Ka had niet liever een meisje gewild

“Had je niet heel graag een meisje gewild? Ik bedoel, je maakt nu onderdeel uit van een echt mannengezin. Schetend op de bank elke zondagavond naar Studio Sport kijken met je bord op schoot, dat wordt je voorland. Hoe leuk was een meidje dan niet geweest, hè. Het is nog niet te laat, je bent nog geen 45, wat weerhoudt je?” prikt een moeder op het schoolplein mij in mijn bovenarm. Ik kijk haar niet-begrijpend aan. Waar heeft ze het over? Niets makkelijker dan nu in de verdediging te schieten. Ik doe het niet. Deze nitwit, deze moeder van twee altijd ontevreden kijkende meisjes in prinsessenjurken, laat ik aan me voorbijgaan.

Ik hoopte op jongens. Ik kreeg ze. ‘Je krijgt de kinderen die je aankan’ las ik ooit ergens. Heb ik altijd onthouden. Ik heb veel pret met Bob en Tom. Zij laten mij gewoon vrouw zijn, ik hen jongens. Maar: aardige jongens. Als ik ongesteld en dus chagrijnig ben, zeg ik dat. Waarschuw ze: ik ben even niet in mijn hum, jongens. Wordt beter, heus. Als ik een nieuwe broek draag, ziet Tommie dat steevast. Wijst erop en zegt dan: “Mama, die had je nog niet. Hij staat je mooi.” Ik leer ze dat meisjes nufjes kunnen zijn. Dat ze kunnen zeuren. Want dat kan ik ook. Ook vertel ik ze dat niet alle vrouwen huilende, stampvoetende, aandachtstrekkende wezens zijn, maar dat je best met ze kunt lachen. Voetballen. Zwemmen. André Kuiper-plaatjes sparen. Dat en meer.

Het wil allemaal niet zeggen dat ik meisjes niet leuk vind. Ik ben alleen blij dat andere moeders ze hebben. Bij Bob zit Charlie in de klas. Een meisje met een buik als een trommeltje. Ze heeft half lang haar dat altijd slordig zit. Als ze glimlacht, blaast ze je omver. Elke ochtend zie ik haar naar school lopen, samen met haar zusje. Terwijl mijn mannen al lang in de klas zitten, slenteren zij naar het gebouw en zijn nooit op tijd. Inmiddels weet ik dat ze er een ochtend heeft opzitten. Terwijl haar moeder een gat in de dag slaapt, staat ze vroeg op smeert haar eigen boterhammen en die voor haar zusje. Kleedt zich aan. Vult haar trommel met brood, haar fles met limonade. Geeft, als ze vertrekt, haar moeder zachtjes een kus op haar slapende gezicht.

Vorige week stond ik te praten met de directeur van de school. Charlie kuierde de schoolgang door, zag me staan. “Ik ben jaaaarig!” gooide ze haar handen in de lucht. Ze kwam tegen me aanstaan, sloeg haar armen om mijn middel. Ik feliciteerde haar. Vroeg wat ze ging uitdelen. Ze haalde haar schouders op. “Mijn moeder moet nog wat kopen en misschien dat ze het straks komt brengen.” Ik huiverde. Hoopte dat haar moeder zich aan haar woord zou houden. Ik sloeg haar op een schouder. “Dat komt vast goed, Charlie.” Ze knikte blij. Vol vertrouwen. En ze zei: “Het lijkt me zo leuk om bij jou te wonen.”

Niks mis mee, voor een jongensmoeder.

Karin van Leeuwen (44 jaar) schrijft vanuit haar eigen bedrijf De Gooise Pen en is drukker dan ooit. Heeft twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee boenders Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool om een spinning-, pump-, of bodybalanceles te volgen. Sinds kort is ze regelmatig op het voetbalveld te vinden om het team van haar oudste te coachen.


Reageer ook