Ka d’r kleinste slist

Mijn kleinste slist. Als hij ‘tot ziens’ zegt, dan krijg je een heel lange ‘s’ cadeau. Tot zienssssss. Dat klinkt ongelofelijk schattig. Voordat hij ‘soep’ heeft gezegd, heb jij al vier kommen vol geschept. Sssssssoep. Wij zijn daar thuis met z’n allen aan gewend. Helemaal niet erg. Hij kletst verder de oren van je hoofd, is goed te verstaan en staart niet als gekke Henkie met open mond naar de televisie. Geen vuiltje aan de lucht dus. Dacht ik. Tot er op school een screening kwam. Hij moest naar de kletsjuf. Kletsjuf? Ja, knikte mijn kleinste. Leek me een interessant beroep. Volgens mij heb ik vrijwel alle skills in huis om Kletsjuf te zijn.

Nadat ons slissende guppie bij de Kletsjuf was geweest, kreeg ik die middag een mailtje van haar. Met haar bevindingen. Veel was in orde, maar wat zeker niet in orde was, was zijn tongmotoriek. Ze hoorde een tussentands en tegentandse s en nodigde ons uit voor een gesprek. “Ik ga niet een traject in ofzo, hoor”, maakte De Man mij gelijk maar even duidelijk. Ik vond dat ook zeker niet nodig en was benieuwd naar de bevindingen van de Kletsjuf. Mijn kleinste deelde ik mee dat we een afspraak met haar hadden. Zij zou ons vertellen hoe het was gegaan. “Dan weet ik al wat ze gaat zeggen”, wist mijn vijfjarige, “dat ik mijn tong niet goed doe.”

Daar zaten we dan, De Man en ik. De laptop van de Kletsjuf haperde, maar gelukkig kon De Man dit verhelpen. Ze had beeld. En wist waar het om ging. Ik ook zei ik. “Ik wist dat u over zijn ‘s’ zou beginnen”, opende ik het gesprek. Streng keek de Kletsjuf mij aan. “En waarom heeft u dan geen actie ondernemen?”, bitste ze. Zo. De toon was gezet, met gestrekt been schoof ze het gesprek in. “Omdat wij het niet zo heel erg vinden en zelfs wel schattig”, beantwoordde ik haar vraag. Ze keek ons aan of we niet wijs waren. “Schattig? Schattig? Denkt u dat het ook nog schattig is als ie 17 jaar is?” Ik probeerde mijn kleinste voor te stellen als slungel van 17 maar faalde. Misschien had ze hier een punt. Ze legde, iets vriendelijker nu, uit dat het een gewenning was. En dat dat niet vanzelf over zou gaan. We moesten een logopediste inschakelen. Heel snel. Voordat die voortanden eruit gingen, want anders was alles voor niks geweest. En niks wachtlijsten, gewoon net zo lang zoeken naar een logopedist waar we gelijk terecht konden. Actie in de taxi, ja. Verschrikt keken De Man en ik elkaar aan.

En bij thuiskomst speurde ik het internet af naar een logopediste in de buurt. Belde gelijk. Haalde een verwijzing van de huisarts zodat de behandelingen voor de tegendraadse of wat voor een ‘s’ het ook was. Ik was zo druk als een baasje.

Ik mailde de Kletsjuf mijn actiepunten. Liet zien dat ik heus wel wat aan die tegendraadse ‘s’ van mijn kleinste wilde doen. Het was flauw, ik geef het toe, maar ik kon het niet laten: mijn mailtje aan haar sloot mijn mailtje af met: Tot zienssssssss


Reageer ook