Dit is de reden waarom Karin voor dag en dauw al op de fiets zit!

Het is nog donker als ik de poort uitzeil. Ik snuif de frisse ochtendlucht op. Vraag me af of ik niet een extra shirt aan had moeten doen. Te laat. Ik trap door. Zing hard mee, wetende dat het vals klinkt. Geen punt, ik heb geen publiek. Ik ben alleen op de wereld en fiets. “Why?” vroeg vriendin Bianca mij, ‘waarom zo vroeg en waarom überhaupt.” Nou. Dat zal ik uitleggen.

Gewaagd

Al zo lang ik me kan herinneren fiets ik liever dan ik loop. Ik ben geen Jan de Wandelaar, tenzij ik een hond mee kan nemen. Fietsen daarentegen kan ik niet vaak genoeg doen. Mijn motto: een dag niet gefietst is een dag niet geleefd. Een aantal keer per week zweet ik me leeg op een spinningfiets in de sportschool, de andere dagen trap ik buiten een ronde. Sinds vorig jaar intensief omdat ik een soort mountainbike kon overnemen. Vanaf het moment dat ik op het zadel zat, wist ik: wij zijn voor elkaar gemaakt. Ik ben gewaagd aan mijn bike. Word er één mee. Als ik eenmaal in een flow zit, ga ik als de brandweer.

Ja maar waarom?!

Leuk en aardig allemaal, maar dat is geen antwoord op de vraag: ‘why?’ Zo vaak. Zo ver. Zo vroeg. Het heeft allemaal een functie.

1. Mijn lijf is gewend in actie te komen en wordt blij van een hoge hartslag in de ochtend. Wie ben ik om dat te negeren. Komt wel heel mooi uit dat ik een ochtendmens ben. Ogen open betekent: wakker! Ik kan alles ’s ochtends. Verhalen schrijven, opruimen, lezen en bewegen. Het spreekt voor zich dat ik ’s avonds wat minder op mijn best ben.

2. Ik gooi mijn hoofd leeg. Soms val ik piekerend in slaap. Worstel ik ergens mee en kan ik de oplossing niet vinden. De koele ochtendlucht en de frisse wind zorgen voor een schoon hoofd. Problemen die de avond ervoor onoplosbaar leken, reduceer ik nu tot een hobbel die ik even moet nemen. Eitje!

3. De buitenlucht zorgt ervoor dat ik er stralend uitzie of nou ja, dat ik dat zo voel. Eigenlijk kan het me niet fris genoeg zijn op de fiets. Niets voelt fijner als het hebben van die rode, koele wangen. Ik krijg er een gezonde kleur van en houd dat het hele jaar. Mijn weerstand vaart er wel bij. Een bonus is de bere-conditie en sterke dijen die ik ervan krijg.

4. Ik moet zelf de weg uitknobbelen. Je hebt toch navigatie op je telefoon? Ja. Dat heb ik. Maar ik denk altijd dat ik het beter weet. Hoezo hier rechts? In februari fiets ik naar Texel. Dat wil zeggen: ik fiets tot Den Helder en daar pak ik de boot. Vervolgens trap ik naar Den Burg en sluit me daar op om te schrijven aan mijn boek. Mijn bike moet mee, want er moet in de frisse zeelucht worden gefietst. Lijkt me logisch.

5. Ik word er handig van. Als je langere tochten maakt is het risico op een lekke band aanwezig. En dan kan ik wel mijn zielige-meisjes-blik-met-pruillip opzetten, maar ’s ochtends zijn er niet zoveel Tarzans in de buurt die mijn band kunnen fixen. Of mijn losgeschoten ketting weer goed kunnen leggen. Zit niets anders op dan die skills mij eigen te maken.

Ja. Maar waarom zo vroeg? Omdat ik dan het minste risico loop plat gereden te worden. Omdat ik dan hazen zie. Hertjes. En omdat ik mijn dosis koe voor die dag heb gezien. Wat? Ja, wist je dat je elke dag een koe ziet? Een weetje van een vriend. Elke dag. Op een pak, op een bonte theedoek of zoals ik een echte van vlees en bloed. Gewoon in de wei. Daarom.


Reageer ook