appje naar de juf

Er is veel veranderd, mijmer ik wat voor me uit. Toen ik vier jaar was en de kleuterschool – waar ik naar hartelust de poppen in de poppenhoek had verzorgd, de potjes lijm regelmatig had leeg gelepeld en ik een snoepje van de stokoude kleuterjuf kreeg als ik knoerthard op mijn knie was gevallen – verliet, ging ik naar de Lagere School. Dat was wat.

Eerst maar eens een dagje wennen. Mijn moeder bracht me en mocht ook even in de klas blijven. Nieuwsgierig keek ik naar mijn medekleuters. Met hen zou ik zes jaar lang in dit gebouw verblijven. Kleuters met een stoornis uit het autisch spectrum bestonden toen niet. We hadden wel enorm drukke kinderen in onze klas en ook eentje die om de haverklap omviel. Geen idee wat voor een stoornis dat was. Wij kleuters haalden onze schouders erover op. Bartje zou het ook deze keer wel weer redden. Het werden zes zeer overzichtelijk jaren. Dat mijn ouders een rol speelden tijdens mijn lagere school, kan ik me niet herinneren. Het contact met juffen en meester beperkten zich tot de rapportbesprekingen.

Inmiddels zitten mijn mannen op de basisschool. De kleuterschool kennen ze niet, groep 1 en 2 daarentegen is bekend terrein. Leren ze ook gewoon al lezen. Toen ik naar de eerste klas ging was ik allang blij dat ik mijn naam kon uitspreken. Geen haar op mijn kleuterhoofd die er aan dacht hoe ik mijn naam moest schrijven. Daar had ik zes jaar de tijd voor. En ja hoor, het is goed gekomen.

Mijn oudste stond in groep 4 (in mijn tijd klas 2) al voor zijn groep om een boekbespreking te houden. Een boekbespreking! Zeven jaar oud. Maar wat veel opzienbarender is: ik kreeg via whatsapp een filmpje van mijn zelfverzekerde Bonkie die de klas haarfijn uitlegde wat de schrijver van het boek Dolfje Weerwolfje bedoelde met zijn boek. Het kan verkeren.

Ik vind het een vooruitgang dat contact met juffen en meesters. De school is voor ouders geen onneembare vesting meer. De kinderen moeten veel meer dan wij toen, maar daar heb ik verder geen last van. Soms, heel soms, misbruik ik de app van de juf. Zoals deze week. De splinternieuwe fiets van mijn kleinste werd die dag bezorgd. Opgewonden vroeg hij ’s ochtends voordat hij naar school ging of ik de juf even wilde ‘eppuh’ als de fiets er was. Ik zei dat dat niet kon. Vond hij onzin. Zou juf Julia helemaal niet erg vinden.

Om half elf stuurde ik juf Julia een foto van de zojuist afgeleverde fiets. Met de aarzelende vraag of ze dat even aan mijn jongste wilde laten zien. Niet veel later kreeg ik een appje terug. “Hier is Tom juppie ik ben blij”. Trots meldde de juf dat mijn kleinste dat zelf had getypt.

Ja. Er is echt veel veranderd.


Reageer ook