Ka d’r kleinste vindt zijn moeder een zeurpiet

“Hoezo mag ik niet meer mee en hij wel?” Met zijn handen in zijn zij kijkt Bob mij vragend aan. Naast hem zit Tommie die net doet of hij niet bestaat. Er niet is. De uitnodiging van Sinterklaas, die langskomt op het werk van Robert, is alleen gericht aan de kleinste. “Het is belachelijk. Hij gelooft toch óók niet meer?”

Touché. Mijn oudste heeft een punt. Voor me zie ik twee ongelovigen. Sinterklaas? Dat is een verklede kerel met een mijter en een staf. Ik was al die jaren de heilige die ervoor zorgde dat schoenen werden gevuld, cadeautjes werden gekocht. Die ontroerd keek naar twee jongetjes in een pyjama met natgekamde haren die hun longen uit hun lijf zongen als ze hun schoen hadden gezet.

Die, als ze op bed in een onrustige slaap vielen, cadeautjes inpakte, mandarijnen opat en de wortel teruglegde in de groentela. Een brief schreef in een onmogelijk handschrift en die ondertekende met Zeurpiet. En als ze in alle vroegte met bonkende harten de trap afkwamen, deed of ze van niets wist. “Heb je Zeurpiet echt niet gezien, mam? Volgende keer willen we beneden slapen.” Het snoepgoed dat Sint in de schoenen stopte, werd ’s ochtends om zes uur opgegeten. Kon dat in elk geval niet bederven.

Afgelopen zomer vertelden we Tommie hoe het zat met Sinterklaas. Een beetje ongemakkelijk schoof hij op zijn campingstoeltje toen hij het nieuws hoorde. Grote vraagtekens boven zijn hoofd. Hoe dan? En wie was dan wél Sinterklaas? En die Pieten, hoe zat het daar dan mee? Nee, hij had meester Bas niet herkend vorig jaar 5 december. Hoe moest hij nou weten wat voor een schoenen hij aan had? Daar lette íe toch helemaal niet op? Hij zocht steun bij Bob. Hoopte eigenlijk dat hij zou zeggen: “Nee hoor Tommie, papa en mama maken een grapje. Een heel slechte, dat wel ja.” Maar Bob haalde zijn schouders op. Zei dat hij het ook niet leuker kon maken.

Als Diewertje op paniekerige toon vertelt dat de Pakjesboot is verdwenen, schieten mijn twee mannen naar de bank. Met open mond kijken ze naar het Sinterklaas Journaal. Herkennen zelfs Pieten. De dagelijkse uitzending wordt op de voet gevolgd en geen dag overgeslagen.

“Hee mam, we mogen onze schoen zetten,” juicht Tom. Ik kijk hem aan. “Ja, echt, dat zei Sinterklaas net op televisie. Hij zei: alle kindertjes in Nederland moeten niet vergeten hun schoen te zetten. En hij keek er heel streng bij, dus ik denk dat we gewoon moeten doen wat hij zegt. Dus.” Ik werp tegen dat hij dat zegt tegen alle kindertjes in Nederland die nog steeds geloven in het 5 december-sprookje. Tommie zucht diep en rolt met zijn ogen.

“Wat ben jij een zeurpiet, mam.”


Reageer ook