Denk niet aan een roze olifant, Lisanne recenseert

Met de kreet ‘een must have boek’ op de cover van het boek ‘Denk niet aan een roze olifant, de psychologie van onzichtbaar overtuigen met framing’ van Sarah Gagestein, begint het al. Hier wordt ingespeeld op de behoefte van mensen om alles te willen hebben wat positief wordt aangeprezen. Hebzucht of toch gerichte interesse in het onderwerp? Voor het lezen van dit boek was ik nog weinig bekend met het begrip “framing”. De inhoud is wat dat betreft een eyeopener voor mij. Ik vraag me wel af in welke mate ik tot de doelgroep hoor. De schrijfster heeft het herhaaldelijk over managers, reclamemakers of politici.

Framing gaat over de manier waarop je door middel van een doordachte boodschap invloed probeert uit te oefenen op mensen, zodat ze jouw ideeën of zienswijze overnemen. Het is daarbij belangrijk dat je voor jezelf eerst een paar vragen beantwoordt, om framing te laten slagen. Deze zijn in het kort samen te vatten als ‘de wat, wie-, hoe- en welke vragen’. Wat is je boodschap? Wie is je publiek, wat zijn jouw en hun waarden? Wie vertelt de boodschap? Hoe vertel je het verhaal? Welke woorden en beelden gebruik je? En hoe pareer je tegenstanders?

Om goed te ‘framen’ moet je weten hoe het brein werkt en op welke wijze je dit kunt beïnvloeden. Sarah legt in het begin van het boek uit hoe ons brein werkt, hoe boodschappen aankomen en welk deel van onze hersenen daarvoor verantwoordelijk is.

Ons brein speelt altijd een actieve rol bij het ontvangen van een boodschap. Dat wat in de eerste paar seconden in de hersenen binnen komt, maakt het meeste indruk. Zeker als we het als positief beoordelen of herkennen. We zijn er dan gevoeliger voor. Als daarnaast nog beeldmateriaal of beeldspraak wordt gebruikt, is de kans groot dat je het verhaal veel geloofwaardiger vindt en er in mee gaat. Een frame blijft pas echt goed hangen als het een aantal keer herhaald wordt. Wie de DWDD-colleges met Erik Scherder op tv heeft gezien, kan zich misschien iets beter voorstellen hoe het brein in elkaar zit.

Denk-niet-aan-een-roze-olifant-sarah-gagestein-cover-C

Hoe overtuigender je de boodschap met herkenbare waarden brengt, hoe eerder mensen met je mee gaan. Vaak is men zich niet bewust dat er ‘geframed’ wordt. Met reclame ligt het er soms duimdik bovenop, maar de manager die van zijn personeel nog meer inzet wil krijgen of een vervelende boodschap moet verkondigen, gebruikt andere methodes om zijn werknemers mee te krijgen.

Van belang is dat de boodschap in een goed verhaal verpakt zit en dat je bij het frame blijft wat je wilt overbrengen, ook als iemand probeert het onderuit te halen. Herhaling is belangrijk, maar ook het gebruik van de juiste woorden en zo mogelijk beeldmateriaal of beeldspraak.

Je kunt je afvragen wat het nut is van framing? Welk doel dient het? In veel situaties wil je als ‘boodschapper’ mensen overtuigen van jouw mening of heb je iets te melden waarvan je weet dat dit weerstand op zal roepen. Door onbewuste beïnvloeding kun je mensen over de streep trekken en ze laten geloven dat jouw boodschap of product het beste is. Mensen worden dagelijks beïnvloed. Het gebeurt op de werkvloer, door reclamemakers, door politici of je familie of vrienden. Als je zelf ontdekt hoe het werkt, hoe beïnvloedbaar je zelf bent, ga je met een andere blik kijken en kun je zelf ook met framing proberen je doel te bereiken.

Wat Sarah in haar boek heel goed doet, is theorie aanvullen met goede herkenbare voorbeelden en zogenaamde do’s en don’ts. Hiermee wordt meteen duidelijk wat je als ‘framer’ juist wel of absoluut niet moet doen.

Wil je net als die manager, politicus, reclamemaker of gehaaide vriend een gepassioneerd ‘framer’ worden, dan is dit boek inderdaad ‘een must have’.

MEER INFO EN BESTELINFORMATIE

Lisanne Teeuwen (53), moeder van twee volwassen dochters, leerkracht Taalklas op een basisschool, (inval)leerkracht basisonderwijs en daarnaast nog steeds op zoek naar die ene uitdagende, bij haar talenten passende baan. Een veelheid van passies en hobby’s maken dat ze zich geen seconde verveelt. Op sportief gebied: wandelen, fietsen en roeien. Creatief: kleding maken. Cultureel: museumbezoek en kunstgeschiedenis. Ontspanning: veel lezen, schrijven, muziek en puzzelen. Een boogschutter ten voeten uit.


Reageer ook