Ariël is bijna 40 en voelt zich tegenwoordig een stuk zelfverzekerder dan vroeger. “Ik heb een bedrijf, ben moeder, spreek met CEO’s van grote bedrijven en onderhandel over miljoenen. Ik weet inmiddels echt wel wat ik waard ben.” Toch voelt ze zich ineens weer een klein meisje zodra haar oom Bernhard binnenkomt. “Hij noemt me al mijn hele leven ‘rooie’ omdat ik snel rode wangen krijg. Na een glas wijn, als ik met de kinderen heb gespeeld, na een dag skiën of als ik gewoon ontzettend moe ben. Mijn wangen worden dan echt knalrood.” Ariël kan er zelf om lachen, totdat haar oom er weer een opmerking over maakt. “En het ergste is: ik word er zó ongemakkelijk van dat ik nóg roder word.”
Vroeger was ik veel onzekerder
Ariël kijkt terug op haar jongere jaren en merkt dat ze behoorlijk veranderd is. “Ik was vroeger echt veel onzekerder. Ik kon me druk maken om wat anderen van me vonden en was sneller van mijn stuk.” Inmiddels is dat volgens haar totaal anders. “Ik heb mezelf echt leren kennen. Ik ben moeder, run een bedrijf en heb mijn leven behoorlijk goed op orde. Ik zit regelmatig aan tafel met mensen die miljoenen beheren en moet dan gewoon stevig onderhandelen.”
Dat gaat haar goed af. “Ik kan prima voor mezelf opkomen. Als iemand mij zakelijk probeert te intimideren, laat ik me echt niet zomaar wegzetten.” Toch is er één persoon bij wie dat allemaal lijkt te verdwijnen. “Dat is mijn oom Bernhard. Zodra hij binnenkomt, ben ik ineens weer dat onzekere meisje van vroeger.”
Ik krijg nu eenmaal snel rode wangen
Ariël heeft altijd al snel een blos gekregen. “Mijn wangen worden gewoon heel snel rood. Daar kan ik niets aan doen.” Dat gebeurt bijvoorbeeld als ze wijn drinkt. “Na één glas kan het al raak zijn. Dan zeggen mensen soms: ‘Je hebt het wel gezellig, hè?’ Daar kan ik prima tegen.”
Ook na inspanning krijgt ze rode konen. “Als ik een middag met de kinderen in de tuin heb gevoetbald, ben ik knalrood. Na een lange dag skiën ook. En als ik heel moe ben, gebeurt het eveneens.” Voor Ariël is het inmiddels gewoon onderdeel van haar uiterlijk. “Ik vind mijn rode wangen eigenlijk helemaal niet zo erg. Ik heb er vrede mee.” Tot oom Bernhard iets zegt.
‘Hé rooie!’
Bernhard kent Ariël al haar hele leven. “Hij weet dus precies dat ik hier gevoelig voor ben. Hij heeft die opmerkingen vroeger ook al gemaakt.” Als hij haar ziet, is het volgens Ariël dan ook regelmatig raak. “Dan komt hij binnen en roept meteen: ‘Hé rooie!’ Of hij zegt: ‘Wat heb jij nou weer een rode konen.'”
Soms maakt hij er een grapje van. “Dan zegt hij bijvoorbeeld: ‘Heb je soms koorts?’ Of: ‘Volgens mij heb jij net een marathon gelopen.’ Terwijl ik gewoon in de keuken sta.” Iedere keer voelt Ariël zich ongemakkelijk. “Ik weet niet eens precies waarom. Het is maar een opmerking over mijn wangen. Maar op de een of andere manier komt het bij mij veel harder binnen dan wanneer iemand anders het zegt.”
En dan word ik nóg roder
Het vervelende is dat de opmerkingen van haar oom precies het tegenovergestelde effect hebben van wat hij waarschijnlijk bedoelt. “Zodra hij zegt: ‘Hé rooie’, voel ik mijn gezicht warm worden. En dan weet ik gewoon: nu word ik nog roder.” Daar kan ze inmiddels bijna de klok op gelijkzetten. “Ik probeer het dan te negeren, maar dat lukt niet. Ik voel gewoon dat mijn wangen steeds warmer worden.”
En dat maakt het nog erger. “Dan denk ik: alsjeblieft, laat me nu niet nog roder worden. Maar natuurlijk gebeurt dat dan juist.” Volgens Ariël lijkt haar oom daar soms alleen maar meer plezier in te hebben. “Dan zegt hij: ‘Nou, nu zijn ze helemaal rood!’ En dan kan ik wel door de grond zakken.”
Ik weet nooit wat ik moet zeggen
Het gekke is dat Ariël zakelijk gezien helemaal niet bang is om iemand van repliek te dienen. “Als iemand in een vergadering een harde opmerking maakt, weet ik precies wat ik moet zeggen. Dan blijf ik rustig en zeg ik gewoon waar het op staat.” Maar bij haar oom lukt dat niet. “Ik weet gewoon nooit wat ik moet antwoorden. Moet ik zeggen dat ik het niet leuk vind? Moet ik een grapje terugmaken? Moet ik hem negeren?”
Vaak lacht ze maar wat. “Dat is misschien nog wel het stomste. Ik lach dan een beetje ongemakkelijk en hoop dat het onderwerp vanzelf verandert.” Maar volgens haar oom verandert er niets. “Een paar weken later begint het gewoon weer.”
Mijn moeder zegt dat ik voor mezelf moet opkomen
De moeder van Ariël begrijpt haar dochter goed. “Mijn moeder zegt al jaren: ‘Je moet gewoon tegen Bern zeggen dat je dit vervelend vindt.'” Dat heeft Ariël ook gedaan. “Ik heb het echt meerdere keren gezegd. Ik heb hem letterlijk verteld: ‘Bern, ik vind het niet prettig als je steeds opmerkingen maakt over mijn wangen.'” Zijn reactie stelt haar niet bepaald gerust. “Hij zegt dan: ‘Ach joh, je weet toch dat ik maar een grapje maak?'” En daarmee is voor hem de kous af. “Dan denk ik: ja, maar ik vind het niet grappig.”
Het wordt niet minder
Volgens Ariël heeft het benoemen van haar grens dan ook weinig effect gehad. “Ik heb het al zo vaak gezegd. Soms denk ik zelfs dat hij er daarna extra op let.” Haar moeder vindt dat Ariël harder moet optreden. “Zij zegt: ‘De volgende keer moet je gewoon zeggen dat hij moet ophouden.'”
Maar zo makkelijk is dat voor Ariël niet. “Dat klinkt heel simpel, maar op het moment zelf lukt het me gewoon niet. Ik word al rood zodra hij binnenkomt. En als hij dan ook nog iets zegt, klap ik dicht.” Juist dat vindt ze frustrerend. “Ik ben bijna 40. Ik run een bedrijf. Ik voer gesprekken over miljoenen. Ik kan heel veel aan. Waarom lukt het me dan niet om tegen mijn eigen oom te zeggen dat ik zijn opmerkingen zat ben?”
Misschien zit het in vroeger
Ariël denkt dat haar reactie misschien iets met haar jeugd te maken heeft. “Mijn oom maakt die opmerkingen al zolang ik me kan herinneren. Misschien zit dat gewoon heel diep.” Ze weet nog goed hoe ze zich vroeger voelde. “Als kind vond ik het echt verschrikkelijk als hij zei dat ik rood was. Dan wilde ik het liefst wegkruipen.”
Hoewel ze daar nu rationeel anders naar kijkt, lijkt haar lichaam nog steeds hetzelfde te reageren. “Misschien ben ik volwassen geworden, maar zodra hij ‘rooie’ zegt, voelt het alsof ik weer dat meisje van vroeger ben.” En dat vindt ze misschien nog wel vervelender dan de opmerking zelf.
Afbeelding: Unsplash+

