Eccolo! Gastblog van schrijfster Mirjam Brandenburg

De zesde dag van de vakantie. Cupra Maritima, een sympathieke badplaats aan de Italiaanse Oostkust. Liggend op mijn gehuurde zonnebedje lik ik het cappucinnoschuim van mijn lippen. Met mijn lepel schraap ik het laatste restje schuim uit het kopje. Ineens zie ik dat ik mijn gouden ringen niet om heb. Die doe ik altijd af als ik mijn kroost invet, dat nu rond de kustlijn spartelt. Mijn hart slaat een slag over, het staat me bij dat ik ze in de zak van mijn jurkje deed. Het jurkje wappert aan de parasol, ik spring op en voel in de zakken. Die zijn leeg, verschrikkelijk leeg. Mijn hart slaat nog een paar slagen over. Ook de zakken van de rugzak zijn leeg, net als het bakje in het parasoltafeltje.

Ik zak op mijn knieën en speur het zand rondom de bedjes af. Manlief komt terug uit het water en helpt met zoeken. De kinderen komen terug uit het water en helpen zoeken. De ons omringende badgasten helpen zoeken. Vergeefs. Manlief rijdt op en neer naar het vakantiehuisje, misschien had ik ze niet om gedaan vandaag en liggen ze gewoon op mijn nachtkastje? Ook vergeefs. Dan bemoeit de strandmeester zich ermee. Hij is van alle markten thuis, hij doet ook zee-egelextracties. Iedereen wordt opzij gemaand, met een serieus gezicht en een groot schepnet veegt hij de bovenste zandlaag weg. “Eccolo!” Kijk! roept onze Zwitserse parasolbuurvrouw na een paar minuten.  De eerste ring! Een paar veegbeurten later komt ook de andere ring tevoorschijn, “Eccolo!” roep ik, en duik in het zand. Het ontroert me als ik zie hoe blij iedereen is dat ik mijn ringen terug heb en bespring bijna de strandmeester.

Een paar dagen later. We worden ’s ochtends wakker en treffen onze dochter niet in bed aan, maar op de bank. Ze lag niet lekker meer in bed. In een paar uur loopt ze leeg. Diaree en overgeven, alles tegelijk. Als ze tegen het middaguur heel slap wordt en dreigt flauw te vallen halen we Giacomo erbij, de vriendelijke Italiaanse verhuurder van ons huisje,  die de ambulance belt. Die is binnen twintig minuten ter plekke. Ze is waarschijnlijk uitgedroogd door toedoen van een virus of voedselvergiftiging. De broeders zijn stevige Italiaanse mannen en maken een competente indruk maar de tekstjes op de binnenwanden van de ziekenauto, die ik interpreteer als schietgebedjes, jagen me angst aan. Ik knijp in de hand van mijn dochter, ze glimlacht, knijpt niet terug.

In het ziekenhuis belanden we, na de ontvangst door een dokter die vooral op een briefje met telefoonnummers staart en nauwelijks een blik op zijn  patiëntje werpt en na de bemoeienis van een onduidelijk cordon verpleegsters en arts-assistenten, op de pediatrie, de kinderafdeling. Ze is voorzien van een infuus en er is bloed afgenomen, dat lijkt me allemaal wat er inderdaad nodig is, maar ik ben er nog niet gerust op. Ze lijkt telkens nog weg te vallen en zou er niet iets veel ernstigers dan dehydratie aan de hand kunnen zijn? Niemand spreekt Engels en men is vooral bezig met de babies die op hetzelfde moment aan de andere kant van de gang geboren worden. Ik bestudeer het gruis in de vensterbank, het hospitaal lijkt in een permanente staat van verbouwing en verval te verkeren. Ook ben ik een tijdje zoet met het organiseren van wc-papier en andere voor de hygiëne van mijn dochter noodzakelijke accessoires. Ik ben alleen want de andere helft van het gezin is erop uit om wat eten en schone onderbroeken te organiseren, die waren we in de hectiek van het vertrek vergeten, en die heeft het ook niet zo op ziekenhuizen, zeker niet bij een temperatuur van 32 graden Celsius. Als zij tegen het eind van de middag weer arriveren is het duidelijk dat ze de nacht moet blijven, maar is er gelukkig ook weer wat kleur op haar wangen. Ik zal mij uitstrekken op het opklapbed naast haar.

Tegen de avond lepel ik het bord witte rijst dat is gebracht naar binnen  (voor haar? Ze mag toch nog niks eten?). De nacht is lang en doorwaakt, het opklapbed is smoezelig en de lucht in de ruimte vult zich een paar keer met een penetrante luierlucht, in het andere bed is einde dag een peuter geïnstalleerd  die eveneens aan krachtige buikloop lijdt. Het goede nieuws is dat mijn dochter rustig slaapt en dat de verpleging een paar keer komt kijken of alles, met name het infuus, in orde is. Er wordt over ons gewaakt!

Nooit was ik zo blij met het vroege krieken van de dag, om zes uur komt de activiteit in en rond het ziekenhuis op gang. En dat ze bij het wakker worden zegt; “Ik heb honger” vind ik ook een goed teken. Het vervult me met trots dat    ze mij instrueert hoe ik haar met haar infuuspaal het beste naar de WC kan begeleiden. Als de verpleegkundige van dienst even later  binnenkomt en haar met haar Topmodelboek en stiften rechtop in bed aantreft, roept ze ” Eccolo!” We worden zo goed als prompt ontslagen.

Dat we toch pas uren later ons vakantieterreintje oprijden hangt samen met een incidentje dat eerder die ochtend heeft plaatsgevonden. Ter verhoging van de feestvreugde had manlief zijn lens op de rand van de wastafel horen vallen. Een intensieve speurtocht was zonder resultaat gebleven, ik ben ook meestal degene die zijn zoekgeraakte lens terugvindt. Omdat het vermoeden is dat hij zich in de zwanenhals van de wastafel bevindt,  wordt wederom Giacomo erbij geroepen. In luttele uren wordt de zwanenhals gedemonteerd, gereinigd en weer gemonteerd. Geen spoor van de lens. Oftewel we werden door een bebrilde echtgenoot  van het ziekenhuis naar het huisje geëscorteerd. Voor de vorm kruip ik ook nog even op handen en voeten over de badkamervloer. De opticien in Haarlem is al gealarmeerd als ik uren later een kreet hoor uit de badkamer. “Eccolo!” De lens zit tegen de rand van de spiegel geplakt. Het fijne van pech is dat het meestal wel weer goed komt.

Mirjam-Brandenburg-foto-Merlijn-Doomernik-DP-226x300
Mirjam Brandenburg (1970) werkt bij de overheid en is schrijfster van de verhalenbundel Vondelingen (Uitgeverij Atlascontact). Ze schrijft aan een roman.

@mirbrandenburg
www.mirjambrandenburg.nl

Foto door: Merlijn Doomernik

3 reacties

Lenzen -

Erg leuk artikel!

Nell boersma -

Een echte stukje vakantie!

Mieke Schepens -

Leuk geschreven ! Graag gelezen.

Reageer ook