Drie maanden geleden kreeg Zara (29) de sleutel van haar eerste eigen appartement. Na jaren sparen, hard werken en eindelijk een vast contract op zak, lukte het haar om een hypotheek te krijgen. “Ik was zó trots,” vertelt ze. “Avondenlang heb ik geklust, geschilderd en alles precies zo ingericht zoals ik het wilde. Het voelde echt als mijn plek.” Maar nog geen 24 uur na haar eerste nacht ging het mis.
De eerste nacht
“Het was een zaterdagavond,” vertelt Zara. “Ik lag eindelijk in mijn nieuwe bed, helemaal moe maar ook gelukkig. En toen begon het.” Harde muziek. Geschreeuw. Gebonk tegen de muren. “Ik voelde mijn hartslag meteen omhoog schieten,” zegt ze. “Ik wist niet wat me overkwam. Dit had ik totaal niet verwacht.” Ze besloot die eerste nacht niets te doen. “Ik dacht: misschien heeft hij een feestje. Het is weekend, dat kan gebeuren.” Maar toen het zondagavond opnieuw gebeurde, en maandag weer, wist ze dat er meer aan de hand was.
Aanbellen bij de buurman
Na drie nachten slecht slapen besloot Zara actie te ondernemen. Ze trok haar schoenen aan en belde aan bij haar buurman. “Wat ik aantrof vond ik best heftig,” vertelt ze eerlijk. “Een man die er behoorlijk onverzorgd uitzag en duidelijk onder invloed was.” Ze probeerde rustig te blijven en vroeg of hij wat zachter wilde doen. “Hij reageerde eigenlijk best vriendelijk en zei dat het goed was.” Maar nog geen half uur later begon de herrie opnieuw. “Dat was het moment dat ik dacht: dit wordt een probleem.”
Niet de enige
Zara besloot contact te zoeken met andere buren in het gebouw. Misschien stond ze er niet alleen voor. “Al snel bleek dat ik zeker niet de enige ben,” zegt ze. “Iedereen kent hem. Harold.” Volgens de buren is het al jaren hetzelfde patroon. “De ene periode gaat het beter dan de andere. Soms is het weken rustig en dan ineens begint het weer: harde muziek, geschreeuw, midden in de nacht.” Het meest frustrerende? “Er lijkt niets aan te doen.”
Alles al geprobeerd
De buren hebben al van alles geprobeerd. Politie bellen, gesprekken voeren, buurtbemiddeling inschakelen. “Hij heeft al meerdere boetes gehad,” vertelt Zara. “En er zijn gesprekken geweest met instanties. Dan gaat het even goed, maar uiteindelijk valt hij toch weer terug.” Omdat het om een koopappartement gaat, ligt het ingewikkelder. “Je kunt hem niet zomaar uit huis zetten. En hem dwingen om iets aan zijn middelengebruik te doen kan ook niet.” Er wordt wel gewerkt aan hulp voor Harold, maar ook dat gaat langzaam. “Er zijn wachtlijsten en blijkbaar is zijn situatie niet ‘ernstig genoeg’ om voorrang te krijgen,” zegt ze. “Dus iedereen zit een beetje vast.”
Tussen begrip en frustratie
Wat het voor Zara extra lastig maakt, is dat Harold geen agressieve of bedreigende man is. “Hij is eigenlijk best vriendelijk,” zegt ze. “Als je hem aanspreekt, is hij beleefd. Maar dat maakt het ook ingewikkeld. Je kunt hem niet echt haten, maar je hebt er wel last van.” Toch weegt de overlast zwaar. Vooral omdat het haar nachtrust beïnvloedt. “Ik werk fulltime en moet er doordeweeks vroeg uit,” vertelt ze. “Als ik dan tot diep in de nacht wakker lig door zijn gedrag, trek ik dat gewoon niet.” De oplossing die ze nu heeft gevonden, voelt als een tijdelijke vlucht. “Ik slaap vaak bij mijn vriend doordeweeks. Dat is fijn, maar het is niet hoe ik het had voorgesteld. Ik heb dit huis gekocht om hier te wonen, niet om er alleen in het weekend te zijn.”
Een droom die anders uitpakt
Waar haar nieuwe woning eerst voelde als een droom die uitkwam, voelt het nu soms als een bron van stress. “Ik schaam me bijna om het te zeggen,” zegt Zara. “Maar soms denk ik: had ik dit maar geweten.” Ze merkt dat ze minder geniet van haar eigen plek. “Je bent constant alert. Je denkt: gaat het vanavond weer gebeuren?” Dat gevoel van onrust vindt ze misschien nog wel het ergst.
Wat nu?
Zara zit met haar handen in het haar. Ze wil niet verhuizen – daar heeft ze net al haar spaargeld en energie in gestoken. Maar zo doorgaan voelt ook niet houdbaar. “Ik wil gewoon normaal kunnen slapen in mijn eigen huis,” zegt ze. “Is dat te veel gevraagd?” Ze overweegt opnieuw stappen te zetten, bijvoorbeeld via de VvE of opnieuw buurtbemiddeling. “Maar ik hoor van andere buren dat dat weinig uithaalt. En eerlijk gezegd heb ik niet de energie om constant te blijven vechten.”
Thuisvoelen in eigen huis
Zara vraagt zich af wat anderen in haar situatie zouden doen. Moet ze blijven hopen dat de hulp voor Harold snel op gang komt? Moet ze harder optreden en blijven melden bij de politie en instanties? Of moet ze accepteren dat dit de realiteit is en haar leven daarop aanpassen? “Ik wil geen zeurende buurvrouw zijn,” zegt ze. “Maar ik wil ook niet dat mijn woongenot volledig verdwijnt.” “Ik wil me weer thuis voelen” Het enige wat Zara echt wil, is rust. “Gewoon thuiskomen, ontspannen en slapen zonder zorgen,” zegt ze. “Ik wil me weer thuis voelen in mijn eigen huis.” Maar zolang Harold naast haar woont en er weinig verandert, lijkt dat verder weg dan ooit. “Wat zouden jullie doen?” vraagt ze. “Want ik weet het echt even niet meer…”
Afbeelding: Freepik
