Ka gaat op stal

Ik keek op de klok. Een schok door mijn lijf. Ik had al op de fiets moeten zitten. Ik wist niet eens precies waar het was. Ik moest iets meenemen. Maar wat? M’n mail checken, gauw. Gevonden. Dikke sokken. Ik stopte ze in mijn rugzak en sprong op mijn snelle fiets.  

Buiten adem liep ik de omgebouwde stal in. De wierooklucht sloeg op mijn longen. Terwijl ik een stevige hand van Lobke kreeg, hoestte ik mijn naam. Op de bank zaten twee dames, een paar jaar ouder dan ik. “Dus jij doet ook mee aan 30 Dagen Gezond?” Ik knikte. “En? Lukt het om de alcohol te laten staan?” Daarvoor had ik me niet opgeven. Ik streefde naar meer grip in en op mijn leven. Rust. Regelmaat.

Ik plofte neer op een klein dik kussen en viel er ogenblikkelijk van af. Keek om me heen, twaalf ogen keken terug. Lobke waggelde naar een stoel. Verontschuldigde zich dat zij niet op zo’n hompje ging zitten. “Versleten knieën. Ik sta op de wachtlijst voor een operatie. Lastig, maar ik onderga het mindful.” Ik trok mijn benen op. Na mijn vijfendertigste was de kleermakerszit in plaats van comfortabel een complete workout geworden. Lobke gaf met een wijsvinger aan dat ik iets moest zeggen. “Ik ben Karin, drink niet, beweeg voldoende, maar ben altijd zo onrustig. Mijn geest slaapt nooit.” Ik voelde begrip door de koeienstal stromen. “Ik ben begonnen met mediteren maar knikkebol al na drie zinnen, ontwaak katterig en heb dan een stijve nek. Op zoek naar tips vertelde Google mij dat in slaap sukkelende meditanten stokslagen krijgen. Dat ging me te ver.” Lobke hield haar hoofd schuin. Zei dat ik recht had op mijn vermoeidheid. Dat ik het ruimte moest geven. Wilde ik wel, maar zo maakte ik me het luisteren naar mijn ademhaling en visualiseren dat ik een berg was natuurlijk nooit eigen. Ik wilde die rots zijn. Die overeind bleef tijdens hevige stormen, en regenbuien trotseerde.

De mindfuljuf schudde een sneeuwbol hard heen en weer. Het aapje in het midden werd bedolven. Toen ze haar hand stilhield, daalde de bui. “Jouw geest is een wild paard. Jij wil de teugels strak trekken, maar het beest galoppeert zo hard dat je wordt meegesleurd. Wat als je het paard niet uit het oog verliest maar wel de ruimte geeft? Geloof mij maar: het laat zich niet temmen.” Ze hield de bol omhoog. De geest, ik moest hem tot de orde roepen. Negeren. Mediteren zou daarbij kunnen helpen.

De vijf andere dames en ik mochten gaan liggen op het schapenvacht. Een dekentje over ons heen trekken. Ogen geloken houden en aandacht naar de ademhaling brengen. Voelen hoe die ging. Er niets aan veranderen. Wat was het vandaag? Vrijdag? De papierkliko. Vergeten buiten te zetten. En die verjaardagskaart moest straks nog op de post. Mijn oogleden zakten. Tussen waken en slapen werd ik bekropen door mijn geest. Er was geen ontkomen aan. Paard, aap en schaap ten spijt, die stal stonk gewoon naar koeienpoep.

En weg was ik.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.

 


Reageer ook