Moet je ingrijpen als je kind verkeerde vrienden krijgt?

Als je terugkijkt op je eigen jeugd en beziet met wie je allemaal bevriend bent geweest, dan is dat vermoedelijk een hele waslijst. Van veel kinderen zul je misschien niet eens meer de namen weten en al helemaal niet meer wat voor invloed ze toen op je hadden? 

Een goede leerschool

Bij je kind is het vermoedelijk net zo. Op een heel kinderleven komen en gaan de vriendjes. Leuke en minder leuke! Maar iedere vriendschap van jouw kind is heel belangrijk op dat moment en nuttig voor zijn ontwikkeling. Door een vriendschap doet je kind sociale vaardigheden op zoals contacten onderhouden, delen met anderen, onderhandelen, ruzie maken, je in een ander verplaatsen, toegeven dat je fout zat en je excuses aanbieden, etc. Ze ontwikkelen op deze manier ook heel veel mensenkennis en zullen ook gaan ontdekken wanneer iemand een echte vriend is.

Verkeerde vrienden

Veel ouders zouden het liefst de vriendjes en vriendinnetjes voor hun kinderen uitzoeken. Gelukkig werkt het in de praktijk niet zo en kiezen kinderen zelf met wie ze willen spelen. Op school, op straat en bij de sportclub komen ze allerlei interessante kinderen tegen waarin ze zich zullen herkennen, waar ze nieuwsgierig naar zijn of waar ze zich misschien aan willen optrekken. Als je kind een vriendje uitzoekt waarvan jij denkt dat die niet goed is, ga dan eens bij jezelf na wat in die vriendschap van jouw kind jou zo tegenstaat.

Grijp zeker niet zomaar in en laat je kind deze vriendschappen zelf ervaren. Misschien loopt het niet goed en is je kind uiteindelijk teleurgesteld en verdrietig, maar ook dat kan een goede leerschool zijn.

Op Online-opvoedhulp.nl kwamen we een aantal do’s en don’ts tegen die we graag met jullie willen delen:

1. Realiseer je dat jij niet de vriendjes van je kind kunt uitkiezen. Een heel klein beetje invloed heb je nog wel als je kind jong is. Door hem vooral bij bepaalde vrienden te laten spelen of op bepaalde plekken kun je het nog licht beïnvloeden. Blijf een beetje op de achtergrond als ze zelf vriendjes uitkiezen en laat ze zoveel mogelijk ontdekkingen doen.

2. Is een vriendschap echt schadelijk dan kun je wel ingrijpen. Probeer vooral in contact met je kind te blijven als het niet goed gaat. Niet door te oordelen, te verwijten of door dingen af te keuren, maar door er voor je kind te zijn als het je hulp nodig heeft. Hij durft zich dan naar jou te uiten en dan kun je veel beter helpen. Door vragen te stellen kun je je kind helpen om over zijn keuzes na te denken.

3. Praat met je kind over de betekenis van vriendschappen in het algemeen. Bijvoorbeeld ‘wanneer is iemand een leuke vriend’ bespreken en hoe gelijkwaardig zou een vriendschap moeten zijn, kunnen gespreksonderwerpen zijn. Gebruik hierbij bewust niet de namen van kinderen uit de omgeving van je kind. Laat hem zelf maar tot conclusies komen.

4. Maak je geen zorgen over de vriendschappen van je kind. En drijf het zeker niet op de spits. Vriendjes en vriendinnetjes kunnen elkaar snel opvolgen in een kinderleven. Kijk vooral naar wat je kind van de vriendschap kan leren en hoe jij hem in zijn leven begeleidt bij het maken van keuzes.


Reageer ook