Ka laat haar wenkbrauwen fatsoeneren

Als ik mezelf aankijk in de spiegel, zie ik dat mijn wenkbrauwen een zootje zijn. Hoogste tijd voor een snoeibeurt bij de schoonheidsspecialiste. Ik ben niet zo van de afspraken, ik dender die altijd zo rustige salon gewoon binnen en vraag of er iemand even tijd heeft. Over een half uur. Ik reken het goed en dood de tijd met koffie drinken.

“Hallooooo, ik ben Cleoooo.” Cleo geeft me een slap, lauw handje en vraagt of ik haar wil volgen. Ik vind het prima. Ik hobbel achter Cleo aan. In de kamer staan twee bedden. Cleo vraagt welk bed ik wil. Ik trek mijn nu nog rommelige wenkbrauwen op. Wat maakt mij dat uit? Goed, ik kies het bed dat het dichtst bij de muur staat. De nep lotus wordt van het bed gehaald, en ik mag gaan liggen. Cleo legt een warme deken over me heen. Heerlijk. “Wat moet er gebeuren?”, vraagt Cleo. Vriendelijk leg ik uit dat ik onder die warme deken op het bed dat het dichtst bij de muur staat lig omdat mijn wenkbrauwen een zootje zijn. Cleo knikt en zucht zacht. En ook zeg ik dat ik het heel fijn zou vinden als Cleo die haartjes even in de verf zet. Maar niet te donker, want dan zie ik eruit als Bert van Bert en Ernie, voeg ik snel toe. “Kijk anders even op de computer; je collega heeft vorige keer erbij gezet welke kleur ze gebruikte”, raad ik Cleo aan. Helaas. Het systeem ligt eruit.

Lees ook: Ka herontdekt de bieb!

Cleo doet de felle lamp aan, ik doe mijn ogen dicht. Heel voorzichtig kamt ze mijn wenkbrauwen. “Hoe doen mijn collega’s het normaal?”, vraagt Cleo. Nou gewoon. Ze gooien een klodder wax op mijn wenkbrauwen, plakken er een pleister op, trekken die er met geweld af en de haartjes die de pleister wisten te ontwijken, zijn alsnog de sjaak door de pincet. Of ik het erg vind dat zij het alleen met een pincet doet? Ik probeer niet te zuchten. Het maakt me niet uit hoe ze het doet, als mijn wenkbrauwen er maar van opknappen. Laatste voorwaarde: dat ze het binnen een half uur kan doen.

De dolfijnenmuziek die klanten in een ontspannen toestand zou moeten brengen, begint me nu ook ineens op mijn zenuwen te werken. Eindeloos is Cleo aan het plukken. Elke keer als ik denk: “ik zak even lekker weg en denk aan niets”, stelt ze een onbenullige vraag die ik uit beleefdheid beantwoord. Met een schuin oog kijk ik op de klok; nog even en mijn mannen staan op het schoolplein. Ik vraag Cleo hoe het er voor staat met de  boogjes boven mijn ogen. “Je hebt kruinen in je wenkbrauwen”, tuit ze haar lippen. Kruinen? Nooit heeft iemand gezegd dat ik kruinen in mijn wenkbrauwen heb. Een kleuter heeft een kruin op zijn hoofd, maar ik heb toch geen kruinen in mijn wenkbrauwen? Toch wel, vindt Cleo. Eindelijk is ze klaar. Ze rolt haar stoel naar achter en pakt een spiegel. “Ik laat het je even zien. En je moet eerlijk zeggen als je het niets vindt.” Ik veer omhoog. Wat gebeurt hier allemaal. Als ik in de spiegel kijk, zie ik dat mijn wenkbrauwen er keurig uitzien. Niet te donker en mooie strakke bogen.

Ik sla Cleo op haar tere schoudertje. “Prima, zo. Hoe lang werk je hier al?”, vraag ik. Als ze antwoordt: een week, weet ik dat ik onnoemelijk veel geluk heb gehad dat het goed is afgelopen met mijn wenkbrauwen. De vraag of ze haar diploma heeft gehaald, laat ik achterwege. Soms moet je niet alles willen weten.

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit uit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook