Ka koestert de kattebelletjes

Ik loop de deur bij mijn buren niet plat, integendeel. Ik groet ze vriendelijk, neem postpakketjes aan als ze niet thuis zijn, en verder leven we ons eigen leven. Mijn oude buuf houd ik iets meer in de gaten. Elke dag kijk ik vanuit de tuin of de gordijnen van haar slaapkamer open zijn.

Ze is nog enorm actief, die buuf van ons. Jarenlang ging ze naar yoga. Matje onder haar arm, op naar een zweterig buurthuiszaaltje. Tot haar tachtigste groette ze enthousiast de zon, draaide haar hand niet om voor een neerwaartste hond, en strekte ze soepel haar rug middels de cobra. Als ik haar complimenteerde met haar skills, keek ze me meewarig aan. “Kind, dat kan jij ook. Dat kan iedereen.” Ik liet haar maar in die waan.

Als ik haar kliko vanuit de tuin pak om aan de straat te zetten, zie ik dat haar televisie aan staat. Ze staat er voor en zwaait. Eerst met haar rechterarm, dan haar linkerarm. Met haar rechter been stapt ze naar achter. Ik blijf staan, volg het vroege ochtendtafereel met open mond. Dan zakt ze in een stoel. Ik vrees dat ze niet goed is geworden en loop naar haar keukendeur. Vraag voorzichtig of alles goed gaat. Ze hoort me niet. Nederland in Beweging tettert door de kamer.

We lezen samen de krant. Zij krijgt m eerst en als ze hem uit heeft, krijgen wij hem. Niet zelden krabbelt ze op de voorkant iets. Wenst ze me een fijne dag. Of meldt dat haar kliko wordt schoongemaakt. Ook stelt ze regelmatig een vraag. “Wat een wind vandaag he?”, staat er dan in het rechterbovenhoekje van de krant gekrabbeld. Ze zijn me dierbaar, die kattebelletjes.

Vorige week was het krabbeltje vervangen door een briefje. Dan is er iets aan de hand weet ik. “Heb je het gehoord van Loes van der Wel? Een herseninfarct. Direct na het infarct kreeg ze bezoek en binnen 4 uur is ze geholpen. Dan komt het goed.” Ik vraag me koortsachtig af wie Loes is en hoe mijn oude buuf zo zeker is van het feit dat het goedkomt. In gedachten hoor ik haar zuchten en zie haar met ogen rollen. “Loes, je weet wel, die magere van nummer 2.” Op de achterkant gaat het verhaal verder. Dat de huisarts haar medicijnen gaf en dat het ziekenhuis de rest deed. Dat ze moeite heeft met praten en het bewegen van haar arm.

“Mocht ik zoiets krijgen dan hebben jullie het misschien door”, hoopt mijn oude buuf. Ik moet er niet aan denken dat haar zoiets overkomt. Laat haar maar gewoon lekker nog in lengte van dagen naast ons wonen. “Maar”, zo eindigt ze haar schrijven, “ik ben het toch niet van plan.”

Ik slaak een zucht van verlichting.

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.

 


Reageer ook