Ka negeert de ruzies gewoon

Moeder zijn van twee jongens is zo nu en dan best een heel gedoe. Mijn oudste en jongste schelen twee jaar. Toen mijn jongste werd geboren, was het flink aanpoten. Mijn oudste eiste zijn aandacht op en vond het allemaal leuk en aardig dat broertje, maar dat moest zeker niet ten koste gaan van zijn plek in de familie. Talloze keren is De Man met de continu ‘nee’-roepende peuter naar de kinderboerderij gegaan onder het mom van: quality-time.

Nu ze ouder worden ben ik blij dat er maar twee jaar tussen zit. Ik denk dat mijn kleinste daar anders over denkt, want hij moet steeds maar opboksen tegen alles en iedereen. En eigenlijk doet hij overal aan mee, terwijl wij nog wel eens vergeten dat hij wel een stuk jonger is. De reden dat ik blij ben met de twee jaar ertussen is dat ze heel goed kunnen samen spelen.

Wat ze ook erg goed samen kunnen, is ruziemaken. Om niks. Ik word daar gek van. Want ze zitten elkaar altijd te jennen als ik druk ben. Of erger: als ik aan de telefoon ben. Driftig zwaai ik dan met mijn handen, sis tussen mijn tanden, maar het helpt niks. Ook een favoriet moment om ruzie te maken: als ik aan het koken ben. Inmiddels ben ik eruit. Op het moment dat ze beginnen, ga ik niet met mijn handen in mijn zij staan schreeuwen, want ik heb gelezen in een opvoedblad dat dat niet mag, maar draai ik de gaspitten laag, en ga naar boven. Stop mijn vingers in mijn oren en zing heel hard ‘lalalalalala’. Als ik daarmee klaar ben, is de ruzie ook overgedreven en zitten ze weer gebroederlijk naast elkaar naar De Beste Vriendenquiz te kijken.

In datzelfde opvoedblad waarin stond dat schreeuwen tegen je kinderen zo ongeveer het ergste is wat je kunt doen, stond ook de reden waarom broertjes en zusjes zo vaak ruzie met elkaar maken. “Want”, zo las ik, “hoe vervelend het voor de ouders ook kan zijn om tussen ruziënde kinderen te zitten, ruzie maken met een broer of zus kan heel leerzaam zijn. Ze moeten leren omgaan met hun boosheid, hun frustratie maar ook moeten zij leren om er samen uit te komen. En ruziemaken en compromissen sluiten kunnen zij het beste in een veilige omgeving. Thuis dus. Met hun broer of zus. Want die houden onvoorwaardelijk van elkaar.” Sinds ik dit weet, is het makkelijker om me staande te houden tussen de ruzies. Dit deel heb ik dus redelijk onder controle.

Het deel dat ik nog niet helemaal onder controle heb, is het doucheschema. Ik weet niet of het elders ook voorkomt, maar hier bij ons thuis is er altijd strijd over wie het eerste mag douchen. Ik denk dan dat ik dat kan wie vorige keer als eerste was. Maar dat kan ik dus niet. “Neehee, ik ben als eerste”, stampvoet mijn oudste terwijl ik toch echt in de veronderstelling ben dat mijn jongste als eerste onder de hete stralen mag. Ik zucht en roep dat het toch allemaal niet uitmaakt wie het eerste doucht? Nou, dan heb ik het dus niet begrepen, schudt mijn kleinste zijn hoofd.

De oplossing heb ik gevonden: ik heb een lijstje opgehangen met daarop de namen van mijn mannen. Die namen streep ik na het douchen door zodat we weten welke boender de volgende keer als eerste mag douchen. Een waterdicht systeem dacht ik. Wat ik even over het hoofd zag, is dat ik niet altijd na het doucheritueel denk aan het doorstrepen van een naam. En dat is, precies, een prachtige aanleiding voor een nieuwe, verse ruzie.

Lees ook:

Karin van Leeuwen (43 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook