Voor Anette is dit schooljaar een grote mijlpaal. Haar vrolijke tweeling Tim en Boris is begonnen in groep 1, en daarmee is zij officieel basisschoolmoeder geworden. “Voor de jongens is alles nieuw: de klas, de juf, de andere kinderen,” vertelt ze. “Maar eerlijk gezegd is het voor mij ook een hele overgang. Ik had niet verwacht dat ik het schoolplein zó spannend zou vinden.” Waar haar zoons zich verrassend snel lijken aan te passen, voelt Anette zich juist onzeker in haar nieuwe rol tussen de andere ouders.
Wennen aan een nieuwe wereld
“Bij de opvang kende ik iedereen inmiddels wel een beetje,” zegt Anette. “Daar maakte je makkelijk een praatje bij het halen en brengen. Maar op het schoolplein voelt het anders. Het lijkt alsof iedereen elkaar al kent.” Ze merkt dat veel ouders in vaste groepjes staan. “Sommigen begroeten elkaar enthousiast, praten over verjaardagen, sportclubs of weekendplannen, terwijl ik me afvraag waar ik moet gaan staan.” Voor iemand die niet vanzelfsprekend op anderen afstapt, is dat lastig. “Ik ben niet verlegen, maar ik vind het wel spannend om zomaar een gesprek te beginnen als mensen al in hun eigen kring zitten.”
Alleen maar schermen
Wat haar nog het meest opvalt, is hoe weinig contact veel ouders überhaupt lijken te zoeken. “Zodra ze op het schoolplein staan, pakken ze hun telefoon,” zegt Anette. “Ze beantwoorden mailtjes, reageren op appjes of scrollen door social media alsof ze thuis op de bank zitten.” Dat stoort haar enorm. “Je staat daar toch om je kind op te halen? Waarom gebruik je dat moment niet om even écht aanwezig te zijn?” Soms ziet ze complete rijen ouders zwijgend naast elkaar staan, allemaal met hun blik op een scherm gericht. “Niemand kijkt op of maakt oogcontact. Het voelt bijna ongemakkelijk.”
Wat geef je je kinderen mee?
Voor Anette zit haar irritatie niet alleen in het gebrek aan contact tussen ouders. Ze maakt zich ook zorgen over het voorbeeld dat hiermee aan kinderen wordt gegeven. “Onze kinderen komen net uit school, hebben van alles beleefd en zoeken meteen naar hun vader of moeder,” zegt ze. “En wat zien ze? Ouders die nauwelijks opkijken van hun telefoon.” Volgens haar is dat een verkeerd signaal. “We willen kinderen leren dat contact maken belangrijk is, dat je elkaar aankijkt en naar elkaar luistert. Maar als wij als volwassenen zelf alleen nog naar schermen staren, wat leren zij daar dan van?” Ze merkt dat haar eigen zoons daar ook gevoelig voor zijn. “Tim roept vaak al van ver: mama, kijk! Stel je voor dat ik dan niet eens opkijk omdat ik met mijn telefoon bezig ben.”
Vroeger was het anders
Anette vergelijkt het vaak met haar eigen jeugd. “Mijn moeder stond vroeger altijd gezellig te praten op het schoolplein. Ze kende alle andere moeders. Soms duurde het ophalen langer omdat ze midden in een gesprek zat.” Als kind vond ze dat heel normaal. “Er was verbondenheid. Ouders kenden elkaar, maakten grapjes, hielpen elkaar. Dat lijkt nu veel minder vanzelfsprekend.” Natuurlijk beseft Anette dat tijden veranderen. “Iedereen heeft het drukker, werk loopt door op telefoons, en veel ouders combineren duizend dingen tegelijk. Dat snap ik ook wel. Maar toch mis ik iets menselijks.”
Het gevoel buitengesloten te zijn
Wat het extra lastig maakt, is dat Anette zich door die gesloten houding nog meer buitenstaander voelt. “Als mensen op hun telefoon kijken, nodig je ook niet uit tot contact,” zegt ze. “Dan voelt het alsof je stoort als je iets zegt.” Ze heeft een paar keer geprobeerd een praatje te maken. “Dan vraag ik bijvoorbeeld: ‘Zit jouw dochter ook bij Tim in de klas?’ Soms krijg ik vriendelijke reacties, maar net zo vaak merk je dat iemand liever weer teruggaat naar haar scherm.” Dat maakt haar onzeker. “Dan denk ik: ligt het aan mij? Ben ik te laat begonnen met contact zoeken? Hoor ik er gewoon nog niet bij?”
Vriendschappen op het schoolplein
Anette had gehoopt juist via school nieuwe contacten op te bouwen. “Je zit allemaal in dezelfde fase: jonge kinderen, druk gezinsleven, herkenbare uitdagingen. Ik dacht dat dat vanzelf verbinding zou geven.” Maar in plaats daarvan voelt het schoolplein soms eenzaam. “Ik had gehoopt op spontane gesprekken, misschien zelfs nieuwe vriendschappen. Nu voelt het meer alsof iedereen in zijn eigen bubbel leeft.” Toch wil ze zich daar niet bij neerleggen.
Zelf het verschil maken
Ondanks haar frustratie probeert Anette bewust zelf anders te handelen. “Ik neem me voor mijn telefoon in mijn tas te laten en echt aanwezig te zijn.” Ze probeert vaker initiatief te nemen. “Soms stap ik gewoon op iemand af, ook al vind ik dat spannend. Als iedereen blijft wachten tot de ander begint, gebeurt er nooit iets.” Langzaam merkt ze kleine veranderingen. “Laatst raakte ik aan de praat met een moeder van een meisje uit de klas van Boris. We bleven na school nog even staan kletsen. Dat voelde fijn.”
Een beetje meer oog voor elkaar
Volgens Anette hoeft niemand zijn telefoon volledig te verbannen. “Ik snap best dat je soms even iets moet checken. Maar misschien zouden we allemaal iets vaker om ons heen mogen kijken.” Voor haar draait het uiteindelijk om verbinding. “Een schoolplein is meer dan een plek waar je je kind ophaalt. Het is ook een gemeenschap. En die maak je samen.”
Afbeelding: Freepik

Sanderien van Mul -
Ach ja, het is een algemeen bekende ergernis. Maar wat doe je eraan? Je krijgt het toch niet in je eentje voor elkaar om die mentaliteit te veranderen. Op iemand afstappen en zelf een praatje beginnen is hartstikke goed, zo filter je ook de juiste contacten voor jou eruit. En weer door met de dagelijkse dingen des levens…