Ka begint wederom haar dag met een torenhoge hartslag

Met roze antislip geitenwollensokken aan mijn voeten stiefel ik naar de keuken. In mijn hand een lege koffiebeker die schreeuwt om een refill. Het is donker. Het is koud. Vroeg in de ochtend. Alleen Tommie en ik zijn wakker. Als ik over de drempel stap, schrik ik en gil.

In zijn Minion-pyjamaatje holt Tom naar me toe. Ik wijs naar een plek op de keukenvloer. Daar. Ligt. Een. Muis. Razendsnel draai ik mijn ochtendfilm terug. Toen ik voor het eerst de keuken inliep, toen lag ‘ie er toch niet? Of was ik zo blind dat ik hem niet zag? Nee. Kan niet. Hij ligt in het midden van de keuken. Dat had ik moeten zien. Zou het dezelfde zijn die een paar weken terug zich had verschanst in mijn volkorenbrood?

Stijf van angst staan we op de drempel, Tom en ik. Ik roep mezelf tot de orde. Feit: er ligt een muis. Wat kan hij doen? Heel hard wegrennen. Poepen op de keukenvloer. Doodgaan. Hoe erg is dat voor mij? Niet. Hij is klein. Eigenlijk ook wel lief. Maar wel een muis. Ik haal diep adem, ga op mijn hurken zitten. Geef waar je bang voor bent een naam, heb ik ooit ergens gelezen. “Ach, kijk nou toch naar Jerry,” moedig ik mijn kleinste aan. Op een drafje gaat hij naar de kamer en komt terug met zijn mobieltje. Tom maakt foto’s van Jerry. Ik vind het grappig en ontspan.

“Ooooh, mam, hij is niet dood. Kijk maar zijn buikje beweegt.” Nee he? We hebben te maken met een terminale muis. Eentje die gewoon aan het doodgaan is. Tommie loopt over van medelijden. Wil Jerry liefdevol verzorgen. Ik wil dat íe mijn keuken verlaat. Zo snel mogelijk. Zal ik stoffer en blik pakken? Oh, nee, ik durf nooit dat beestje op het blik te vegen. Het is klaar. Ik trek Robert uit bed. Wordt geen feestje, maar dat is het nu ook niet. Eén oog gaat open. Ik vertel van het drama dat zich op de keukenvloer voltrekt. De blik die ik krijg toegeworpen houdt het midden tussen ‘ik ga je inruilen’ tot ‘oké oké, ik ga de held uithangen’

Op de terugweg naar het strijdtoneel maak ik Bob wakker. “Er ligt een muis dood te gaan en ik durf ‘m niet op te pakken.” Mijn oudste rolt zijn schouders. Wrijft in zijn handen. Is klaar om zijn moeder en Jerry te verlossen uit hun lijden. Hij dendert de trap af. Tilt zijn rugzak op waaronder de terminale muis is gaan liggen. Als hij naar het keukenkastje reikt om een handdoek te pakken waarmee hij Jerry kan oprapen, komt ineens Robert van links. Neemt een snoekduik, pakt het beestje op en gooit hem naar buiten.

Terwijl de muis zijn laatste adem uitblaast tijdens het krieken van de dag, smeer ik een beschuitje voor mijn helden.

Karin van Leeuwen (45 jaar) is eigenaar van tekstbureau De Gooise Pen. Heeft meer dan twintig jaar voor kranten gewerkt en schrijft blogs voor Damespraatjes. Ze woont samen met Robert Brekelmans en hun twee mannen Bob en Tom in ’t Gooi. Naast schrijven (momenteel is ze druk met een boek!) is lezen een grote hobby. De andere passie is sporten; heel wat uurtjes brengt zij door in de sportschool voor spinninglessen en krachttrainingen. Alledrie haar mannen atletieken en Bob en Tom doen daarnaast aan freerunning.


Reageer ook