Het Westnijlvirus is momenteel volop in het nieuws. In Nederland zijn inmiddels achttien mensen besmet geraakt met het virus dat door muggen wordt overgedragen. Negen nieuwe gevallen kwamen er deze week bij. Ook zijn dit jaar drie mensen overleden aan een besmetting die in Nederland is opgelopen.
Dat klinkt verontrustend, maar volgens het RIVM blijft de kans om in Nederland besmet te raken klein. Toch is het goed om te weten welke klachten bij het Westnijlvirus passen en wanneer je contact moet opnemen met een arts.
Hoe krijg je het Westnijlvirus?
Het Westnijlvirus komt oorspronkelijk voor bij vogels. Een gewone huissteekmug kan het virus oplopen wanneer zij een besmette vogel steekt. Vervolgens kan die mug het virus bij een volgende beet overdragen op een mens. Je kunt het virus dus niet zomaar van iemand anders krijgen. Besmetting van mens op mens komt niet voor bij normaal contact. Er zijn wel zeer zeldzame uitzonderingen, bijvoorbeeld via bloedtransfusies of orgaandonatie.
Welke klachten geeft het Westnijlvirus?
Het lastige is dat je een besmetting lang niet altijd merkt. Volgens het RIVM krijgt ongeveer 80 procent van de besmette mensen helemaal geen klachten. Bij ongeveer 19 procent ontstaan wel klachten. Die lijken in eerste instantie veel op een griep of andere virusinfectie. Je kunt bijvoorbeeld last krijgen van:
- koorts;
- hoofdpijn;
- spierpijn;
- buikpijn;
- diarree;
- huiduitslag;
- vergrote lymfeklieren.
De klachten ontstaan meestal twee tot veertien dagen na een besmette muggenbeet. Vaak gebeurt dat al binnen twee tot zes dagen. Daarom is het niet mogelijk om op basis van alleen een koorts of hoofdpijn te zeggen dat iemand het Westnijlvirus heeft. Daarvoor is medisch onderzoek nodig.
Wanneer is het wel ernstig?
In ongeveer één procent van de infecties ontstaan neurologische klachten. Dan kan sprake zijn van een hersenontsteking of hersenvliesontsteking. Dat kan ernstig verlopen.
Let daarom vooral op alarmsymptomen. Heb je plotseling ernstige hoofdpijn, een stijve nek, verwardheid, sufheid, problemen met praten of verlammingsverschijnselen, dan is snelle medische hulp belangrijk. Het RIVM adviseert in zulke gevallen direct contact op te nemen met de huisarts of, bij ernstige acute klachten, 112 te bellen. Ouderen en mensen met een verminderde weerstand hebben een grotere kans om ernstig ziek te worden.
Wat moet ik doen als ik denk dat ik besmet ben?
Heb je koorts en griepachtige klachten en voel je je duidelijk zieker dan bij een normale griep? Neem dan contact op met je huisarts. Zeker als je weet dat je recent veel bent blootgesteld aan muggen of in een gebied bent geweest waar het Westnijlvirus voorkomt.
Een arts kan beoordelen of verder onderzoek nodig is. Het virus kan met laboratoriumonderzoek worden aangetoond. Er bestaat op dit moment geen specifiek medicijn tegen een infectie met het Westnijlvirus. Bij milde klachten bestaat de behandeling vooral uit het verlichten van de klachten, bijvoorbeeld met paracetamol bij koorts. Bij ernstige ziekte kan ziekenhuisopname noodzakelijk zijn.
Hoe voorkom ik een besmetting?
Omdat er geen vaccin tegen Westnijlkoorts beschikbaar is, is het voorkomen van muggenbeten de belangrijkste maatregel. De gewone huissteekmug is vooral actief rond de schemering.
Je kunt jezelf beschermen door:
- Draag bedekkende kleding. Kies bij verblijf buiten voor een lange broek en lange mouwen, vooral rond de schemering.
- Gebruik een muggenwerend middel. Breng dit aan op onbedekte huid volgens de aanwijzingen op het product.
- Houd muggen buiten. Horren voor ramen en deuren kunnen helpen voorkomen dat muggen naar binnen komen.
- Gebruik ’s nachts een klamboe als dat in jouw situatie nodig is.
Ook rondom het huis kun je maatregelen nemen. Muggen leggen hun eitjes graag in stilstaand water. Controleer daarom regelmatig bloempotschotels, dakgoten, regentonnen, dekzeilen en andere plekken waar water blijft staan.
Moeten we ons zorgen maken?
De recente cijfers maken duidelijk dat het Westnijlvirus daadwerkelijk in Nederland voorkomt en dat sommige besmettingen ernstig kunnen verlopen. Tegelijkertijd benadrukt het RIVM dat het risico voor de individuele Nederlander klein blijft.
Het belangrijkste is daarom vooral: geen paniek, wel alertheid. Een muggenbeet betekent absoluut niet dat je het Westnijlvirus hebt. Krijg je na mogelijke blootstelling aan muggen echter koorts en voel je je opvallend ziek, neem dan contact op met je huisarts. En bij ernstige neurologische klachten moet je niet afwachten.
De situatie wordt door het RIVM en andere betrokken organisaties nauwlettend gevolgd. Nu het virus op meerdere plekken in Nederland is aangetroffen, blijft het bovendien belangrijk om de actuele adviezen te volgen.
Afbeelding: National Institute of Allergy and Infectious Diseases via Unsplash


