Deze 5 dingen moet je niet tegen je kinderen zeggen

Een soort Ikea handleiding, maar dan om je kinderen op te voeden. Zou dat niet super handig zijn? Zeker! Maar het zou leiden tot kleine mini-robotjes en jouw eigen spontaniteit en wat jou zelf als ouder uniek maakt gaan dan verloren. Dan toch maar liever geen Ikea handleiding.

Wat maakt jou tot een fantastische moeder?

Maar wat dan en hoe weet ik of ik het als ouder goed doe? Eigenlijk weet je dat nooit! En de aanpak die bij het ene kind past, kan totaal ongeschikt zijn voor het andere kind. De combinatie van veel liefde, je eigen gevoel en wat tips van anderen kan je tot een fantastische moeder maken.

Lees ook: Review Co-de-Rups van Fisher Price

Tips van anderen over opvoeden

Vroeger legde je je oor vaak te luisteren bij je ouders of schoonouders die je gevraagd en ongevraagd van advies over opvoeden voorzagen. Op het advies van vriendinnen en andere moeders op het schoolplein zat je vaak wat meer te wachten omdat zijn denken en voelen vanuit jouw generatie, wat bij je schoonouders weer niet het geval was.

Maar tegenwoordig hebben we internet en kun je lekker rondkijken en die tips uitzoeken die echt bij jou passen. Wij struinden zelf wat rond op zoek naar advies en kwamen terecht bij de Online-opvoedhulp. Wij kwamen daar een paar zeer goede adviezen tegen.

Deze 5 dingen moet je niet tegen je kinderen zeggen

1.  “Goed zo!” Er is natuurlijk niets mis met positief zijn tegen je kinderen.  Maar uit onderzoek blijkt dat kinderen die worden overladen met complimenten sneller narcistische trekjes ontwikkelen. Daarnaast  kunnen kinderen afhankelijk worden van jouw aanmoediging in plaats van hun eigen motivatie te ontwikkelen. Op de site van Online-opvoedhulp worden een paar voorbeelden gegeven:

“Dus kunnen we algemene opmerkingen als “goed zo!” en “geweldig gespeeld!” beter vervangen door een meer specifieke opmerking over wat je kind dan zo goed deed en waarom je het goed vindt. Bijvoorbeeld “Dat was een mooie voorzet, je speelde goed samen met je team”. Beperk ze tevens tot momenten waarop ze echt gemeend en verdiend zijn.”

2.  “Ah, er is niks aan de hand”. Kinderen moeten nog leren hoe zij hun eigen emoties kunnen herkennen en reguleren. Wuif de gevoelens die een kind heeft in een bepaalde situatie niet weg, maar help met het benoemen van de emoties. Door dit te doen en begrip te tonen help je hem hierbij, beter dan hem alleen te garanderen dat er niks ernstigs is. Geef je kind liever een knuffel of kus en zeg iets als “Dat deed zeer aan je knie hè? Wil je er een pleister op?”.

3. “Nooit met vreemden praten”. Dat zei mijn moeder vroeger ook al tegen mij. Maar gelukkig heb ik dit niet al te serieus genomen en heb mij wel opengesteld voor anderen. Belangrijk is dat je dat wat je eigenlijk bedoelt met “Niet met vreemden praten” overbrengt. Ook al is een persoon misschien een onbekende voor je kind zal hij hem wellicht niet zien als een vreemde zolang de persoon aardig doet. Daarnaast kan het zijn dat je kind dit in noodsituaties te letterlijk neemt en daarmee de hulp van de politie of andere hulpinstanties ook afwijst.

Het is daarom goed om verschillende situaties aan je kind voor te leggen en samen bespreken wat je dan kunt doen. Ook is het belangrijk om je kind te leren wie er wel een veilige optie zijn om hulp aan te vragen zoals andere moeders met kinderen of politieagenten.

In wekelijkheid zijn het helaas vaak bekenden die ongepaste dingen van je kind kunnen vragen. Leer je kind om altijd tegen jou te zeggen wanneer iemand (bekend of onbekend) hem of haar een verdrietig, angstig, verward of boos gevoel geeft.

4. “Pas op”. Als je kind met iets inspannends bezig is kun je dit beter geen “pas op” niet roepen. Bijvoorbeeld als hij net op een enge manier in een klimrek hangt. Dik kans dat hij zich te pletter schrikt van jouw opmerking en juist wel valt.

Beter geef je jouw kind vooraf tips om voorzichtig te zijn en specifieke aandachtspunten zoals “houd je goed vast”. Wordt het echt spannend ga er dan dicht bij staan om hem eventueel op te vangen of op een rustige manier behulpzame aanwijzingen geven.

5. “Laat mij je helpen”. Ga je kind niet te snel helpen. Laat het vooral zelf proberen zonder dat je er als ouder steeds tussenkomt. Je kind leert op deze manier zelfstandig te worden en je kunt ermee voorkomen dat hij direct hulp vraagt zonder eerst iets zelf te proberen. Beter als je je kind een paar vragen stelt die hem in de juiste richting sturen of helpen bij het vinden van de juiste oplossing. Bijvoorbeeld: “denk je dat het grote of het kleine blok beter onderop kan?”

Bovenstaande tips komen van de site online-opvoedhulp.nl. Daar kun je ook terecht als je nog meer vragen hebt over opvoeding.

Maar graag geven wij je het volgende mee: jij bent de expert als het op je eigen kind aankomt, maar een paar tips van anderen zijn af en toe heel fijn!

Lees ook: Mara houdt een zomerse chocoladeproeverij – met winactie


Reageer ook