Ardennen voor de bovenbenen

Het is zaterdag half zeven, de wekker gaat. Vandaag zijn we vrij en gaan we naar de Ardennen. Lekker bijkomen, buiten, borrelen, boekje, beetje eten … Maar nee, op dit moment kan ik alleen maar denken aan bergen en bovenbenen. Dus ik sta op. Met team BoZes hebben we fietstraining gepland in de Ardennen.

Ik heb wel een beetje de zenuwen. Onbekend terrein, hoe steil, mijn tempo is vast lager dan dat van de mannen.  Maar ik hoef me geen zorgen te maken zeggen ze. “We rijden een ‘bordjes-route’. Alle ‘lussen’ staan met bordjes aangegeven.” Niet die bordjes, maar het feit dat een ander vrouwelijk teamlid vandaag ook meefietst is voor mij meer geruststellend. Ik heb de hoop dat mijn tempo ook haar tempo is.

En inderdaad, we fietsen al snel met zijn twee, terwijl de anderen uit ons zicht verdwijnen. We doen het best aardig. In de Ardennen zijn de klimmetjes een stuk langer dan in Limburg, bocht na bocht. Maar in een vrouwelijke cadans tikken we binnen een uur al enkele toppen aan. En dan maken we een kilometerslange afdaling. Geen bordje te zien, dat maakt dat we iets minder genieten van deze afdaling dan gehoopt. Maar eenmaal beneden zitten we al snel op een alternatieve route (niet terug omhoog!). In ons beste Frans vragen we de vriendelijkste heren hoe we weer bij de bordjes kunnen raken.

Inmiddels is het serieus gaan regenen en het is koud. Toch rijden we gestaag verder. De benen voelen goed. Nu alleen mijn hoofd nog. Mijn hoofd vraagt mij telkens waar ik mee bezig ben. Het regent, het is hier koud. En zo mooi als de Ardennen kan zijn, zo treurig is het er deze dag. Uitzichten zijn er niet, laaghangende grijze bewolking en  de boerderijen liggen er verlaten bij. Het doet zelfs spookachtig aan.  Bijna veertig kilometer gereden, we zitten net over de helft van de (officiële) route. We besluiten om ergens langs de route even op te warmen. Het enige wat het volgende spookdorp ons biedt, is een café met een uitstraling dat niet veel hoop geeft op een aantrekkelijke menu kaart. Er is wél soep, zelfs ruime keus. We kiezen tomaat. Die lijst is verdacht lang, bedenk ik me. En jawel, binnen vijf minuten is er voor elk een kop Royco, Belgische cup-a-soup. Niet bepaald een hoogtepunt, maar wel lekker warm.

Even de route kaart erbij genomen. 40 km gereden, dan zou 50% van de bordjes-route erop moeten zitten. Maar dan blijkt dat we pas krap een derde van de route hebben gereden en een heleboel kilometers van onze alternatieve route. Het lijkt dat we een rondje in een ‘lus’ hebben gereden. Zo’n lus helpt dus niet mee aan het richtingsgevoel van een vrouw. En bordjes volgen is al net zo’n drama als kaart lezen. Ik moet het nu maar langzaam toe gaan geven. Maar we stappen weer op de fiets, vastberaden om geen enkel bordje meer te missen. Kilometers rijden we door heuvellandschap en beklimmingen waar we onze kuiten zich in vast moeten bijten. En dan ineens bij een oversteek als mijn ketting eraf raakt en ik omval (ik vergeet mijn voeten uit de pedalen te klikken, amateur!, vrouw!), beleef ik mijn slechtste fietsmoment tot nu toe, een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. Waar ben ik mee bezig, het regent, het is koud, fietsen is echt niet mijn ding! Maar dan bedenk ik me, ‘als dit alles is, kom op.’ Ik sta op en fiets verder. Opgeven is geen optie.

Miriam Esveld
Lees ook haar andere blog op Damespraatjes

NB: Ik train voor de beklimming van de Alpe d’Huez op 7 juni tijdens het evenement van Stichting Alpe d’Huzes, zij zet zich in voor onderzoek om meer kwaliteit te geven aan een leven met kanker. Wil je meer weten over Stichting Alpe d’Huzes en vind je het leuk de voorbereidingen van ons team te volgen, kijk dan op www.bozes.tk .

Reageer ook