Ka houdt van overzicht

Ik had het zelf ook graag anders gezien, maar het is wat het is: ik houd van kaders. Van rust en regelmaat. Ik gooi de boel niet graag om. Als ik koffie bij je kom drinken en in de lekkere stoel voor het raam ga zitten, kun je er vergif op in nemen dat ik de volgende keer daar weer plaatsneem. En de keer daarop weer. Zet die stoel dus asjeblieft niet ergens anders want dan ben ik van slag.

Ik knap uit elkaar van gewoontes. Zo trek ik eerst mijn rechtersok aan dan pas de linker. Elke keer weer. Het voelt niet goed de volgorde te veranderen. Ik gedij het beste als alles hetzelfde is. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat ik op donderdag met plezier naar de sportschool ga. Om zeven uur. ’s Ochtends.

Want die dag, op dat tijdstip tref ik gelijkgestemden in active wear. Tevreden autisten die net als ik niet willen wachten tot het apparaat dat ze nú willen doen vrij is. Dat is ’s avonds om acht uur wel anders. Daarvan hebben wij geen last. We zeggen ‘goeiemorgen’ en laten elkaar met rust. Naar de ene sporter ben ik nieuwsgieriger dan naar de andere. Want hoewel ik hier en daar wat autistische trekken vertoon, heb ik ze op sociaal gebied niet. De sporter die mij het meest intrigeert is de Witte Keniaan.

Om tien voor zeven staat hij voor de nog dichte sportdeur te popelen. IJsbeert heen en weer in een te ruim zittend pak. Duidelijk gekocht voordat hij regelmatig de gang naar de sportschool maakte. Als Jeroen om klokslag zeven uur opent, snelwandelt de Witte Keniaan naar binnen en springt soepel over het toegangspoortje heen. De eerste horde voor die dag is genomen. Het duurt niet lang voordat hij met zijn plastic tas van de Jumbo de kleedkamer uitkomt. Zijn pak heeft hij verruild voor een sportiever exemplaar maar wel een van dertig jaar oud. Voordeel van glimmende trainingspakken bewaren is dat ze vanzelf weer in de mode komen. Hij neemt een korte sprint naar de rechter loopband. Zet zijn tas aan de linkerkant en begint te wandelen. Eerst in een rustig tempo daarna klost hij er lustig op los. Vrolijk doch zwijgend kijkt hij om zich heen. Dit doet hij anderhalf uur lang. Zijn pak slobbert, zijn grijze haar plakt op zijn hoofd. Het geluid van zijn stappen irriteert me tot op het bot. Ik kan niets anders horen dan het gestamp. Paniek in zijn ogen zie ik op de dagen dat er iemand anders op zijn loopband voor een marathon traint. Hij knijpt het handvat van zijn Jumbotas fijn, van zijn andere hand maakt hij een vuist. Noodgedwongen wijkt hij uit naar de loopband voor het raam. Ik weet: het komt die dag niet meer goed.

Die dagen kennen wij, tevreden autisten, maar al te goed. Zo stapte ik afgelopen donderdag nietsvermoedend uit de kleedkamer. Ik was iets later dan gewoonlijk, daarin wil ik zo nu en dan afwijken. Ik hoorde de Witte Keniaan rennen. Toen ik zijn kant op keek, schrok ik. Ik ademde in door mijn neus, uit door mijn mond. Zocht de blik van anderen. Zagen zij het ook?

Onze hardloper was slechts gehuld in een T-shirt en korte broek. Ik hapte naar adem. “Gaat het?” sloeg David me op mijn schouder. Ik boog voorover, mijn handen op mijn knieën en knikte. “Sja,” zei David terwijl hij naar de Witte Keniaan wees, “zomertijd he?”

Ik kreunde. Ook nog de klok een uur verzetten was teveel van het goede.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.

 


Reageer ook