Ka staat al een tijdje niet meer op een voetstuk

“Mam! Wat ga je doen? Ieeuuwww. Doe je T-shirt aan. Je staat in je bh. Naast me.” Bob knijpt zijn ogen dicht. Vraagt of ik ben aangekleed. Het antwoord is nee, ik zeg ja. Als hij zijn ogen opendoet pak ik de muffinrandjes boven mijn broek vast. “Zie je dat schat? Ik moet nog harder sporten om mijn vet te verbranden.” Mijn oudste verlaat in overspannen toestand het pashokje.

Er komt een moment dat je kinderen zich voor je schamen. Is even wennen. Jarenlang stond ik op een voetstuk, heerste over mijn gezin. Ik was een godin. Van de keuken, van de laptop, van de tuin, van de grappen maar vooral van de liefde. Ik omarmde ze, die mannen van me. Drukte ze plat tegen mijn moederhart. Ze lieten het toe. Tommie heeft me nog steeds hoog zitten maar zijn twee jaar oudere broer daarentegen begint te bokken.

“Waarom zeg jij altijd ‘coolio’?” Ik trek mijn wenkbrauwen op. Coolio? Zeg ik dat? Mijn oudste knikt. “Ja, heel vaak en het is gewoon heel stom. Zo moet je me ook beloven dat je nooit meer de dab doet als ik in je buurt ben.” Ik schiet in de houding. Buig mijn hoofd, terwijl ik mijn arm en elleboog omhoog werp. Alsof ik moet niezen. “Maham,” rolt hij met zijn ogen. Van mijn kleinste krijg ik een staande ovatie.

De tijd dat ik truien en broeken voor hem kan kopen die hij gewoon aantrekt, is voorbij. Maar winkelen wil hij niet. Zijn kostbare prepuber-tijd besteedt hij liever aan het spelen van Minecraft waarin hij creepers, spinnen en heksen verslaat in de door hem zelf gecreëerde wereld. Zo een waarvan ik niks snap.

Ik krijg allebei mijn mannen in beweging als ik ze een lunch in de stad beloof. Dat we eerst een kledingwinkel induiken, verzwijg ik voor het gemak. “Huh, hebben ze hier ook tosti’s dan?” kijkt Bob speurend om zich heen als we met de roltrap naar de afdeling kinderkleding zoeven. Ik doe net of ik hem niet hoor. Tom sprint tussen de rekken door, Bob zucht diep. Verveeld en met zijn handen in zijn zakken staat hij vreselijk in de weg. Met drie broeken en twee truien aan mijn arm neem ik hem mee naar een pashokje. Samen staan we voor de spiegel. Zwijgend past Bob de broeken. Trekt zijn truien aan. Kiest er twee. Zegt dat hij eerst het pashokje verlaat en dat ik tot tien moet tellen en dat ik er dan pas uit mag. Als ik door het gordijn gluur, zie ik mijn bonkie stoer langs het hokje van twee giechelende meisjes met maatje zero lopen.

Zijn humeur wordt een stuk beter als hij zijn tanden in een dubbeldikke kaastosti zet. Ik hang mijn jas over de stoel. Opeens veert hij op. Wijst driftig op de capuchon. Paniekerig vraag ik wat er is. “Mam,” juicht hij, “je hebt gewoon een jas van Airforce. Weet je hoe gaaf dat is?”

Ik heb geen idee, maar aan zijn reactie te zien is het behoorlijk coolio.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook